VHP-fractieleider Asiskumar Gajadien zegt het te betreuren dat DNA-voorzitter Ashwin Adhin afgelopen donderdag toch een openbare vergadering heeft uitgeschreven voor de behandeling van vier belangrijke wetsvoorstellen over de rechterlijke macht. Volgens Gajadien was eerder voorgesteld om eerst in dialoog te treden met de rechterlijke macht, om latere juridische complicaties te voorkomen.
In een interview op TBN stelde Gajadien dat overleg noodzakelijk is wanneer wetgeving direct raakt aan de positie en rechten van een andere staatsmacht. Volgens hem zou eerst gezamenlijk moeten worden bekeken wat juridisch en bestuurlijk haalbaar is, zodat gewerkt kan worden aan een oplossing die voor alle betrokken partijen aanvaardbaar is.
Hij gaf aan dat hij het niet eens is met een aanpak waarbij de behandeling van de wetten alvast wordt gestart en onderweg wordt bekeken welke knelpunten zich voordoen. Gajadien benadrukte dat hij in het parlement een technische en duurzame bijdrage wil leveren en daarom zorgvuldig wil omgaan met gevoelige wetgeving.
De openbare vergadering is donderdag uiteindelijk niet doorgegaan wegens gebrek aan quorum. De VHP-fractie bevond zich wel in het gebouw, maar tekende de presentielijst niet, omdat zij principiële bezwaren had tegen de gevolgde procedure. Van de coalitie waren 21 van de 34 leden aanwezig, terwijl van de ABOP-fractie slechts één lid present was.
Volgens Gajadien gaat het hier om wetgeving die rechtstreeks betrekking heeft op de rechterlijke macht. Hij waarschuwde dat onzorgvuldige besluitvorming ertoe kan leiden dat staatsinstellingen tegenover elkaar komen te staan, vooral wanneer betrokkenen zich in hun rechten beknot voelen en juridische stappen ondernemen.
Als voorbeeld noemde hij het carrièretraject van leden van de rechterlijke macht. Daarbij verwees hij naar de jaarlijkse verhoging van 5 procent op de bezoldiging, een regeling die volgens hem bedoeld is om te voorkomen dat ervaren rechters uit het systeem vertrekken. Hij merkte op dat sommige DNA-leden moeite hebben met deze regeling, omdat zij vinden dat rechters daardoor meer zouden kunnen verdienen dan de president van Suriname.
Gajadien plaatste daartegenover dat volgens hem een juiste vergelijking pas mogelijk is wanneer alle voorzieningen van het staatshoofd worden meegenomen. Hij wees erop dat naast de basisbezoldiging ook de woonvoorziening van de president in aanmerking moet worden genomen. Volgens hem is die voorziening aanzienlijk en kan die niet buiten beschouwing worden gelaten bij vergelijkingen met andere functies binnen de overheid.
Hij stelde dat de wettelijke regeling ervan uitgaat dat de president in principe in het presidentieel paleis zou moeten wonen, maar dat daarvoor een alternatieve woonvoorziening is getroffen, omdat het paleis niet bewoonbaar is. Volgens Gajadien maakt dat het onjuist om de bezoldiging van de president zonder die component naast die van rechters te leggen.
De VHP-fractieleider blijft erbij dat overleg met de rechterlijke macht vooraf noodzakelijk is om te voorkomen dat de behandeling van de wetsvoorstellen later tot bestuurlijke en juridische spanningen leidt.



