Op 16 januari was het precies zes maanden geleden dat de regering-Simons/Rusland aantrad. Buitenlands beleid is één van de speerpunten om de ontwikkeling van Suriname verder ter hand te nemen. President Jennifer Simons is als staatshoofd grondwettelijk eindverantwoordelijk, terwijl minister Melvin Bouva leiding geeft aan het ministerie van BIS.
Bouva schetst het afgelopen halfjaar als een intensieve periode binnen een complexe internationale omgeving. In gesprek met de Communicatie Dienst Suriname (CDS) op dinsdag 27 januari 2026 benadrukt hij dat buitenlands beleid voortdurend balanceert tussen het nationaal belang, regionale en internationale belangen, en geopolitieke ontwikkelingen.
Volgens de minister begint effectief buitenlands beleid bij een sterke interne organisatie. Een quick scan zou hebben uitgewezen dat het ministerie met forse uitdagingen kampte, waaronder een chronisch personeelstekort en zelfs lege afdelingen.
“Ik heb lege bureaus en zelfs lege afdelingen aangetroffen, waaronder cruciale afdelingen”, zegt Bouva. Naar zijn zeggen is inmiddels begonnen met het invullen van vacatures. Dat gebeurt onder meer via overplaatsingen vanuit andere ministeries, sollicitaties van buitenaf en de terugkeer van personeel vanuit buitenlandse posten.
Ook de werkomstandigheden kregen aandacht. Bouva stelt dat medewerkers in sommige gevallen moesten werken zonder het nodige materiaal. Met ondersteuning vanuit de leiding zijn onder meer bureaustoelen en tafels aangeschaft om de werkomgeving te verbeteren.
Een belangrijk aandachtspunt was volgens Bouva de situatie bij de buitenlandse posten van Suriname. Hij zegt te hebben moeten ingrijpen om de controle aan te scherpen. Zo zouden er posten zijn geweest waar maandenlang geen financiële rapportage werd gedaan, en bij één post zelfs jarenlang niet, terwijl er volgens hem duizenden aan vreemde valuta omgaan.
Als gevolg hiervan is de inspectie buitendienst versterkt en is een verplichte maandelijkse financiële rapportage ingevoerd voor alle posten. Bouva geeft aan dat daarnaast ook rapportages gevraagd zullen worden over de resultaten per post, op basis van afspraken die met de posten worden gemaakt.
Ondanks de knelpunten ziet Bouva ook resultaten. Hij noemt de ondertekening van overeenkomsten en het binnenhalen van ruim US$ 55 miljoen. Volgens hem is dat het gevolg van actief buitenlands beleid, lobbywerk en het afhandelen van dossiers die soms maanden of zelfs jarenlang bleven liggen.
Daarnaast zouden er studiebeurzen zijn verkregen, niet alleen voor personeel van BIS, maar ook voor ambtenaren van andere ministeries en voor burgers.
Bouva erkent dat de samenleving na zes maanden zichtbare vooruitgang verwacht. “Sommige resultaten zijn al zichtbaar, andere nog niet, wat kan leiden tot ontevredenheid”, stelt hij. Tegelijk roept hij burgers en organisaties op om bij te dragen waar mogelijk en benadrukt hij dat verbetering en verandering een gedeelde verantwoordelijkheid zijn.











