Het Directoraat Welzijn en Arbeid heeft dinsdag 7 april 2026 een validatiesessie gehouden over twee concept-staatsbesluiten die de bescherming van kinderen en jeugdigen tegen kinderarbeid moeten versterken. De bijeenkomst vond plaats in het Lallarookh-gebouw en bracht vertegenwoordigers samen van diverse ministeries, de vakbeweging, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.
Tijdens de sessie stonden het Besluit Lichte Arbeid en het Besluit tot aanpassing van het Besluit Gevaarlijke Arbeid centraal. Volgens het directoraat is er brede overeenstemming bereikt over de noodzaak om beide besluiten op korte termijn te formaliseren. Tegelijkertijd werden er door de aanwezige stakeholders ook enkele aandachtspunten en kritische kanttekeningen ingebracht.
De betrokken organisaties krijgen nog twee weken de tijd om aanvullende opmerkingen schriftelijk in te dienen. Daarna zullen de conceptbesluiten voor verdere afhandeling worden aangeboden aan de minister en onderminister van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid. Vervolgens zullen de documenten ter goedkeuring worden voorgelegd aan de president van de Republiek Suriname.
De validatiesessie maakt deel uit van het bredere overheidsbeleid om kinderen en jeugdigen beter te beschermen tegen kinderarbeid. Ook sluit dit traject aan bij de uitvoering van het Decent Work Country Programme Suriname III (2023–2026).
De concept-staatsbesluiten vloeien voort uit de Wet Arbeid Kinderen en Jeugdige Personen, die sinds 2018 van kracht is. Die wet bepaalt dat kinderen van 13 tot en met 15 jaar alleen onder strikte voorwaarden lichte arbeid mogen verrichten. Voor jeugdigen van 16 en 17 jaar geldt dat zij wel toegang hebben tot de arbeidsmarkt, maar geen gevaarlijke arbeid mogen uitvoeren.
Om deze wettelijke bepalingen verder uit te werken, werd in 2023 de tripartiete Commissie Gevaarlijke en Lichte Arbeid Kinderen en Jeugdige Personen ingesteld. Deze commissie kreeg de taak om aanbevelingen te doen over welke vormen van lichte arbeid zijn toegestaan, welke werkzaamheden als gevaarlijk moeten worden aangemerkt en hoe bestaande regelgeving kan worden gemoderniseerd. Met ondersteuning van deskundigen en na consultaties met verschillende stakeholders zijn onder meer deze concept-staatsbesluiten opgesteld.
Bij de opening van de validatiesessie benadrukte VWA-onderminister dr. Raj Jadnanansing dat kinderarbeid in elke vorm onwenselijk is en voorkomen moet worden. Volgens hem is de bescherming van kinderen en jeugdigen tegen uitbuiting een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheid, sociale partners en maatschappelijke organisaties.
Jadnanansing wees er verder op dat lichte arbeid voor kinderen vanaf 13 jaar alleen onder strikte voorwaarden is toegestaan en dat het daarom belangrijk is om helder vast te leggen welke werkzaamheden daar precies onder vallen. Tegelijkertijd erkende hij dat de bestrijding van kinderarbeid complex is, omdat het vraagstuk vaak samenhangt met sociaal-economische omstandigheden en verschillende beleidsterreinen raakt.
Volgens de onderminister vormen de twee concept-staatsbesluiten een concrete uitkomst van het werk van de tripartiete commissie en de Nationale Commissie Uitbanning Kinderarbeid.


