Advocaat Gerold Sewcharan, die optreedt namens de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) en de Staat, betwist de rechtsgeldigheid van de arbeidsovereenkomst waarop Wendy Jap-A-Joe zich beroept om haar positie als directeur te behouden.
Volgens de advocaat is het document niet volgens de wettelijke procedures tot stand gekomen. Hij suggereert bovendien dat de overeenkomst mogelijk achteraf is opgesteld. De rechter doet vaandag maandag 26 oktober uitspraak in twee kortgedingen over de bestuursstrijd bij TAS.
De twee rechtszaken werden zondag 25 oktober behandeld door kortgedingrechter Robert Praag. De eerste zaak, die omstreeks 15.00 uur begon, was aangespannen door Jap-A-Joe tegen de Staat Suriname en leden van de Raad van Commissarissen (RvC). Zij wil voorkomen dat haar werkzaamheden worden beëindigd en dat zij gedwongen wordt de leiding over te dragen zolang er geen juridische duidelijkheid bestaat over haar positie.
De tweede zaak was aangespannen door TAS tegen Jap-A-Joe. Daarin wordt geëist dat zij de bedrijfsmiddelen, documenten, informatie en overige eigendommen van de organisatie overdraagt aan de RvC.
Volgens Sewcharan is de RvC sinds 20 oktober belast met het voorlopige bestuur van TAS. Om die verantwoordelijkheid daadwerkelijk te kunnen uitoefenen, moet de raad volgens hem ook beschikken over de benodigde bedrijfsinformatie en middelen.
Advocaat betwist juridische waarde overeenkomst
Een belangrijk discussiepunt tijdens de behandeling was de arbeidsovereenkomst van 1 november 2021 waarop Jap-A-Joe zich beroept.
Volgens Sewcharan schrijft de Wet Telecommunicatievoorzieningen voor hoe de arbeidsvoorwaarden van een TAS-directeur moeten worden vastgesteld. Hij stelt dat deze bevoegdheid bij de verantwoordelijke minister ligt en dat daarvoor goedkeuring van de Raad van Ministers noodzakelijk is.
De overeenkomst die Jap-A-Joe heeft ingebracht, is volgens hem echter ondertekend door de toenmalige Raad van Commissarissen en niet door de bevoegde minister.
Ook ontbreekt volgens de advocaat de vereiste goedkeuring van de Raad van Ministers.
“Het heeft geen enkele waarde. Het behoort inderdaad in de prullenmand, zoals je dat zegt. Het heeft geen rechtskracht”, verklaarde Sewcharan na afloop van de behandeling tegenover journalisten.
Hij benadrukte dat het document volgens hem niet overeenkomstig de wettelijke voorschriften tot stand is gekomen.
Sewcharan suggereert dat overeenkomst achteraf is opgesteld
De advocaat ging nog een stap verder door vraagtekens te plaatsen bij het moment waarop de overeenkomst zou zijn opgesteld.
Hoewel het document is gedateerd op 1 november 2021, vermoedt Sewcharan dat het pas veel later is opgesteld.
“Het is opgemaakt, want het is gedateerd 1 november 2021. Maar het is niet toen gemaakt. Het is gemaakt onlangs”, stelde hij.
Op de vraag waarop hij deze beschuldiging baseert, verwees Sewcharan naar zijn jarenlange ervaring in de advocatuur.
“Wanneer je 31 jaren in de advocatuur werkt, dan heb je niet veel nodig om te weten wat er gebeurt.”
De advocaat wees er ook op dat de rechter tijdens de behandeling vragen heeft gesteld over het niet eerder overleggen van de overeenkomst in de processtukken.
De bewering dat het document achteraf is opgesteld, is vooralsnog een beschuldiging van de advocaat en geen door de rechter vastgesteld feit. De advocaten van Jap-A-Joe bestrijden dat de overeenkomst ongeldig is.
Volgens Sewcharan geen ontslagresolutie nodig
Een ander belangrijk juridisch geschilpunt betreft de vraag of de president een afzonderlijke ontslagresolutie moet uitvaardigen om de functie van Jap-A-Joe te beëindigen.
Sewcharan stelt dat dit niet nodig is, omdat de wet voorschrijft dat een TAS-directeur voor een periode van vijf jaar wordt benoemd.
Volgens zijn uitleg eindigt de benoeming automatisch wanneer die termijn is verstreken.
“De wet is helder. De wet geeft aan dat de benoeming van de directeur van de TAS geschiedt door een presidentiële resolutie. En die presidentiële resolutie is aan een termijn van vijf jaar gebonden”, aldus de advocaat.
Hij benadrukte dat een arbeidsovereenkomst de wettelijke benoemingsresolutie niet kan vervangen.
De verdediging van Jap-A-Joe houdt daarentegen vol dat het verstrijken van de benoemingstermijn niet automatisch betekent dat ook haar contractuele rechten vervallen. Volgens haar advocaten moet rekening worden gehouden met de bepalingen in de arbeidsovereenkomst, waaronder de opzegtermijn.
TAS vraagt ook voorlopig toegangsverbod
Tijdens de behandeling heeft TAS de rechter daarnaast gevraagd om een voorlopige ordemaatregel.
Volgens Sewcharan is verzocht om Jap-A-Joe en personen die namens haar handelen alvast te verbieden het TAS-gebouw te betreden, totdat de rechter een definitieve beslissing in het kort geding heeft genomen.
De rechter heeft hierover niet onmiddellijk beslist en aangegeven tijd nodig te hebben om de stukken te bestuderen.
Schikkingspoging mislukt
Na de behandeling van beide zaken stelde rechter Praag de partijen in de gelegenheid om te onderzoeken of zij onderling tot een oplossing konden komen.
Die poging leverde geen overeenstemming op.
De rechter zal daarom maandag 26 oktober om 13.45 uur uitspraak doen in de twee kortgedingen, zo werd na de zitting meegedeeld.
Daarmee komt mogelijk meer duidelijkheid over de vraag wie bevoegd is de dagelijkse leiding van TAS uit te oefenen en of de Raad van Commissarissen de bestuursoverdracht kan afdwingen.
De bestuursstrijd houdt TAS inmiddels ruim een week bezig. Eerder ontstonden spanningen toen leden van de RvC probeerden toegang tot de organisatie te krijgen om de leiding over te nemen.
Jap-A-Joe houdt vast aan haar contractuele aanspraken, terwijl de RvC stelt dat haar wettelijke benoemingstermijn is verstreken en dat het bestuur voorlopig bij de raad berust. De rechter moet zich nu uitspreken over de gevraagde voorzieningen.








