Terwijl er nog US$ 42,5 miljoen beschikbaar is voor de verbetering van het onderwijs in Suriname, kampen verschillende scholen met achterstallige renovaties, gebrekkige sanitaire voorzieningen en problemen bij de levering van schoolmeubilair.
Het nieuwe schooljaar is inmiddels begonnen, maar niet alle onderwijsinstellingen zijn volledig gereed om leerlingen en leerkrachten onder optimale omstandigheden te ontvangen. Op verschillende scholen zijn renovaties nog niet afgerond. Bij andere zijn werkzaamheden uitgevoerd zonder dat essentiële voorzieningen, zoals toilettengroepen, zijn aangepakt. Volgens Currie is het ministerie hierover in gesprek met de betrokken aannemer. De problemen moeten alsnog worden verholpen.
Miljoenen beschikbaar, maar uitvoering blijft uitdaging
Voor de verbetering van de onderwijsinfrastructuur is volgens de minister nog US$ 42,5 miljoen beschikbaar uit het sociaal fonds. Daarvan is US$ 15 miljoen bestemd voor de renovatie van bestaande scholen en US$ 15 miljoen voor nieuwbouw. Verder is US$ 10 miljoen gereserveerd voor schoolmeubilair en leermiddelen, terwijl US$ 2,5 miljoen beschikbaar is voor digitalisering.
Hoewel de aanbestedingen inmiddels hebben plaatsgevonden, is daarmee nog niet gegarandeerd dat alle scholen op korte termijn over de benodigde voorzieningen beschikken. De uitvoering en de logistieke organisatie blijven belangrijke aandachtspunten.
Een opvallend knelpunt is het vervoer van schoolmeubilair. Volgens Currie zijn er voldoende meubelen en leermiddelen beschikbaar, maar beschikt het ministerie over slechts twee voertuigen om deze naar scholen te brengen. Hierdoor ontstaan vertragingen bij de bevoorrading, terwijl onderwijsinstellingen juist aan het begin van het schooljaar behoefte hebben aan voldoende materialen.
Scholen moesten tekorten melden
Om vast te stellen hoe groot de problemen zijn, heeft Currie schooldirecteuren gevraagd uiterlijk 15 oktober de situatie op hun scholen in kaart te brengen. Uiterlijk 22 oktober moeten eventuele tekorten bij het ministerie bekend zijn. De inventarisatie moet duidelijk maken welke scholen nog met gebreken kampen en welke voorzieningen met voorrang moeten worden aangepakt.
Dat de problemen gevolgen hebben voor de voortgang van het onderwijs blijkt onder meer uit de situatie op een school in Nickerie. Die kon op 1 oktober niet met de lessen beginnen. Volgens de planning moest de school op 15 oktober alsnog starten. Ook het Miranda Lyceum in Paramaribo heeft aandacht nodig vanwege noodzakelijke renovatiewerkzaamheden.
Lerarentekort en digitalisering vergroten uitdagingen
Naast de fysieke staat van de schoolgebouwen blijft het tekort aan leerkrachten een belangrijk probleem. De minister werkt aan maatregelen om meer onderwijsgevenden beschikbaar te krijgen. Tegelijkertijd wil het ministerie investeren in de digitalisering van het onderwijs. Vooral in het binnenland zijn daarvoor nog belangrijke infrastructurele verbeteringen nodig.
Currie benadrukt dat het beschikbaar stellen van computers en andere apparatuur niet voldoende is. Leerkrachten moeten ook worden begeleid bij het gebruik van digitale onderwijsmiddelen. Het ministerie wil daarom met Telesur en Datasur overleggen over de mogelijkheden om bestaande digitale infrastructuur beter te benutten.
Investeringen moeten merkbaar worden op scholen
Currie heeft inmiddels scholen in Paramaribo en Brokopondo bezocht om zich persoonlijk op de hoogte te stellen van de omstandigheden. Bezoeken aan Moengo en Albina staan eveneens op het programma. In januari wil hij onder meer Coronie, Wageningen en Commewijne aandoen.
De beschikbare US$ 42,5 miljoen biedt mogelijkheden om een deel van de bestaande problemen aan te pakken. De vraag is echter hoe snel de middelen kunnen worden omgezet in concrete verbeteringen.
Voor leerlingen en leerkrachten zal het resultaat uiteindelijk niet worden afgemeten aan de bedragen die beschikbaar zijn, maar aan de staat van hun schoolgebouwen, de aanwezigheid van voldoende meubilair en de kwaliteit van de voorzieningen waarmee zij dagelijks moeten werken.









