De werkgroep Decentralisatie en Grondenrechten heeft maandag 16 maart 2026 overleg gevoerd met het ministerie van Regionale Ontwikkeling (RO) over samenwerking en beleidsafstemming rond decentralisatie en collectieve grondenrechten. De ontmoeting vond plaats op het Kabinet van de President.
De werkgroep heeft als opdracht de president te adviseren over decentralisatie en grondenrechten. Dat gebeurt via inventarisaties, evaluaties en consultaties met verschillende actoren, met als doel te komen tot breed gedragen beleidsvoorstellen.
Edgar Dikan, presidentieel adviseur en lid van de werkgroep, zegt dat het team zich de afgelopen maanden vooral heeft gericht op het bestuderen van bestaande rapporten, workshops en conceptwetgeving. Volgens hem was de eerste stap het bundelen en analyseren van alle beschikbare informatie, voordat gesprekken met belanghebbenden worden gestart.
De werkgroep begint nu met consultaties met verschillende stakeholders, in het bijzonder inheemse en tribale gemeenschappen. Het uiteindelijke doel is te komen tot een breed gedragen wetsvoorstel dat aan de president zal worden aangeboden.
Minister Miquella Huur van Regionale Ontwikkeling gaf aan dat het overleg vooral diende als kennismaking en als startpunt voor verdere samenwerking. Volgens de bewindsvrouw is het van belang om te werken aan meer eenduidigheid in het beleid rond grondrechten en decentralisatie.
Huur benadrukte dat beide beleidsterreinen onder de taakstelling van haar ministerie vallen. Zij wees er ook op dat er al programma’s lopen om het decentralisatieproces verder te versterken, onder meer in samenwerking met de districtscommissariaten.
Tijdens het gesprek bracht de minister verder naar voren dat het ministerie reeds consultatierondes heeft gehouden met inheemse en tribale gemeenschappen. Volgens haar blijven de directoraten die zich bezighouden met inheemse en tribale volken in gesprek met deze groepen, zodat hun inzichten en behoeften onderdeel blijven van het beleidsproces.














