Minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking (BIS) zegt dat de positie van de Corantijnrivier voor Suriname niet ter discussie staat. Volgens hem moet er helderheid blijven bestaan over de bestaande afspraken en de bevoegdheden rond het gebruik en beheer van de rivier.
Bouva gaf aan dat het begrip ‘opheffen van heffingen’ zorgvuldig moet worden uitgelegd. Volgens de bewindsman kan het woord opheffen de indruk wekken dat er eerder geen sprake zou zijn geweest van heffingen. Hij verwees daarbij naar een verzoek uit 2012, waarbij was voorgesteld om heffingen voor GuySuCo, de Guyanese suikermaatschappij, te verminderen of op te heffen om de suikerindustrie in Guyana te stimuleren.
De kwestie is inmiddels ook besproken met de Guyanese ambassadeur. Bouva benadrukte dat Suriname openstaat voor overleg wanneer zich ontwikkelingen voordoen die nadelig kunnen zijn voor de private sector, ongeacht aan welke zijde die gevolgen merkbaar zijn. Volgens hem blijft Suriname bereid om dergelijke vraagstukken gezamenlijk met Guyana aan te pakken.
Tijdens het recente bezoek van de president van Guyana aan Suriname, in verband met de crematie van wijlen president Chan Santokhi, is het onderwerp volgens Bouva in informele sfeer aan de orde gekomen. Daarbij zouden beide partijen het erover eens zijn geweest dat verdere gesprekken nodig zijn om tot duidelijkheid te komen.
Voor Suriname ligt de nadruk op dit moment op het waarborgen van een goede doorvaart op de Corantijnrivier en op effectief beheer en controle vanuit Surinaamse zijde. In dat kader zullen er gesprekken volgen met onder meer de Maritieme Autoriteit Suriname (MAS) en het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT).
Bouva wees erop dat vanuit de MAS recent aanpassingen zijn doorgevoerd in de controlemechanismen, mogelijk in combinatie met tariefwijzigingen. Tegelijkertijd stelde hij dat Guyana zelf tarieven heeft verhoogd zonder Suriname daarvan vooraf in kennis te stellen. Volgens de minister zijn beide landen hierover in overleg, vooral waar het gaat om invoerrechten en het gebruik van de rivier.
De minister onderstreepte verder het belang van goede betrekkingen met buurlanden. Volgens hem is dialoog noodzakelijk om tot werkbare oplossingen te komen. De bouw van een brug over de Corantijnrivier is volgens Bouva op dit moment geen onderwerp van gesprek. Dat vraagstuk ligt, aldus de minister, bij Guyana.
Op technisch niveau hebben in het verleden al meerdere overlegmomenten plaatsgevonden over het gebruik van de rivier. Sinds 2023 heeft echter geen vierde evaluatie meer plaatsgevonden. Suriname blijft volgens Bouva inzetten op duurzame en werkbare afspraken, met oog voor de bredere samenwerking tussen beide landen.
Na een eerste diplomatiek schrijven van Guyana op 17 november vorig jaar heeft Suriname op 12 januari formeel gereageerd. Volgens Bouva zijn daarmee de diplomatieke procedures correct gevolgd. In de Surinaamse reactie is aangegeven dat Guyana gebruik heeft gemaakt van de rivier zonder dit te melden.
De minister stelde daarnaast dat de Guyanese president mogelijk onvolledig is geïnformeerd over de kwestie. In eerdere uitlatingen zou zijn gesuggereerd dat Suriname niet had gereageerd op correspondentie, maar volgens Bouva klopt dat niet.
Naar aanleiding van de ontstane situatie heeft Suriname ook de ambassadeur in Guyana ontboden voor nadere toelichting. Daarbij gaat het volgens de minister vooral om de communicatie en de interpretatie van de jurisdictie op de rivier.
De komende periode zullen Suriname en Guyana het overleg voortzetten. Doel is om te komen tot wederzijds gedragen afspraken over het gebruik en beheer van de Corantijnrivier.



