Gewezen minister van Binnenlandse Zaken en assembleelid Bronto Somohardjo zegt dat hij geen moment spijt heeft gehad van zijn periode als minister. Volgens de politicus heeft hij zich in zijn ambtsperiode niet schuldig gemaakt aan fout handelen op het ministerie. Hij reageert daarmee op de beschuldigingen dat hij staatsmiddelen voor privédoeleinden zou hebben gebruikt.
Het Openbaar Ministerie heeft De Nationale Assemblee gevraagd om enkele voormalige ministers, onder wie Somohardjo, in staat van beschuldiging te stellen. In gesprek met LIM FM stelde de PL-ondervoorzitter dat in de afgelopen twee jaar niemand heeft kunnen bewijzen dat hij staatsmiddelen voor eigen gewin heeft aangewend. Volgens hem moeten dergelijke beweringen met feiten worden onderbouwd.
Somohardjo zegt verder tevreden te zijn dat er inmiddels een onderzoekscommissie is ingesteld om zijn handelen te onderzoeken. Hoewel hij zich stoort aan de aantijgingen, vindt hij dat het onderzoek duidelijkheid moet brengen over wat zich volgens de stukken wel of niet heeft afgespeeld. “Het volk heeft recht op informatie”, aldus de politicus.
Opmerkelijk vindt Somohardjo dat in de stukken wordt geëist dat hij direct in de gevangenis wordt geplaatst, terwijl een dergelijke eis volgens hem niet is gesteld tegen de andere voormalige beleidsmakers Gillmore Hoefdraad en Riad Nurmohamed. Hij wil daarom uitleg over waarom die maatregel specifiek in zijn geval is opgenomen.
Hoewel hij aangeeft niet bang te zijn voor de eis, zegt Somohardjo zich wel zorgen te maken over wat hij omschrijft als willekeur. Volgens hem kan het iedere burger overkomen om beschuldigd en vervolgd te worden zonder dat de zaak zorgvuldig wordt behandeld. Daarbij verwijst hij naar eerdere kritiek op het Openbaar Ministerie wegens vermeende willekeur, waarbij hij de zaak van ex-vicepresident Ashwin Adhin als voorbeeld noemt.
Somohardjo benadrukt dat hij vóór zal stemmen als het gaat om het in staat van beschuldiging stellen. Volgens hem is het belangrijk dat er volledige duidelijkheid komt, zodat het volk precies weet wat er aan de hand is.

