Het afvalophaalcontract voor de markten in Paramaribo-Noord heeft geleid tot toenemende bestuurlijke onrust. Marktverkopers klagen al langer over afval dat niet of laat wordt opgehaald, terwijl er volgens betrokkenen wel betalingen zouden zijn verricht voor vermeende dienstverlening.
Districtscommissaris Marlon Budike zegt het onderzoek af te wachten naar handelingen die door zijn voorganger, Ricardo Bhola, zouden zijn gepleegd tijdens diens periode als districtscommissaris. In gesprek met Radio ABC geeft Budike aan dat hij schrok toen hij via sociale media kennisnam van informatie uit uitgelekte documenten. Als blijkt dat Bhola inderdaad een overeenkomst met zichzelf heeft gesloten, is er volgens Budike sprake van corruptie, maar hij benadrukt dat conclusies pas na de onderzoeksuitkomsten kunnen worden getrokken.
De kwestie draait om MMB Waste Management Suriname N.V. Budike stelt dat Bhola volgens een uittreksel van 9 januari één van de drie oprichters is. Het contract tussen het commissariaat en het bedrijf ziet op het ophalen en afvoeren van vuil bij vijf markten: de Centrale Markt Paramaribo, Vreedzaammarkt, Kwakoemarkt, Haïtimarkt en Markt Zuid. Opvallend is dat het contract op 1 februari 2024 zou zijn afgesloten, terwijl het bedrijf pas op 4 juli 2024 bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken werd ingeschreven. Verder zou de overeenkomst zijn aangegaan voor onbepaalde tijd.
Vermissing directeur en onduidelijkheid over staatsvuilniswagen
In het dossier speelt ook de vermissing van een van de directeuren van MMB Waste Management Suriname N.V., Anupkumar Eduard Moti, die sinds 8 augustus 2024 wordt vermist. Zijn voertuig is later uitgebrand teruggevonden en de zaak is volgens beschikbare informatie omgezet in een moordonderzoek. Er zouden menselijke resten zijn aangetroffen, terwijl forensische bevestiging van de identiteit nog ontbreekt.
Daarnaast is er onduidelijkheid ontstaan over een door de staat aangeschafte vuilniswagen die relevant zou zijn voor de uitvoering van het contract. Tot voor kort zou het voertuig bij het woonadres van Moti hebben gestaan, maar inmiddels is de vuilniswagen volgens betrokkenen niet meer traceerbaar.
Contractvorming onder vuur
Rond de totstandkoming van het contract zijn ernstige vragen gerezen over de procedure en mogelijke belangenverstrengeling. Volgens informatie die circuleert, zou de toenmalige districtscommissaris namens het commissariaat een contract hebben gesloten met een bedrijf waarin hij zelf mede-eigenaar is. Een dergelijke constructie wordt gezien als een potentieel belangenconflict, omdat een overheidspersoon dan een besluit neemt waar hij persoonlijk belang bij heeft.
Verder wordt gesteld dat het contract zonder toestemming van de Districtsraad (DR) is afgesloten, terwijl het gaat om substantiële financiële verplichtingen. Ook wordt aangevoerd dat de N.V. formeel pas na ondertekening van de overeenkomst is opgericht. Tot slot zou het contract exclusiviteit bevatten, waardoor andere aanbieders worden uitgesloten, én een zware financiële verplichting opleggen aan het commissariaat wanneer het contract vroegtijdig wordt opgezegd.
Onderzoek en bestuurlijke maatregelen
Naar aanleiding van vragen en zorgen vanuit de Districtsraad is bevestigd dat er via het Openbaar Ministerie een onderzoek is gestart naar de vuilophaal en de financiële afhandeling. In dat kader is besloten dat de districtsadministrator (DA) het financieel verslag tot en met december 2025 zal afronden en dat relevante stukken via de DC aan de politie worden overgedragen ten behoeve van het onderzoek.
Ook is bepaald dat de DA voorlopig de werkplek niet bezoekt, maar thuis wordt gezet en op afroep beschikbaar blijft voor het onderzoek. Daarnaast zal een tijdelijke vervanging worden voorgedragen, waarvoor goedkeuring van de DR vereist is. De districtsadministrateur is in deze kwestie inmiddels gehoord, maar heeft volgens de beschikbare informatie aangegeven niet te bepalen wat er verder moet gebeuren; zijn naam wordt eveneens genoemd in het uittreksel van 9 januari.
Vervolg en besluitvorming
De Districtsraad wacht op het financiële verslag, de uitkomsten van het strafrechtelijk onderzoek en duidelijkheid over de toekomst van het afvalophaalcontract. Budike zegt uit te kijken naar de leiding van het ministerie van Regionale Ontwikkeling en mogelijk ook de top van de regering om hierover een besluit te nemen. Intussen blijft de centrale vraag hoeveel publiek geld is betaald voor diensten die niet (zichtbaar) zijn geleverd en waar de bestuurlijke en eventuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid komt te liggen.









