Het schoolvoedingstraject in het binnenland laat duidelijke resultaten zien en wordt de komende dagen verder uitgebreid. In meer dan 40 dorpen ontvangen kinderen dagelijks een warme, voedzame maaltijd (rijst met kip of vis en groente). Daarmee wordt structureel bijgedragen aan gezondheid, concentratie, leerprestaties en het algemene welzijn van schoolgaande kinderen.
Per 12 januari ontvangen 2607 kinderen dagelijks een warme maaltijd. Het exacte aantal geregistreerde kinderen bedraagt 3192. Met de geplande toevoeging van extra dorpen en scholen in de komende dagen zullen nog honderden kinderen profiteren van dit programma.
Beleidscontinuïteit en uitvoering centraal
De regering heeft het belang van schoolvoeding als basisvoorziening opnieuw onderstreept en gekozen voor een aanpak waarin continuïteit, bereik en kwaliteit leidend zijn. In die lijn is ingezet op een uitvoeringsmodel dat praktisch werkt in het binnenland: lokaal georganiseerd, met duidelijke kwaliteitskaders, en met samenwerking tussen overheid, uitvoerende partners en gemeenschappen.
Decentralisatie en samenwerking met lokale gemeenschappen
Een belangrijk element in de huidige aanpak is decentralisatie: de uitvoering sluit aan bij lokale omstandigheden en capaciteit. In de dorpen wordt samen met lokale gemeenschappen gewerkt aan bereiding en logistiek, met naleving van geldende voedselveiligheidsstandaarden. Dit zorgt voor betere uitvoerbaarheid, snellere bijsturing waar nodig en eigenaarschap in de gemeenschap.
Tegelijkertijd stimuleert deze opzet lokale economische activiteit: de inzet van lokale arbeid, toelevering en dienstverlening zorgt ervoor dat het programma ook lokale ondernemers versterkt en waarde in de regio laat circuleren.
Public-Private Partnership als katalysator voor lokale ontwikkeling
Het traject wordt nadrukkelijk benaderd als een public-private partnership (PPP) dat verder gaat dan enkel maaltijdverstrekking. Bij een juiste inrichting kan schoolvoeding niet alleen ondervoeding en leerachterstanden verminderen, maar ook fungeren als katalysator voor lokale agro-ontwikkeling en ondernemerschap — door gerichte lokale inkoop en het creëren van een stabiele vraagketen rondom voeding.
Inzet van meerdere stakeholders en bewezen capaciteit
Voor de uitvoering in het binnenland is gekozen voor een samenwerking met meerdere stakeholders, om spreiding, leveringszekerheid en schaalbaarheid te vergroten. In dit kader is onder meer Breadelicious aangetrokken voor de binnenlandse voeding, vanwege expertise en bewezen uitvoeringscapaciteit.
Daarnaast is er, met het oog op efficiency en landelijke dekking, gekozen voor een model waarin broodvoorziening in de grotere districten gedecentraliseerd wordt uitgevoerd via meerdere partijen. Opvallend is dat diverse stakeholders die nu worden ingezet, al eerder actief waren binnen het schoolvoedingstraject dat in voorgaande jaren mede in samenwerking met Breadelicious tot stand kwam en werd uitgevoerd. Daarmee is ook bestaande ervaring en infrastructuur opnieuw benut.
Erkenning van een eerder opgezet sociaal-economisch model
Binnen de bredere beleidslijn wordt erkend dat het schoolvoedingstraject in eerdere fases mede is opgezet vanuit een visie waarin sociale interventies bewust worden gekoppeld aan economische ontwikkeling. Breadelicious was destijds één van de stakeholders die — in samenwerking met de voorgaande regering — het PPP-model mede hielp initiëren en uitvoeren, juist vanuit de gedachte dat een sociaal programma, mits waardig en goed georganiseerd, kan uitgroeien tot een duurzaam sociaal-economisch model met impact op lokale ketens, ondernemerschap en ontwikkeling.
Vooruitblik: evaluatie in maart en opschaling richting nationale dekking
In maart 2026 volgt een evaluatie om resultaten, kwaliteit en uitbreidingsmogelijkheden te beoordelen. Op basis daarvan wordt gekeken naar verdere opschaling, met als ambitie om — gefaseerd — ook buiten het binnenland en uiteindelijk breder nationaal kinderen structureel te voorzien van gezonde maaltijden. Daarbij wordt aangegeven dat er inmiddels is gewerkt aan het versterken van lokale productstromen en dat Suriname over reële mogelijkheden beschikt om via cassave, groenten, vlees en vis schoolvoeding steeds meer te verankeren in de eigen agro-economie.
Middelen als voorwaarde, kinderen als doel
Rond de discussie over kosten blijft het uitgangspunt dat schoolvoeding een investering is in de basis van de samenleving. Middelen zijn daarbij een voorwaarde — maar het doel is helder: een generatie kinderen die gezond, veilig en kansrijk kan opgroeien, en daarmee de basis vormt voor een sterkere en inclusievere ontwikkeling van Suriname.












