De Amerikaanse aanval op Venezuela in de vroege ochtend van zaterdag 3 januari 2026 blijft internationaal nazinderen. Overheden in Europa, Latijns-Amerika en daarbuiten reageren scherp op de meldingen over de militaire operatie en de gevolgen voor de politieke situatie in Caracas.
Opvallend is dat veel reacties langs twee lijnen lopen: veroordeling van militair optreden op vreemd grondgebied en tegelijkertijd een oproep om via diplomatie en multilaterale instellingen, vooral de VN, een verdere escalatie te voorkomen.
Rusland behoort tot de landen die het hardst uithalen. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken kwalificeert de actie als “een daad van gewapende agressie” en noemt de operatie “zeer zorgwekkend en verwerpelijk”. Moskou stelt dat de aangevoerde redenen voor de aanval “ongegrond” zijn en dat het nu vooral noodzakelijk is om de situatie te kalmeren. In die benadering ligt de nadruk niet op militaire druk, maar op dialoog en het voorkomen van nieuwe stappen die het conflict kunnen uitbreiden.
In dezelfde verklaring onderstreept Rusland dat Latijns-Amerika een vredeszone moet blijven, zoals de regio zichzelf eerder heeft gepositioneerd, en dat Venezuela het recht moet behouden om zonder militaire inmenging van buitenaf zijn eigen koers te bepalen. Rusland zegt zich aan te sluiten bij Venezolaanse autoriteiten en regionale leiders die een urgente bijeenkomst van de VN-Veiligheidsraad willen. Daarmee probeert Moskou de discussie expliciet te verplaatsen naar het internationale speelveld, waar juridische normen en diplomatie zwaarder wegen dan machtspolitiek.
Ook Iran veroordeelt de operatie in stevige bewoordingen. Volgens ayatollah Ali Khamenei probeert de VS “arrogant” iets op te leggen aan Venezuela, aan de regering en aan de natie. Zijn boodschap draait om verzet tegen buitenlandse druk en het afwijzen van inmenging in de interne aangelegenheden van een soevereine staat. Deze reactie past in het bredere patroon waarbij landen die kritisch staan tegenover Washington de nadruk leggen op soevereiniteit en het verbod op geweld als uitgangspunt van het internationale systeem.
In Latijns-Amerika reageert Brazilië met een combinatie van veroordeling en diplomatie. President Luiz Inácio Lula da Silva stelt dat de actie en vooral de gemelde gevangenneming van de Venezolaanse president Nicolás Maduro “een onaanvaardbare grens” overschrijdt. Lula noemt het een ernstige aantasting van Venezuela’s soevereiniteit en waarschuwt dat het een gevaarlijk precedent schept voor de internationale gemeenschap. Tegelijk zegt Brazilië open te blijven staan voor het bevorderen van dialoog en samenwerking, waarmee het land ruimte probeert te houden voor onderhandelde de-escalatie.
Regionale zorgen: Brazilië en Colombia kijken naar de grens
Colombia benadrukt vooral de regionale risico’s. President Gustavo Petro spreekt van “agressie tegen de soevereiniteit van Venezuela en Latijns-Amerika” en roept eveneens op tot spoedoverleg in de VN-Veiligheidsraad. Tegelijk kondigt hij aan dat Colombia troepen richting de grens stuurt, niet als offensieve stap, maar “voor het geval er een massale toestroom van vluchtelingen komt”. Daarmee wordt zichtbaar dat de Amerikaanse aanval op Venezuela niet alleen een juridisch en diplomatiek debat is, maar ook een scenario met directe gevolgen voor veiligheid, migratie en grensbeheer in buurlanden.
Deze grensdimensie is relevant voor de hele regio. In eerdere crises rond Venezuela speelden migratiestromen, druk op voorzieningen en spanningen in grensgebieden al een rol. Een nieuwe escalatie kan die druk vergroten, zeker als de binnenlandse situatie in Venezuela instabieler wordt of als de machtsvraag in Caracas tot langdurige onzekerheid leidt. Juist daarom pleiten meerdere landen voor snelle kanalen van overleg om te voorkomen dat een politiek conflict uitmondt in een humanitaire en regionale veiligheidscrisis.
Europese reactie: nadruk op internationaal recht en bescherming van burgers
Vanuit de Europese Unie zegt buitenlandchef Kaja Kallas dat de EU de ontwikkelingen nauwlettend volgt. Zij meldt contact te hebben gehad met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio en de EU-vertegenwoordiging die de situatie rond Caracas monitort. Kallas herhaalt dat de EU eerder heeft gesteld dat Maduro volgens haar geen legitimiteit heeft, maar koppelt dat nadrukkelijk aan de eis dat “onder alle omstandigheden” het internationaal recht en het VN-Handvest moeten worden gerespecteerd. Ook benadrukt zij dat de veiligheid van EU-burgers in Venezuela prioriteit heeft.
Frankrijk legt het accent expliciet op de juridische kern. Minister van Buitenlandse Zaken Jean-Noël Barrot stelt dat de militaire operatie die leidde tot de gevangenneming van Maduro het beginsel schendt om geen geweld te gebruiken, een basisnorm van het internationaal recht. Frankrijk benadrukt dat geen enkele duurzame politieke oplossing van buitenaf kan worden opgelegd en dat alleen een soeverein volk over zijn toekomst kan beslissen. Deze benadering laat zien dat Parijs de Amerikaanse aanval Venezuela niet alleen beoordeelt op politieke wenselijkheid, maar vooral op de vraag welke regels gelden voor staten, ook wanneer zij doelen nastreven die zij zelf als legitiem beschouwen.
De-escalatie als rode draad in Europese en Spaanse oproepen
Denemarken sluit aan bij de oproep tot terughoudendheid. Minister Lars Løkke Rasmussen spreekt van een “dramatische ontwikkeling” en stelt dat het internationaal recht gerespecteerd moet worden. Hij pleit voor een terugkeer naar de-escalatie en dialoog. Zulke formuleringen zijn in Europese hoofdsteden niet ongebruikelijk bij acute crises: men wil voorkomen dat het conflict groter wordt, maar wil ook niet de indruk wekken dat militaire acties zonder duidelijke internationale basis genormaliseerd raken.
Spanje vraagt de Verenigde Staten eveneens om de vijandelijkheden te de-escaleren en geeft aan bereid te zijn “goede diensten” aan te bieden om tot een vreedzame en onderhandelde oplossing te komen. Daarmee positioneert Madrid zich als mogelijke facilitator, al is het onduidelijk of betrokken partijen daarvoor openstaan. In diplomatieke termen is het aanbod vooral een signaal: escalatie is ongewenst, en een uitweg moet via onderhandelingen worden gezocht.
Veiligheid van onderdanen: België mobiliseert, EU volgt
België brengt in zijn reactie vooral de bescherming van burgers naar voren. Vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot zegt dat de veiligheid van Belgen in Venezuela de hoogste prioriteit heeft. Hij meldt dat de bevoegde Belgische vertegenwoordiging in de regio en de diensten in Brussel “volledig gemobiliseerd” zijn en dat de situatie nauwlettend wordt gevolgd in coördinatie met Europese partners. Zulke boodschappen komen vaker terug bij acute internationale crises, omdat landen in korte tijd zicht willen krijgen op mogelijke evacuaties, consulaire ondersteuning en risico’s voor reizigers en inwoners.
Deze focus op consulaire veiligheid sluit aan op de bredere EU-lijn. Terwijl de politieke beoordeling van de Amerikaanse aanval Venezuela uiteenloopt, is bescherming van burgers een onderwerp waarover Europese landen doorgaans snel gemeenschappelijke grond vinden. Het benadrukt tegelijk hoe onzeker de situatie wordt ingeschat: waar risico’s toenemen, verschuift de aandacht al snel naar scenario’s waarin de veiligheidssituatie verslechtert.
Scholzingsverschil in toon: Duitse kritiek en Italiaans oppositiegeluid
In Duitsland klinkt een van de scherpste kwalificaties vanuit de conservatieve CDU. Politicus Roderich Kiesewetter noemt de Amerikaanse aanval een “staatsgreep” en zegt dat de VS met president Donald Trump afstand neemt van een op regels gebaseerde orde die sinds 1945 richtinggevend zou zijn geweest. Hij waarschuwt voor een terugkeer naar denken in invloedssferen, waarbij niet het internationaal recht, maar “de wet van de sterkste” bepalend is. Dit soort uitspraken weerspiegelt de bredere Europese gevoeligheid voor precedenten: als geweld vaker als instrument wordt gebruikt, kan dat de internationale verhoudingen langdurig veranderen.
Ook in Italië komt stevige kritiek, zij het vanuit de oppositie. Voormalig premier Giuseppe Conte stelt dat de Amerikaanse operatie “geen juridische basis” heeft en spreekt van een flagrante schending van het internationaal recht. Zijn redenering is dat selectieve toepassing van regels de veiligheid van alle landen aantast: als regels alleen gelden voor vijanden en niet voor vrienden, dan wordt het systeem onvoorspelbaar. Daarmee verwoordt hij een zorg die in verschillende hoofdsteden leeft: normalisering van militaire interventies kan de drempel verlagen voor nieuwe conflicten.
Azië en het Caribisch gebied: focus op burgers en afstand tot militaire operaties
Indonesië kiest in zijn reactie voor een klassieke diplomatieke formulering. Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt dat Jakarta de ontwikkelingen volgt om de veiligheid van Indonesische burgers in Venezuela te waarborgen. Tegelijk roept Indonesië alle betrokken partijen op om de-escalatie en dialoog prioriteit te geven en benadrukt het het belang van respect voor het internationaal recht en de beginselen van het VN-Handvest. Zulke verklaringen zijn vaak bedoeld om escalatie af te remmen zonder partij te kiezen in de politieke strijd, terwijl de bescherming van burgers centraal blijft staan.
In Trinidad en Tobago maakt premier Kamla Persad-Bissessar duidelijk dat het land niet deelneemt aan Amerikaanse militaire operaties in Venezuela. Zij benadrukt dat Trinidad en Tobago vreedzame relaties met het Venezolaanse volk onderhoudt. Voor Caribische landen is afstand houden tot militaire escalatie vaak een strategische keuze: de regio is sterk afhankelijk van stabiliteit, handel, energie en veilige maritieme routes. In die context kan zelfs een beperkte escalatie al snel gevolgen hebben voor economie en veiligheid.
Wat de internationale reacties betekenen voor Suriname en de regio
Voor Suriname is de Amerikaanse aanval op Venezuela geen binnenlandse gebeurtenis, maar wel een ontwikkeling met regionale impact. Als CARICOM-land ligt Suriname in een netwerk van landen die stabiliteit en diplomatie doorgaans benadrukken, terwijl de nabijheid van Venezuela en de bredere Caribische dynamiek zorgen voor extra gevoeligheid. Mogelijke effecten kunnen zichtbaar worden in grens- en migratievraagstukken, in regionale handel, en in het risicobeeld dat investeerders en logistieke partijen aan de regio koppelen.
De komende dagen zullen vooral draaien om twee vragen: komt er daadwerkelijk spoedoverleg in de VN-Veiligheidsraad, en welke stappen nemen landen om de-escalatie af te dwingen? Voor lezers die willen begrijpen waar landen juridisch naar verwijzen, biedt het VN-Handvest context over de basisprincipes rond soevereiniteit en het gebruik van geweld. Voor regionale signalen en Surinaamse duiding kun je ook terecht bij Key News Suriname, waar ontwikkelingen doorgaans worden gevolgd met oog voor de impact op de regio en diaspora.
Welke richting het opgaat, hangt uiteindelijk af van wat er op het terrein in Venezuela gebeurt én van de internationale bereidheid om druk om te zetten in diplomatie, want zonder heldere afspraken kan een crisis als deze lang blijven doorsudderen met gevolgen die verder reiken dan één land.














