Quaraisy Nagessersing heeft via zijn advocaat het bestuur van de Surinaamse Voetbalbond (SVB) in een brief van 14 januari 2026 gesommeerd een schrijven van 5 januari 2026 in te trekken of te rectificeren. Volgens de raadsman zijn de verwijten aan zijn cliënt onjuist en reputatieschadelijk.
De advocaat reageert op de SVB-publicatie waarin de bond volgens hem aangeeft dat een overeenkomst van 23 februari 2024 per direct is beëindigd wegens een vermeende schending van een geheimhoudingsplicht. De raadsman betwist “inhoud, grondslag én wijze van totstandkoming” van het SVB-schrijven en kwalificeert het handelen van de bond als juridisch onjuist, feitelijk onzorgvuldig en reputatieschadelijk.
Volgens de advocaat was de overeenkomst al “van rechtswege geëindigd” op 31 december 2025. Daarmee zou het SVB-schrijven van 5 januari 2026, voor zover het gaat om beëindiging wegens een dringende reden, iedere rechtsgrond missen. Ook zou de gekozen formulering ten onrechte de indruk wekken van een disciplinaire maatregel.
Betwisting van ‘ernstige schending geheimhoudingsplicht’
De advocaat gaat in op de beschuldiging dat Nagessersing zich schuldig zou hebben gemaakt aan een “ernstige schending” van artikel 8 van de overeenkomst. Dat wordt in de brief “uitdrukkelijk betwist”. Wouter stelt dat het doorsturen van een vertrouwelijke voicememo plaatsvond in het kader van interne besluitvorming en spoedige bestuurlijke afstemming, zonder intentie tot openbaarmaking en zonder inschakeling van pers of sociale media.
In dezelfde brief staat dat de voicememo is gestuurd naar Hamzah Sadiek (voetbalzaakwaarnemer), in een context waarin volgens Nagessersing op topniveau informatie wordt uitgewisseld “voor het groter belang”. Wouter schrijft verder dat van opzet of kwaadwilligheid geen sprake is geweest en dat dit volgens hem ook niet kan worden aangetoond. Daarnaast verwijst hij naar een excusesbericht dat Sadiek op 20 december 2025 zou hebben gestuurd en stelt hij dat de voicememo niet naar media of sociale media is uitgelekt.
Verwijt advocaat Quaraisy Nagessersing richting SVB
De advocaat verwijt de SVB ook dat zij, zonder hoor en wederhoor, zonder deugdelijk feitenonderzoek en zonder rechtsgeldige contractuele basis, een zwaar verwijt heeft gemaakt met “buitenproportionele terminologie”. Volgens de brief is het SVB-schrijven bovendien “vrijwel onmiddellijk na verzending” uitgelekt en publiekelijk verspreid, wat volgens hem heeft geleid tot substantiële reputatieschade.
De raadsman wijst er verder op dat de mail aan zijn cliënt ook in kopie is gestuurd naar meerdere personen en het Algemeen Secretariaat van de SVB. In zijn woorden heeft de bond daarmee zelf gehandeld in strijd met een zorgvuldigheids- en vertrouwelijkheidsplicht.
Sommaties en mogelijke stappen
De advocaat stelt de SVB namens zijn cliënt aansprakelijk voor alle geleden en nog te lijden schade, waaronder reputatie-, inkomens- en immateriële schade. In de sommatie wordt de SVB gevraagd om binnen zeven dagen na dagtekening van de brief onder meer:
- het schrijven van 5 januari 2026 schriftelijk in te trekken of inhoudelijk te rectificeren;
- schriftelijk te bevestigen dat geen sprake was van opzettelijke schending van enige geheimhoudingsplicht;
- verdere verspreiding van het betreffende schrijven te staken;
- in overleg te treden over een minnelijke regeling ter beperking van schade.
Bij uitblijven van een “adequate reactie” behoudt de cliënt zich volgens de brief alle rechten voor, waaronder het starten van civielrechtelijke procedures en het verhalen van volledige schade.











