Het ministerie van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking (BIS) stelt dat de maritieme heffingen op de Corantijnrivier geen nieuwe beleidsmaatregel zijn. In een officiële verklaring van donderdag 26 maart reageert de Surinaamse regering op recente publieke uitlatingen van de Guyanese president Mohamed Irfaan Ali over de toepassing van die heffingen.
Volgens BIS is de huidige structuur van de heffingen gebaseerd op reeds lang bestaande wettelijke bepalingen en een bestendige administratieve praktijk voor de scheepvaart binnen de Surinaamse jurisdictie. De regering benadrukt dat deze maatregelen op consistente en niet-discriminerende wijze worden toegepast op alle vaartuigen, met inachtneming van nationale wetgeving en relevante internationale normen voor veiligheid, navigatie en het onderhoud van waterwegen.
De Surinaamse regering maakt verder bekend dat er op 12 januari 2026 via de diplomatieke missie van Guyana correspondentie is verzonden over deze kwestie. Tot op heden zou daarop nog geen formele reactie zijn ontvangen.
In de verklaring brengt BIS ook in herinnering dat Suriname in 2012 een specifieke en beperkte vrijstelling van bepaalde maritieme heffingen heeft verleend. Die vrijstelling gold uitsluitend voor vaartuigen die opereerden ter ondersteuning van de Guyana Sugar Corporation, beter bekend als GuySuCo. Volgens de regering was die regeling bedoeld als een gerichte samenwerkingsmaatregel en was zij nadrukkelijk niet bedoeld voor bredere toepassing buiten dat afgebakende kader.
Het ministerie stelt dat, wanneer Guyana de destijds verleende ontheffing nader wil bespreken of een uitbreiding daarvan wil aanvragen, dit via de gebruikelijke diplomatieke kanalen aan Suriname kan worden voorgelegd. Op die manier kan worden nagegaan of een dergelijke aanvraag mogelijk is en in welke vorm.
BIS noemt die diplomatieke route de aangewezen manier om dergelijke vraagstukken te behandelen. Tegelijkertijd onderstreept de Surinaamse regering dat zij zich onverkort wil blijven inzetten voor sterke, constructieve en toekomstgerichte betrekkingen met Guyana.
In de slotpassage van de verklaring zegt het ministerie groot belang te blijven hechten aan dialoog en betrokkenheid via de geëigende bilaterale kanalen. Daarbij wordt gewezen op het belang van wederzijds begrip en het verder bevorderen van handel en economische samenwerking tussen beide landen. Ook herbevestigt Suriname volgens BIS zijn inzet voor goed nabuurschap, transparantie en wederzijds respect in de regionale betrekkingen.

