Het Hof van Justitie heeft vandaag uitspraak gedaan in de hogerberoepszaak tegen Robert van Trikt, voormalig governor van de Centrale Bank van Suriname (CBvS). Het Hof heeft de eerder opgelegde gevangenisstraf van acht jaar verlaagd naar zes jaar. Ook is beslist dat het eerder verbeurd verklaarde gebouw moet worden teruggegeven aan Orion.
Daarnaast heeft het Hof bepaald dat Van Trikt 650.000 euro moet terugbetalen. Volgens het Hof gaat het om wederrechtelijk verkregen middelen die zijn aangewend voor persoonlijke doeleinden.
Het Hof oordeelde verder dat het voorarrest onterecht is toegepast. Wat dit precies betekent voor het verder uitzitten van de uitgegeven straf voor Van Trikt was bij het uitspreken van het arrest nog niet duidelijk. Wel is vastgesteld dat de periode die hij al in detentie heeft doorgebracht – ongeveer tweeënhalf jaar – in mindering wordt gebracht op de opgelegde straf.
Van Trikt was ten tijde van de ten laste gelegde feiten governor van de CBvS. De strafbare handelingen zouden hebben plaatsgevonden in een periode waarin, volgens Van Trikt, werd gehandeld met instemming van toenmalig minister van Financiën Gillmore Hoefdraad. Onder zijn leiding werden verschillende projecten uitgevoerd die centraal stonden in de strafzaak.
In eerste aanleg werd Van Trikt veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf en een geldboete van SRD 500.000, bij niet-betaling te vervangen door 16 maanden hechtenis. In de beschikbare informatie over het arrest is niet vermeld of het Hof in hoger beroep ook een (nieuwe) beslissing heeft genomen over die boete. De uitspraak past in de reeks hogerberoepszaken binnen het zogenoemde CBvS-dossier.












