Tijdens de herdenking van Surinaamse gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog heeft defensieminister Uraiqit Ramsaran stilgestaan bij de moed en offers van militairen en burgers. Bij het monument aan de Waterkant werden maandag kransen gelegd ter nagedachtenis aan de slachtoffers.
In zijn toespraak benadrukte Ramsaran het belang van historisch besef. Volgens hem begint veiligheid niet alleen bij landsgrenzen, maar vooral bij verbondenheid binnen de samenleving. Hij wees op de plicht om lessen uit het verleden mee te nemen naar de toekomst en de offers van hen die voor vrijheid vochten blijvend te erkennen.
Suriname leverde tijdens de oorlogsjaren een belangrijke bijdrage, met name via de bauxietproductie die van strategisch belang was voor de geallieerden. Daarnaast namen honderden Surinaamse militairen onder Nederlandse vlag deel aan de oorlog. Van deze groep zijn Wilfred van Gom en August Hermelijn de enige nog levende overlevenden.
De bevelhebber van het Nationaal Leger, brigadegeneraal Mitchell Labadie, onderstreepte het belang van de herdenkingsdag. Hij kondigde aan dat de Surinaamse bijdrage aan de Tweede Wereldoorlog een vaste en structurele plaats zal krijgen binnen de militaire opleidingsprogramma’s.
Tijdens de plechtigheid werd stilgestaan bij vier groepen: militairen van Surinaamse afkomst die onder Nederlandse vlag sneuvelden, verzetsstrijders die actief waren tegen de bezetter, Surinaamse Joden die slachtoffer werden van deportatie en vernietiging, en zeevarenden die omkwamen op de Atlantische Oceaan na aanvallen door Duitse onderzeeërs.
De herdenking markeert volgens de autoriteiten een blijvende herinnering aan het Surinaamse aandeel in een van de meest ingrijpende periodes in de wereldgeschiedenis.

