Het Instituut voor Defensie Opleidingen (IDO) heeft het opleidingsjaar 2026-2027 officieel geopend met als centraal thema ‘Van kennis naar paraatheid: praktijkgericht, professioneel en grensverleggend’. Met dit thema wil het instituut de nadruk leggen op het versterken van de praktische vaardigheden, professionaliteit en operationele inzetbaarheid van militairen. In het afgelopen opleidingsjaar leverde het IDO 196 geslaagden af.
Volgens IDO-commandant kolonel, Justus Hew A Kee, beschikt het instituut over een stevige organisatorische basis om de opleidingsdoelstellingen te realiseren. Daarbij gaat het onder meer om duidelijke beleidsplannen, een heldere organisatiestructuur, vernieuwde lesprogramma’s en goed uitgewerkte regelingen.
De 196 geslaagden van het afgelopen opleidingsjaar zijn afkomstig van de Militaire Academie (MA), de Militaire School (MS) en de Militaire Specialistische Opleidingen (MSO). De opleidingen zijn gericht op het afleveren van deskundige en professioneel gevormde militairen, waarbij internationale onderwijsstandaarden als uitgangspunt dienen.
Internationale samenwerking versterkt militair onderwijs
Hew A Kee benadrukte dat kwalitatief hoogwaardig militair onderwijs niet mogelijk is zonder deskundige instructeurs en docenten. Dankzij de vernieuwde curricula heeft het IDO in het afgelopen opleidingsjaar gebruik kunnen maken van zowel nationale deskundigen als internationale experts uit Brazilië en Nederland.
Volgens de commandant heeft inmiddels ook een andere bevriende natie belangstelling getoond om een bijdrage te leveren aan de opleidingen van het instituut. Om welk land het gaat, werd niet bekendgemaakt.
Opleidingen moeten aansluiten op veiligheidsuitdagingen
Bevelhebber van het Nationaal Leger, brigadegeneraal Mitchell Labadie, onderstreepte tijdens de opening het strategische belang van het IDO. Hij omschreef het instituut als het centrale kenniscentrum van Defensie en een belangrijke pijler voor de operationele gereedheid van de krijgsmacht.
Volgens Labadie worden de opleidingsbehoeften van het Nationaal Leger voortdurend geanalyseerd en geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken naar zowel basisopleidingen en vervolgtrainingen als specialistische opleidingen en leiderschapstrajecten.
De bevelhebber vindt het essentieel dat de aangeboden opleidingen niet uitsluitend theoretisch van aard zijn, maar direct aansluiten op de praktijk en de veiligheidsuitdagingen waarmee Suriname wordt geconfronteerd. Hij benadrukte dat de kennis en vaardigheden die militairen tijdens hun opleiding opdoen, uiteindelijk moeten bijdragen aan een beter voorbereid en slagvaardiger Nationaal Leger.
Discipline en doorzettingsvermogen centraal
De nieuwe lichting cursisten werd opgeroepen het opleidingsjaar met discipline, inzet en doorzettingsvermogen tegemoet te treden. Kolonel Hew A Kee waarschuwde dat de opleidingen zowel fysiek als mentaal en intellectueel hoge eisen zullen stellen aan de deelnemers. Hij moedigde hen aan optimaal gebruik te maken van de beschikbare opleidingsfaciliteiten en de deskundigheid van instructeurs en docenten.
Volgens de IDO-commandant moet het nieuwe opleidingsjaar niet alleen bijdragen aan individuele kennisontwikkeling, maar vooral aan het vormen van bekwame militairen en toekomstige leiders die in staat zijn de krijgsmacht en Suriname te dienen.








