De Raad van Commissarissen (RvC) van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) wil duidelijkheid over de eerdere stopzetting van een onderzoek door de Centrale Landsaccountantsdienst (CLAD). De raad zal hierover formeel opheldering vragen aan de president, de minister van Financiën en de minister van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT). Daarnaast worden eerder gevraagde onderzoeken naar de gang van zaken binnen TAS opgestart.
De president-commissaris van TAS, Emanuel Scheek, heeft dit maandag 26 oktober 2026 verklaard in een reactie op de rechterlijke uitspraak in het bestuursconflict rond voormalig directeur Wendy Jap-A-Joe. Volgens hem is het verkrijgen van duidelijkheid over de bestuurlijke en financiële situatie binnen de organisatie een van de belangrijkste opdrachten van de RvC. “Dit is pas het begin. We moeten klaarheid brengen in wat er zich precies heeft afgespeeld bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname”, aldus de president-commissaris.
Vragen over stopzetting onderzoek
Een belangrijk aandachtspunt vormt het CLAD-onderzoek dat eerder was ingezet, maar vervolgens werd stopgezet. Scheek zegt niet te kunnen verklaren waarom dit onderzoek is beëindigd, omdat de beslissing niet door de RvC is genomen. Volgens informatie die hij heeft ontvangen, zou de CLAD bovendien niet zelfstandig bevoegd zijn om een onderzoek stop te zetten. Of daarvan in dit geval sprake is geweest, moet volgens hem worden opgehelderd. De RvC zal daarom een formeel schrijven richten aan de president en de betrokken ministers om duidelijkheid te krijgen over de omstandigheden waaronder het onderzoek is beëindigd.
Discussie over positie Jap-A-Joe
De president-commissaris zegt verder dat uit contacten met de CLAD is gebleken dat de dienst aanvankelijk niet formeel op de hoogte was gesteld van het einde van het directeurschap van Wendy Jap-A-Joe. Volgens hem werd Jap-A-Joe daardoor door de CLAD nog als directeur beschouwd. De RvC heeft daarop een brief gestuurd, waarbij ook het schrijven van de TCT-minister werd gevoegd waaruit volgens de raad blijkt dat haar benoemingstermijn was verstreken. Scheek stelt dat duidelijkheid over de bevoegdheden binnen TAS noodzakelijk is, onder meer om te voorkomen dat informatie en documenten zonder de vereiste bevoegdheid worden verstrekt.
Onderzoeken zonder vooroordelen
De RvC wil nu de eerder gevraagde onderzoeken laten uitvoeren om vast te stellen wat zich binnen de organisatie heeft afgespeeld en of er eventuele onregelmatigheden zijn geweest. Daarbij moet volgens de president-commissaris ook duidelijk worden of personen verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor bepaalde handelingen. Hij benadrukt dat de raad niemand vooraf schuldig wil verklaren. “Controle is geen daad van vijandschap”, zegt hij.
Volgens hem heeft de RvC gedurende langere tijd geprobeerd zijn wettelijke toezichtstaken uit te oefenen, maar werd dat naar zijn zeggen belemmerd. Hij stelt dat een onderzoek ook kan uitwijzen dat er geen sprake is geweest van onregelmatigheden. In dat geval zou volgens hem de discussie over het functioneren van de organisatie op basis van feiten kunnen worden gevoerd.
Voorlopig geen nieuwe directeur
De uitkomsten van de onderzoeken zijn volgens de president-commissaris ook bepalend voor de benoeming van een nieuwe TAS-directeur. Hij verwijst naar afspraken met de regering en de eerder uitgesproken positie van president Jennifer Simons. Volgens hem zal er geen nieuwe benoemingsresolutie worden uitgevaardigd voordat de noodzakelijke onderzoeken zijn afgerond.
Ook wanneer de Raad van Ministers een voordracht voor een nieuwe directeur zou goedkeuren, betekent dat volgens hem niet dat onmiddellijk een benoeming volgt. Scheek benadrukt dat het benoemen van een nieuwe directeur geen bevoegdheid van de RvC is, maar van het bevoegde regeringsgezag.
Volgens hem moet eerst vaststaan wat de nieuwe directeur precies overneemt. Daarmee moet worden voorkomen dat een nieuwe leidinggevende wordt geconfronteerd met onbekende bestuurlijke of financiële problemen. De RvC wil dat de onderzoeksresultaten uiteindelijk een helder beeld geven van de toestand waarin TAS verkeert en welke maatregelen nodig zijn om de organisatie verder te besturen.








