De Georgetown Chamber of Commerce and Industry (GCCI) heeft de regering van Guyana op vrijdag 3 april 2026 opgeroepen om de gesprekken over de bouw van de Corantijnbrug voorlopig stop te zetten. Volgens de Guyanese ondernemersorganisatie is daarvoor aanleiding door recente maatregelen van Suriname, die volgens haar negatieve gevolgen hebben voor handel en ontwikkeling in de regio Berbice.
In een verklaring stelt de GCCI dat Suriname eenzijdig hoge tarieven heeft opgelegd voor het gebruik van gedeelde waterwegen. De kamer vindt dat deze stap niet strookt met de inspanningen van Guyana om de samenwerking tussen beide landen te versterken. Volgens de organisatie kan Guyana niet in goed vertrouwen blijven werken aan infrastructurele projecten die ook Suriname ten goede komen, terwijl maatregelen vanuit Paramaribo volgens haar juist de ontwikkeling van Berbice belemmeren.
De GCCI wijst erop dat Guyanese ondernemers en vissers al langer klagen over wat zij omschrijven als oneerlijke en eenzijdige praktijken van de Surinaamse autoriteiten. Die zouden volgens de organisatie extra obstakels opwerpen voor Guyanese bedrijven en vissers die actief zijn in het grensgebied en op de gedeelde wateren.
Daarnaast uit de ondernemersorganisatie zorgen over de goederenstroom binnen de Caricom Single Market and Economy (CSME). Volgens de GCCI zorgen gebrekkige controles in havens en de open handelsgeest van Guyana ervoor dat het land kwetsbaar is voor de invoer van illegale, namaak- en schadelijke producten. Daarbij worden onder meer sigaretten, verboden bestrijdingsmiddelen en muskietenspiralen genoemd, die volgens de Kamer gezondheidsrisico’s met zich meebrengen en bovendien lokale producenten benadelen.
Ook oude territoriale en diplomatieke geschillen worden in de verklaring opnieuw aangehaald. Zo verwijst de GCCI naar de aanhoudende Surinaamse aanspraak op de New River Triangle. Verder wordt gerefereerd aan het incident in juni 2000, toen Suriname met geweld optrad tegen het CGX-boorplatform. Volgens de kamer heeft dat de olieontwikkeling van Guyana destijds met jaren vertraagd.
Op basis van deze punten vindt de GCCI dat Guyana terughoudend moet zijn met gezamenlijke infrastructuurprojecten, zolang er volgens haar geen sprake is van wederkerigheid. De organisatie roept de regering daarom op om de gesprekken over de Corantijnbrug stil te leggen totdat de aangehaalde kwesties duurzaam zijn opgelost.
De geplande brug over de Corantijnrivier heeft een geraamde kostprijs van 236 miljoen Amerikaanse dollar. Het project moet een verbinding vormen tussen Moleson Creek in Guyana en South Drain in Suriname, met een extra landing op Long Island in de Corantijnrivier. De brug zal naar verwachting 3,1 kilometer lang zijn en is ontworpen voor een levensduur van 100 jaar. Verder moet de verbinding schepen tot 47.000 deadweight tonnage kunnen accommoderen.
De brug wordt gezien als een belangrijk project voor betere bereikbaarheid, handel en toerisme tussen Suriname en Guyana. Naast de transportfunctie zijn ook commerciële voorzieningen voorzien, waaronder hotels, recreatieruimtes en markten voor landbouwproducten. De Chinese staatsmaatschappij China Road & Bridge Corporation (CRBC) heeft de aanbesteding voor de bouw gewonnen.


