Minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning waarschuwt dat Suriname, ondanks een positieve beoordeling van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), waakzaam moet blijven voor nieuwe economische druk. Volgens de minister is de huidige stabiliteit van de wisselkoers en de relatief beheerste inflatie geen reden om achterover te leunen.
“Het is nu nog goed. Maar laten we nog niet juichen en alleen maar hopen dat het beter wordt”, zegt Wijnerman. Zij wijst erop dat de aanhoudende wereldcrisis en de gesprekken met vakbonden de komende periode opnieuw invloed kunnen hebben op de inflatie en de wisselkoers.
Het IMF heeft Suriname recent positief beoordeeld. Volgens het fonds vertoont de economie tekenen van stabilisatie, ondanks mondiale uitdagingen. Wijnerman zegt tevreden te zijn met deze beoordeling, maar benadrukt dat de kwetsbaarheden van de Surinaamse economie nog steeds groot zijn. De relatie met het IMF is volgens haar sinds het aantreden van de regering stabiel gebleven en de samenwerking wordt constructief voortgezet.
Een belangrijk risico blijft de sterke importafhankelijkheid van Suriname, vooral bij brandstof. Om burgers te beschermen tegen forse prijsstijgingen heeft de overheid een prijsplafond ingesteld. Volgens Wijnerman leidt dit echter wekelijks tot aanzienlijk inkomstenverlies voor de staat. Daardoor blijft er minder financiële ruimte over voor investeringen in onder meer productie en sociale sectoren.
De minister vindt dat er dringend meer aandacht moet komen voor het stimuleren van lokale productie. Zij noemt daarbij onder andere de rijstsector en de bredere landbouwsector. Volgens Wijnerman is tijdens de recente Agrobeurs opnieuw gebleken dat er veel potentie is, maar dat kapitaalgebrek een groot obstakel vormt voor producenten.
De overheid heeft volgens de minister vooral een faciliterende en voorwaardenscheppende rol. Dat betekent dat de staat de juiste omstandigheden moet creëren, zodat ondernemers en producenten kunnen groeien.
Met het oog op de toekomst pleit Wijnerman voor verdere economische diversificatie. Suriname moet volgens haar niet uitsluitend rekenen op inkomsten uit olie en gas, maar ook investeren in andere sectoren, zoals toerisme, landbouw en productie.
“We kunnen toch niet zitten wachten op geld dat komt voor olie. We moeten nu alvast bouwen, zodat je verder kan gaan wanneer olie eens ophoudt”, aldus de minister.














