Cuba wil zijn economie verder openstellen, maar het Amerikaanse handelsembargo staat de uitvoering van die hervormingen in de weg. Dat zegt vicepremier en minister van Buitenlandse Handel Oscar Pérez-Oliva Fraga in een interview met persbureau Reuters. De Verenigde Staten vinden op hun beurt dat de Cubaanse hervormingen niet ver genoeg gaan.
Cuba kondigde in juni ingrijpende economische hervormingen aan die meer ruimte moeten geven aan de marktwerking. Volgens Pérez-Oliva kan het land daarmee pas verder komen als Washington de sancties versoepelt. Hij wijst onder meer op de Amerikaanse olieblokkade, waardoor de brandstofaanvoer uit landen die voorheen belangrijke leveranciers waren sterk is teruggelopen.
De vicepremier bestrijdt dat Cuba Amerikaanse bedrijven buiten de deur wil houden. Volgens hem verhindert juist het handelsembargo dat zij op het eiland kunnen investeren of zaken kunnen doen. Washington stelt daartegenover dat de hervormingen onvoldoende zijn en dringt aan op vrije en eerlijke verkiezingen.
Pérez-Oliva ontkent ook berichten dat vertegenwoordigers van bedrijven met banden met de Amerikaanse president Donald Trump dit jaar met Cubaanse functionarissen over zakelijke mogelijkheden hebben gesproken. Hij zegt niet op de hoogte te zijn van contact tussen dergelijke bedrijven en de Cubaanse overheid.
De spanningen hebben gevolgen voor buitenlandse investeerders. Het Canadese Sherritt International heeft zijn directe deelname aan een Cubaans mijnbouwproject opgeschort. Ook het Australische Antilles Gold bekijkt volgens Pérez-Oliva hoe het zijn activiteiten kan voortzetten. De bedrijven hebben zich volgens hem niet uit Cuba teruggetrokken; Reuters kreeg van beide geen reactie op zijn uitspraken.








