“We zijn een voorstander van een eigen pelmolen”, noemt William Waidoe, onderdirecteur LVV Regio West, als één van de oplossingen voor de problemen in de rijstsector.
Waidoe zegt dat binnen een markt mechanisme concurrentie altijd goed is, wanneer de markt geliberaliseerd is. “Maar alleen vanwege ons verantwoordelijkheid, sociaal maatschappelijk, moeten we nu kijken richting naar een eigen pelmolen”, zegt de onderdirecteur. Hij weet dat er kritiek zal zijn hierop, want velen zijn van mening dat de overheid geen eigen pelmolen moet hebben.
De staat moet niet concurreren, maar altijd faciliterend optreden. Staatsbedrijven ook geen goede reputaties, want velen draaien op verlies, gaan over de kopen of worden ingezet om corruptieve handelingen te dekken van regeringsfunctionarissen. De bewindsman is niet bang hiervoor, omdat volgens de nieuwe Burgerlijke Wetboek zijn de staatsbedrijven goed beschermd. “Een raad kan niet zomaar iets doen ten nadele van de staat. Dus we zijn een voorstander van een eigen pelmolen of een pelmolen voor de padieboeren”.
Hij haalt ook aan dat de padieboeren in de sector het groter plaatje moeten zien, want het gaat om de toekomst voor de komende generaties. “Alles moet in eenheid gedaan worden en in samenwerking”. Volgens hem moeten de landbouwers niet alleen op de staat wachten, maar zelf ook verantwoordelijkheden nemen.
Waidoe benadrukte dat boeren in coöperatie verband veel zaken zelf kunnen doen, maar op de een of ander manier lukt de samenwerking maar niet. “Het gaat slecht om de mind shift”. De onderdirecteur haalt aan dat als alle politieke spelletjes aan de kant gezet moeten worden, er moet niet gewerkt worden aan enge belangen en er moet gekeken worden naar de vooruitgang van de sector en het land.

