De Vereniging Surinaamse Nederlanders (VSN) heeft na het eerste overleg tussen de Surinaamse minister van Buitenlandse Zaken, Melvin Bouva en de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Tom Berendsen, opgeroepen tot concrete uitvoering van de Toescheidingsovereenkomst tussen Suriname en Nederland.
De organisatie zegt de hervatte diplomatieke dialoog tussen beide landen te waarderen, maar stelt tegelijk dat een belangrijk en volgens haar nog altijd onopgelost dossier opnieuw buiten beschouwing is gebleven. Het gaat om de naleving van de Toescheidingsovereenkomst, die in het kader van de onafhankelijkheid van Suriname werd gesloten.
Volgens de VSN bevat deze overeenkomst bindende afspraken over nationaliteit, rechtspositie en de bescherming van burgers. De organisatie stelt dat veel betrokkenen tot op heden nog steeds rechtsgevolgen ondervinden, omdat de afspraken niet volledig, niet consequent of onvolledig zijn uitgevoerd.
In een oproep aan de Surinaamse regering onder leiding van president Jennifer Geerlings-Simons en de Nederlandse regering onder leiding van minister-president Rob Jetten en minister Tom Berendsen, vraagt de VSN om de overeenkomst integraal te erkennen als juridisch bindend kader. Ook pleit de organisatie voor concrete stappen om vooral artikel 5 lid 2 en 3 volledig uit te voeren.
Daarnaast wil de VSN dat er een gezamenlijke werkgroep komt die toezicht houdt op de naleving, uitvoering en het rechtsherstel. Ook zouden betrokken burgers actief geïnformeerd moeten worden, zodat zij meer rechtszekerheid krijgen.
De organisatie benadrukt dat duurzame en gelijkwaardige samenwerking tussen Suriname en Nederland volgens haar niet los kan worden gezien van het respecteren van eerder gemaakte afspraken. Het vertrouwen tussen staten hangt volgens de VSN mede af van de bereidheid om verdragsverplichtingen na te komen.
De VSN laat weten deze kwestie zowel nationaal als internationaal onder de aandacht te zullen blijven brengen. Daarbij wordt niet uitgesloten dat verdere juridische en institutionele stappen zullen worden overwogen als concrete vooruitgang uitblijft.
Volgens de organisatie biedt de recente diplomatieke toenadering juist een geschikt moment om ook dit dossier alsnog op een rechtvaardige manier af te handelen.
