Dat mensen een sociale uitkering ontvangen terwijl zij daar geen recht op hebben, moet worden aangepakt. Daarover hoeft geen discussie te bestaan. Maar als transparantie en controle op gemeenschapsgeld het uitgangspunt zijn, mag die controle niet alleen worden toegepast op burgers die afhankelijk zijn van sociale voorzieningen.
Dat er mensen zijn die een sociale uitkering ontvangen terwijl zij daar geen recht op hebben, moet worden aangepakt. Daarover hoeft geen discussie te bestaan.
Maar de oplossing kan niet zijn dat de overheid de namen van uitkeringsgerechtigden openbaar maakt en vervolgens de samenleving laat meehelpen controleren wie wel of geen recht heeft op dat geld.
De minister van Sociale Zaken heeft aangegeven dat de bestanden moeten worden opgeschoond. Het aantal geregistreerden voor sociale voorzieningen gaat inmiddels richting de 200.000. Volgens de minister zouden namen openbaar worden gemaakt om sociale controle mogelijk te maken.
Dit vind ik een verregaande maatregel.
Trek de lijn dan consequent door
Want als het uitgangspunt wordt: wie mogelijk onterecht gemeenschapsgeld ontvangt, mag met naam en toenaam door de samenleving worden gecontroleerd, dan moet die lijn consequent worden doorgetrokken.
Niet alleen naar de mensen met een Moni Karta.
Dan kijken we ook naar de rest van de overheid.
Dan willen we weten wie vergoedingen ontvangt waarop mogelijk geen recht bestaat. Welke commissieleden worden betaald en waarvoor? Welke declaraties worden ingediend en hoe worden die gecontroleerd? Welke adviseurs worden betaald? Welke vergoedingen worden binnen ministeries en staatsinstellingen verstrekt?
Dezelfde transparantievraag moet dan ook gesteld kunnen worden bij instellingen en bedrijven waarbij gemeenschapsgeld een rol speelt: bij het SZF, de SLM, ABS, EBS, SWM, de telecomsector en andere overheids- en staatsorganisaties.
Ik zeg niet dat daar mensen onrechtmatig geld ontvangen.
Het betekent wel dat wanneer controle op gemeenschapsgeld het principe is, dat principe niet bij één groep burgers kan ophouden.
Waarom zou de samenleving wel moeten weten dat een bepaalde burger een sociale uitkering ontvangt, maar niet dezelfde mate van openheid krijgen over andere betalingen uit publieke middelen?
Daar zit voor mij het probleem.
Recht op privacy
De Grondwet van Suriname bepaalt in artikel 17 dat eenieder recht heeft op eerbiediging van zijn privéleven.
Artikel 8 bepaalt daarnaast dat niemand mag worden gediscrimineerd op onder meer economische positie, sociale omstandigheden of enige andere status.
Dat betekent niet automatisch dat iedere vorm van bekendmaking van namen verboden is. Maar het betekent wel dat de overheid moet kunnen uitleggen waarom openbaarmaking noodzakelijk is, wat de wettelijke grondslag daarvoor is en waarom minder ingrijpende vormen van controle niet voldoende zouden zijn.
Dat is juist nu des te belangrijker, omdat Suriname nog bezig is met wetgeving rond openbaarheid en bescherming van persoonsgegevens. De ontwerpwet Bescherming Privacy en Persoonsgegevens ligt nog bij De Nationale Assemblée. Ook over wetgeving rond openbaarheid van bestuur zijn in 2026 commissievergaderingen gehouden.
Openbaarheid betekent bovendien niet automatisch dat alles over iedere burger openbaar moet worden gemaakt.
Een namenlijst is niet altijd hetzelfde
Het ministerie heeft in het verleden ook namenlijsten gepubliceerd voor de distributie van Moni Karta’s. Daarbij was het doel dat mensen konden zien wanneer zij hun kaart moesten ophalen.
Dat is iets anders dan namen publiceren zodat anderen kunnen beoordelen of iemand volgens hen arm genoeg, kwetsbaar genoeg of behoeftig genoeg is om een uitkering te ontvangen.
Daar moeten we heel voorzichtig mee zijn.
Een buurman weet misschien dat iemand een auto heeft. Maar weet hij ook hoe die auto is verkregen? Weet hij wat iemand verdient? Kent hij de medische, financiële of gezinssituatie? Weet hij welke beschikking aan een uitkering ten grondslag ligt?
Sociale controle kan daardoor ook leiden tot verdachtmakingen, schaamte en publieke veroordeling van mensen die gewoon recht hebben op hun voorziening.
Fraude bestrijden zonder publieke veroordeling
Fraude moet worden bestreden.
Maar daarvoor heeft de overheid instrumenten nodig: goede registratie, periodieke hercontrole, bestandsvergelijking waar dat wettelijk is toegestaan, interne controle en onderzoek naar verdachte aanvragen en uitbetalingen.
Er kan eventueel ook een vertrouwelijk meldpunt komen waar concrete informatie over mogelijk misbruik kan worden doorgegeven. Noem het desnoods een kliklijn.
Als bijna 200.000 registraties moeilijk te controleren zijn, ligt daar een grote bestuurlijke opdracht.
Investeer dan in controle.
Maar de verantwoordelijkheid van de overheid om haar eigen systeem te controleren, kan niet zonder verdere waarborgen worden verschoven naar de samenleving.
En vooral niet alleen wanneer het gaat om mensen die onderaan de maatschappelijke ladder staan.
Controleer dan alles
Want als we werkelijk zeggen dat gemeenschapsgeld tot op de laatste cent moet worden gecontroleerd, dan ben ik het daarmee eens als beginsel van transparantie.
Maar dan moet die controle breed worden toegepast.
Op sociale uitkeringen.
Op commissiegelden.
Op declaraties.
Op vergoedingen.
Op staatsbedrijven en publieke instellingen.
Op projecten waarvoor miljoenen worden uitgetrokken.
En ook op bestuurders en functionarissen die uit de staatskas worden betaald.
Dan trekken we één lijn.
Wat niet wenselijk is, is een systeem waarbij maximale openbaarheid wordt verlangd van de burger die afhankelijk is van een sociale voorziening, terwijl bij andere bestedingen van gemeenschapsgeld veel minder inzicht beschikbaar is.
Dat zou geen volledige transparantie zijn.
Dat zou selectieve transparantie zijn.
Wie gemeenschapsgeld wil controleren, moet het hele systeem controleren.
Niet alleen de mensen onderaan.
Voor de website zou ik de vetgedrukte zin over “selectieve transparantie” eventueel als pull-quote uitlichten. De tussenkoppen maken de column ook geschikter voor mobiel lezen en Google Discover.
Tra Fas’ De
In Tra Fas’ De deelt auteur Gloria Bottse haar visie op maatschappelijke, politieke en bestuurlijke vraagstukken in Suriname. De rubriek biedt ruimte voor kritische duiding, reflectie en opinie, met als doel verdieping te brengen in onderwerpen die de samenleving raken.










