Suriname heeft tijdens de 41ste zitting van de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied (ECLAC) gepleit voor meer technische ondersteuning en een sterkere Caribische inbreng in de regionale besluitvorming. Volgens de Surinaamse delegatie moeten beleidsanalyses en internationale samenwerking leiden tot uitvoerbare projecten en tastbare ontwikkelingsresultaten.
De driedaagse bijeenkomst werd op 9 oktober afgesloten in Santiago de los Caballeros, in de Dominicaanse Republiek. Suriname werd vertegenwoordigd door directeur Internationale Samenwerking Elizabeth Bradley en Charissa Dhauri van de Duurzame Ontwikkelingsdesk. Het ministerie van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking maakte de inzet van de delegatie bekend in een persbericht van 14 oktober.
Tijdens de zitting bespraken de deelnemende landen economische, sociale en technologische uitdagingen. Daarbij ging het onder meer over productiviteit, innovatie, versterking van overheidsinstellingen en sociale ontwikkeling. De Surinaamse delegatie benadrukte dat de beschikbare kennis moet worden omgezet in beleid dat daadwerkelijk kan worden uitgevoerd.
Technische ondersteuning
Suriname sprak waardering uit voor de ondersteuning van ECLAC bij de voorbereiding van de Voluntary National Review 2025. In deze rapportage heeft het land de voortgang bij de uitvoering van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen geëvalueerd.
Ook wees de delegatie op de samenwerking binnen het DA-16-programma, dat de beleids- en uitvoeringscapaciteit van Caribische landen moet versterken. Suriname ontving via dit programma ondersteuning bij onder meer strategische beleidsplanning, statistische analyse, kosten-batenanalyses en projectontwikkeling.
Volgens de delegatie moet de volgende stap zijn om de opgebouwde kennis en capaciteit toe te passen. Suriname vroeg daarom om verdere samenwerking bij ontwikkelingsplanning, het verbeteren van statistieken en het uitwerken van nationale prioriteiten tot financierbare projecten.
Meer invloed voor Caribische landen
Daarnaast vroeg Suriname aandacht voor de positie van het Caribisch gebied binnen ECLAC. Het land benadrukte de rol van het Caribbean Development and Cooperation Committee (CDCC), waarin Caribische landen hun gezamenlijke ontwikkelingsprioriteiten afstemmen.
Suriname, dat van 2022 tot 2024 voorzitter was van dit comité, pleitte ervoor CDCC-bijeenkomsten tijdig vóór de reguliere ECLAC-zittingen te organiseren. Daardoor kunnen Caribische landen gezamenlijke standpunten voorbereiden en meer invloed uitoefenen op de regionale beleidsagenda.
De delegatie wees daarbij op de kwetsbaarheid van kleine economieën voor klimaatverandering en externe economische schokken. Het comité moet volgens Suriname ook meer dienen als platform om gezamenlijke problemen praktisch aan te pakken.
Kansen en risico’s van AI
Tijdens de bijeenkomst kwam ook de invloed van kunstmatige intelligentie op de regionale ontwikkeling aan bod. In een afzonderlijk panel werd gesproken over de kansen van AI voor productiviteit en economische ontwikkeling, maar ook over het risico van toenemende afhankelijkheid van buitenlandse technologie.
Volgens het ministerie zijn deze vraagstukken relevant voor de digitalisering van de Surinaamse economie en overheid. Investeringen in kennis, digitale vaardigheden, infrastructuur en institutionele capaciteit zijn nodig om technologische mogelijkheden te benutten.
De opvolging van de besproken beleidsrichtingen krijgt onder meer aandacht tijdens het regionale forum over duurzame ontwikkeling, dat volgens het ministerie in april 2027 in Chili plaatsvindt. Daar wordt de voortgang van de Agenda 2030 en de Duurzame Ontwikkelingsdoelen besproken. De volgende reguliere ministeriële zitting van ECLAC staat gepland voor 2028 in Panama.







