Een delegatie van ex-militairen vraagt opnieuw aandacht van president Jenny Simons voor hun problemen. De groep werd dinsdag 5 mei 2026, namens de president, ontvangen door Melvin Linscheer, Rudie Roeplal en Bidjai Lalbiharie.
De ex-militairen hadden eerder al in 2025 schriftelijk hun zorgen kenbaar gemaakt aan het staatshoofd. De belangrijkste vraagstukken handelden toen over de verhoging van resocialisatie- en invalidetoelagen, verbetering van medische zorg, een collectieve grondaanvraag en opname in het begrafenisfonds van het ministerie van Defensie.
Volgens Waldo Jameson, voorzitter van de Vereniging Surinaamse Veteranen en Ex-militairen (VSVEM), vallen de leden momenteel buiten het begrafenisfonds. “De statuten laten dat niet toe, omdat wij geen formele inkomsten hebben. We willen weten hoe dat aangepast kan worden, zodat ook wij in aanmerking komen,” aldus Jameson.
Daarnaast vinden de ex-militairen de huidige toelagen te laag. Een mogelijke verhoging lijkt voorlopig onzeker, aangezien de begrotingsbehandeling nog moet plaatsvinden. De groep vroeg daarom ook om een gesprek met parlementsvoorzitter Ashwin Adhin.
De leden die over een Basiszorgkaart (BaZo) beschikken, moeten bijkomende kosten zelf betalen. Volgens Jameson vormt dit een zware last, gezien de beperkte toelagen.
Ook de collectieve grondaanvraag, die al sinds 2021 loopt, is opnieuw onder de aandacht gebracht. Tot nu toe is er volgens de vereniging niet veel gebeurd. De ex-militairen willen de gronden gebruiken voor landbouw en het opzetten van een bedrijf, waarbij leden praktijkervaring kunnen opdoen via on-the-job training. Daarmee hopen zij ook bij te dragen aan de ambitie van Suriname om een regionale voedselschuur te worden.
Verder gaf Jameson aan dat de groep bereid is een rol te spelen in het toekomstige woningbouwprogramma. Binnen de vereniging beschikken meerdere leden over technische en bouwkundige ervaring, onder meer opgedaan bij de genie van het leger.
De gesprekken tussen de ex-militairen en leden van het Kabinet van de President worden op woensdag 13 mei voortgezet. Daarbij zal ook worden gekeken naar mogelijkheden om de groep opnieuw te laten deelnemen aan het arbeidsproces.


