De politie van bureau Livorno heeft op dinsdag 24 maart 2026 de 23-jarige J.R. aangehouden op verdenking van verduistering. De verdachte meldde zich op het politiebureau nadat hij daartoe was ontboden.
De zaak kwam aan het rollen nadat zijn 52-jarige vader, J.S., in februari 2026 aangifte tegen hem had gedaan. Uit het voorlopige politieonderzoek blijkt dat de vader een geldbedrag had ontvangen als pensioenuitkering van zijn voormalige werkgever, waar hij tien jaar in dienst was geweest.
Volgens het onderzoek had de man het geld aanvankelijk in bewaring gegeven aan zijn zus, omdat hij met vakantie naar het buitenland vertrok. Na zijn terugkeer haalde hij het geld weer op en gebruikte een deel ervan voor de aanschaf van huishoudelijke apparatuur. Het resterende bedrag gaf hij vervolgens in goed vertrouwen aan zijn zoon om te bewaren.
Toen de vader zijn zoon vorig jaar om het geld vroeg, zou die hebben aangegeven het bedrag later te zullen brengen. Daarna bleek de zoon echter niet meer bereikbaar te zijn. Voor de vader was dat aanleiding om aangifte te doen bij de politie.
De verdachte werd daarna opgespoord op zijn woonadres, maar werd daar niet aangetroffen. Vervolgens werd hij telefonisch opgedragen zich te melden op het politiebureau. Volgens de politie ontkende hij tijdens het gesprek dat zijn vader hem ooit geld in bewaring had gegeven.
J.R. meldde zich uiteindelijk op 24 maart 2026 bij het bureau, waar hij direct werd aangehouden en in verzekering gesteld.

