Tijdens Wereld Waterdag 2026 klonk opnieuw een waarschuwing die al tientallen jaren bekend is: de kwaliteit van Surinames zoetwater staat onder druk. Volgens professor Max Huisden is bescherming van deze bronnen geen keuze meer, maar een noodzaak.
Suriname beschikt over grote hoeveelheden zoetwater dankzij regenval en natuurlijke aanvoer, maar die rijkdom biedt geen enkele garantie voor veilige waterkwaliteit.
Al sinds de jaren negentig wijzen internationale organisaties zoals de Wereldgezondheidsorganisatie en het United Nations Environment Programme op de risico’s van kwikgebruik in kleinschalige goudwinning. Studies uit het Amazonegebied schatten dat jaarlijks 20 tot 40 ton kwik vrijkomt door deze activiteiten. Een deel daarvan komt terecht in Surinaamse riviersystemen.
De waarschuwingen werden verder bekrachtigd door het Minamata-verdrag, dat werd aangenomen in 2013 en op 16 augustus 2017 in werking trad. Het verdrag verplicht landen om het gebruik van kwik terug te dringen en concrete actieplannen op te stellen — verplichtingen die in Suriname nog steeds nauwelijks zijn geïmplementeerd.
Ook lokaal is de problematiek al meer dan twintig jaar bekend. Onderzoeken uit de vroege jaren 2000 tonen verhoogde kwikconcentraties aan in rivieren zoals de Marowijne en Lawa. Metingen in vissoorten die veel worden geconsumeerd lieten waarden zien van meer dan 0,5 microgram kwik per gram, boven de richtlijn van de WHO voor veilige consumptie. In sommige binnenlandgemeenschappen werden zelfs waarden gemeten die twee tot drie keer hoger lagen, met aantoonbare risico’s voor de neurologische ontwikkeling van kinderen en ongeboren baby’s.
Surinaamse milieuactivisten, waaronder Erlan Sleur, slaan al sinds circa 2010 consequent alarm. In de periode 2010–2020 wees Sleur herhaaldelijk op de structurele vervuiling van waterbronnen en de gevaren van methylkwik — een giftige stof die zich ophoopt in vissen en via de voedselketen de mens bereikt.
Wat ooit werd gepresenteerd als een toekomstig risico, is inmiddels realiteit. Recente rapporten tonen aan dat delen van het Lawagebied zwaar vervuild zijn.
Op sommige locaties is water niet langer veilig voor consumptie zonder behandeling.
Illegale goudwinning blijft zich uitbreiden en brengt naast kwik ook cyanide in het milieu, wat de ecologische schade verder vergroot en herstel bemoeilijkt.
De politieke verantwoordelijkheid is daarbij duidelijk. De huidige minister van Natuurlijke Hulpbronnen, Abiamofo, zit inmiddels aan zijn tweede termijn, maar er zijn nog steeds geen echte lange termijn actieplannen. Hij blijft herhalen dat het “een complex probleem” is, terwijl het gebruik van kwik in de goudwinning gewoon doorgaat. Volgens critici laat dit zien dat Suriname worstelt met falend beleid, waarbij waarschuwingen en internationale verplichtingen onvoldoende worden omgezet in concrete maatregelen.
Tegelijkertijd ontbreekt het aan structurele monitoring. Suriname beschikt niet over een landelijk dekkend systeem dat continu waterkwaliteit meet.
Data zijn vaak gebaseerd op incidentele studies, waardoor trends moeilijk te volgen zijn en ingrijpen te laat komt. Dit vergroot de kloof tussen wat bekend is en wat daadwerkelijk wordt gedaan.
Volgens de Stichting Waterforum Suriname liggen wetsvoorstellen voor beter waterbeheer al geruime tijd klaar.
Deze voorstellen bevatten richtlijnen voor waterkwaliteit, controlemechanismen en bescherming van bronnen, maar wachten nog steeds op behandeling in De Nationale Assemblée. Zonder wettelijke normen en effectieve handhaving blijft beleid steken in goede bedoelingen.
De kern van het probleem is daarmee geen gebrek aan kennis, maar een gebrek aan uitvoering.
Suriname weet wat er speelt, en dat al decennia lang, beschikt over data en is gebonden aan internationale afspraken. Toch blijft ingrijpen uit.
De huidige watercrisis is daarom geen verrassing en geen natuurramp, maar het resultaat van jarenlang uitstel en politieke nalatigheid.
Zolang concrete maatregelen uitblijven, zal de druk op Surinames waterbronnen blijven toenemen. De gevolgen reiken verder dan het milieu alleen: ze raken de volksgezondheid, voedselzekerheid en de toekomst van komende generaties.


