Landbouwministers uit Zuid-Amerika maken zich zorgen over mogelijke nieuwe Europese regels voor resten van bestrijdingsmiddelen op landbouwproducten.
Volgens een onderzoek van het Inter-Amerikaans Instituut voor Samenwerking op Landbouwgebied (IICA) kunnen de voorgestelde wijzigingen gevolgen hebben voor de landbouwexport uit Noord-, Midden- en Zuid-Amerika met een jaarlijkse handelswaarde van ongeveer USD 44,2 miljard. De ministers willen gezamenlijk optrekken om te voorkomen dat de Europese maatregelen onnodige handelsbelemmeringen veroorzaken.
Tijdens een bijeenkomst op donderdag 5 november 2026 in Asunción, Paraguay, spraken de ministers van Landbouw van de Southern Agricultural Council (CAS) unaniem hun steun uit voor de inspanningen van het IICA. De organisatie presenteerde een uitgebreid onderzoek naar de mogelijke gevolgen van Europese regelgeving voor de maximale residulimieten (MRL) van bestrijdingsmiddelen in landbouwproducten.
Volgens de ministers kunnen de voorgestelde veranderingen leiden tot onzekerheid in de internationale voedselhandel. Ook vrezen zij dat de voorspelbaarheid van handelsafspraken wordt aangetast en dat het multilaterale handelssysteem onder druk komt te staan.
Gezamenlijk optreden tegen Europese handelsbeperkingen
De hebben IICA-directeur-generaal Muhammad Ibrahim gevraagd een bijeenkomst te organiseren met landbouwministers uit het gehele Amerikaanse continent. Het doel is om tot een gezamenlijk standpunt te komen over de Europese voorstellen.
De betrokken landen vinden dat eventuele aanpassingen van de regelgeving gebaseerd moeten zijn op wetenschappelijke risicoanalyses. Daarmee moet de gezondheid van consumenten worden beschermd, zonder dat landbouwproducten onnodig van internationale markten worden geweerd.
Tijdens de bijeenkomst in Paraguay werd ook een actieplan opgesteld. Daarin is onder meer opgenomen dat de kwestie onder de aandacht van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) wordt gebracht. Daarnaast zijn verschillende initiatieven in Europa voorzien om de bezwaren en zorgen van de landbouwproducerende landen kenbaar te maken.
Vooral Brazilië en Argentinië kwetsbaar
Uit het onderzoek Impact Assessment of EU MRL Restrictions on the Americas’ Agri-Food Exports, dat in opdracht van het IICA werd uitgevoerd door onderzoeksbureau Bryan Christie, blijkt dat landbouwproducten met een gezamenlijke jaarlijkse handelswaarde van ongeveer USD 44,2 miljard mogelijk door de Europese maatregelen worden geraakt. Dit bedrag is gebaseerd op de gemiddelde handelswaarden over de periode 2022 tot en met 2024.
Brazilië en Argentinië vertegenwoordigen samen 88 procent van de handelswaarde die binnen de CAS-landen aan de mogelijke nieuwe regels wordt blootgesteld.
Vooral de sojasector loopt risico. In Argentinië, Brazilië en Paraguay behoort soja, waaronder sojaschroot dat wordt gebruikt als veevoer, tot de belangrijkste exportproducten die door de maatregelen kunnen worden getroffen.
Andere kwetsbare landbouwproducten zijn pinda’s en zonnebloempitten uit Argentinië, koffie en mango’s uit Brazilië, noten, avocado’s en kiwi’s uit Chili, paranoten uit Bolivia, pinda’s uit Paraguay en koolzaad uit Uruguay.
Het onderzoek benadrukt dat overheden, producenten en exporteurs hun wetenschappelijke gegevens, standpunten en handelsstrategieën beter op elkaar moeten afstemmen om hun belangen bij internationale onderhandelingen te verdedigen.
Oproep tot snellere maatregelen
De Argentijnse delegatie sprak tijdens de bijeenkomst waardering uit voor het onderzoek van het IICA. Volgens de vertegenwoordiging levert de organisatie belangrijke wetenschappelijke informatie waarmee landbouwlanden hun handelsbelangen kunnen verdedigen en investeringsbeslissingen op het gebied van onderzoek en ontwikkeling beter kunnen onderbouwen.
De delegatie benadrukte dat snel handelen noodzakelijk is om mogelijke negatieve gevolgen voor de handel en landbouwproductie te beperken.
De CAS bestaat uit de landbouwministers van Argentinië, Bolivia, Brazilië, Chili, Paraguay en Uruguay. Het samenwerkingsverband speelt al ruim twintig jaar een belangrijke rol bij de afstemming van het regionale landbouwbeleid.
De ministers benadrukken dat internationale voedselhandel gebaat is bij duidelijke, transparante en wetenschappelijk onderbouwde regels. Volgens hen moeten nieuwe voorschriften niet alleen de voedselveiligheid garanderen, maar ook in overeenstemming zijn met bestaande internationale handelsafspraken.











