Er was een tijd in de Surinaamse muziekscene waarin je geen streams nodig had om bekend te zijn. Geen volgers, geen marketingteam, geen social media. Alleen talent, mond-tot-mondreclame, studionachten en een groep jonge mannen die geloofden dat ze de hele scene konden overnemen. Die tijd heette Okasi Entertainment.
En in het hart van die periode stonden twee namen die vandaag nog steeds herinneringen oproepen bij muziekliefhebbers: Rashly (Rashly Resida) en Sepul2Ra (Sydmill Amsterdam).
Voor Rashly begon muziek niet in een studio, maar op een kleuterschool. Zijn eerste muzikale herinneringen zijn geen microfoons, maar een zwart-wit televisie met stemmen van Michael Bolton, Aaliyah, Missy Elliot en R. Kelly. Het moment dat zijn moeder een kleuren-tv kocht, veranderde iets. Hij zag Tupac’s Do For Love. Die clip is tot vandaag zijn favoriet. Maar zijn echte basis lag niet bij televisie. Die lag bij zijn grootmoeder, Fidelia White, die hem op een podium zette om te zingen in de kerk van de EBG-gemeente Flora. Zij zag iets in hem voordat hij het zelf zag.
Aan de andere kant van de stad stond een 11-jarige jongen op een rapcontest. Dat was het begin van Sydmill’s muzikale reis. Later zou hij zichzelf Sepul2Ra noemen, geïnspireerd door een Braziliaanse rockband, maar met een eigen schrijfwijze en betekenis. Elke letter van zijn naam kreeg een persoonlijke lading.
Hun paden kruisten elkaar rond 2010, niet in een studio, maar in de Domineestraat. Sydmill verkocht daar zijn eigen muziek op straat. Hij zag Rashly in de verte aankomen, de zanger die hij kende van televisie, van het nummer Long Boi met Yogi-D en NNC. Hij was onder de indruk van diens stemkleur. Zonder aarzeling stapte hij op hem af en vroeg: “Laten we samen een lied maken.” Geen management, geen planning. Gewoon lef.
Voor Rashly was Sydmill toen een jonge, vrijmoedige rapper uit de hiphopscene rond Lyrical Forces, Cracy G en Donny Blaze. Rashly was van nature gesloten, maar Sydmill brak daar moeiteloos doorheen. Hij maakte de koppeling met Giovanni Ravenberg.
Dat moment op het balkon van Giovanni Ravenberg werd het begin van iets wat ze toen zelf nog niet konden bevatten. “Gio had een aparte vibe en lach,” herinnert Rashly zich. “Soms leek hij niet serieus. Maar Giovanni Ravenberg is een genie. Alles wat hij aanraakt, wordt goud.”
Okasi Entertainment was geen klassiek label. Het was een broedplaats. Met Giovanni Ravenberg als producer/CEO en Theo Clarke, beter bekend als Oom Thoo, als PR, werd de lat elke dag hoger gelegd. Sepul2Ra omschrijft die periode in één woord: geniaal. “De lat werd altijd hoog gelegd, waardoor we classics for days hebben uitgebracht.”
Rashly’s rol was eenvoudig: muziek maken en het beste product zijn van Okasi. Sepul2Ra was rapper én zanger binnen het collectief. Wat hen verbond, was het gevoel dat ze elkaar al jaren kenden. De samenwerking ging vanzelf. Ze hadden dezelfde drive.
De lijst van tracks die in die periode ontstonden, leest vandaag als een nostalgische playlist: Gi Yu, Ef’ A Kang, Doe ’t voor je nieuwe man, Tijdloos, Kill Somebody, Nomo Nomo. Muziek die niet alleen werd beluisterd, maar werd beleefd.
Hun fanbase bestond uit jongeren en jongvolwassenen. Overal waar ze kwamen, kende men hun muziek. “Het voelde als liefde,” zegt Sydmill. Tot op heden herkennen mensen hem nog.
De shows waren legendarisch. Het voorprogramma van Omarion, waar Rashly en Sepul2Ra samen met Blessy Youth optraden. Het optreden in het André Kamperveen Stadion voor Chris Martin, Tarrus Riley en Beenie Man. Maar Rashly’s meest dierbare herinnering is persoonlijker. Hij was leerkracht op LTS2 toen hij in het voorprogramma van Omarion stond. Zonder dat hij het wist, had zijn hele klas afgesproken om hem te verrassen. Tijdens zijn optreden stond ineens zijn volledige klas voor het podium. “Ik schrok, maar moest lachen. Dat moment vergeet ik nooit.”
Toch was het niet alleen glitter. Het werd moeilijk om artiest, leerkracht en privépersoon tegelijk te zijn. Rashly kreeg ruzie met Gio en besloot uit Okasi te stappen. Hij maakte de track Trik Mi. Later hoorde hij van Gio dat hij die track geweldig vond. Ze spraken het uit, maar de dynamiek was veranderd.
Voor Sepul2Ra was dat moment ook teleurstellend. “De leukste herinneringen waren met Rashly en de hele Okasi-crew. Toen hij vertrok, voelde dat als een breuk.”
Achter de artiesten stonden ook mannen met een privéleven. Aandacht, bekendheid, verwachtingen; het was soms lastig te combineren met thuis. Maar het was ook een unieke ervaring die hen vormde.
Rashly’s leven nam later een zware wending. Zijn vrouw, met wie hij pas getrouwd was, werd ziek. Kanker. Uitgezaaid. Hij zag haar achteruitgaan en kon niets doen. Alsof dat niet genoeg was, werd haar graf later opengebroken. “Een zwarte bladzijde,” noemt hij het. Zijn kracht haalt hij nu uit zijn drie kinderen en zijn geloof. Zijn kinderen zingen soms met hem mee. Hij hoopt dat een van hen ooit een cover doet van Gi Yu.
Sydmill koos een ander pad. Hij werd politieagent. De discipline die hij als artiest leerde, altijd op tijd, respect voor mensen, omgaan met verschillende karakters, nam hij mee in zijn werk. Hij heeft één kind en ziet dat muziek ook daar weer terugkomt.
Vandaag mist hij het artiestenleven soms, maar hij kiest voor rust. In de toekomst wil hij muziek weer oppakken, op een andere manier: als producer.
Rashly werkt in het onderwijs, is politiek actief en studeert rechten. Hij wil opkomen voor mensen die dat zelf niet kunnen. Muziek heeft hem geleerd hoe hij met mensen moet omgaan, met bekendheid, met situaties.
Als ze terugkijken op die jaren, overheerst geen spijt, maar nostalgie. “Het was goed. Damn, het was echt goed,” zegt Rashly. “Ik had meer moeten lachen en genieten.”
En misschien is dat precies wat de Okasi-jaren zo bijzonder maakt. Niet alleen de muziek, maar de vriendschap die ontstond op een zaterdag in de Domineestraat. Het balkon van een producer die goud bleek aan te raken. De studionachten met Oom Thoo. De shows, de fans, de dromen.
Het was een tijd waarin twee jonge mannen, zonder te weten wat de toekomst zou brengen, simpelweg deden wat ze het liefste deden: muziek maken.
En ergens in Suriname, als Gi Yu of Ef’ A Kang vandaag nog wordt afgespeeld, komt die tijd heel even weer tot leven.










