Suriname moet dringend stappen zetten om het Savings and Stabilization Fund Suriname volledig in werking te brengen. Dat stelt het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in het technisch assistentierapport Strengthening the Fiscal Framework Ahead of the Anticipated Oil Boom. Het fonds is bedoeld om toekomstige inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen, waaronder olie, verantwoord te beheren.
Volgens het IMF heeft Suriname belangrijke juridische vooruitgang geboekt met de hervorming van het oliefonds en de aanneming van de Public Financial Management Law in 2024. Toch blijft de praktische uitvoering achter. Het IMF waarschuwt dat het niet voldoende is om goede wetten op papier te hebben; het fonds moet ook bestuurlijk, technisch en financieel kunnen functioneren voordat de verwachte offshore olieproductie vanaf 2028 op gang komt.
Het IMF schrijft dat het Savings and Stabilization Fund Suriname is ontworpen om inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen voorzichtig te beheren. Het fonds moet bijdragen aan zowel begrotingsstabilisatie als langetermijnsparen. Daarmee moet worden voorkomen dat tijdelijke of sterk schommelende olie-inkomsten leiden tot te hoge uitgaven of financiële risico’s voor toekomstige generaties.
Fonds moet olie-inkomsten opvangen
Het oliefonds moet een centrale rol spelen in de manier waarop Suriname straks omgaat met inkomsten uit de offshore olie-industrie. Olie-inkomsten kunnen de staatskas versterken, maar ze kunnen ook leiden tot instabiel beleid als de overheid ze direct uitgeeft zonder duidelijke regels.
Het IMF benadrukt daarom dat Suriname een systeem nodig heeft dat zowel bescherming biedt tegen schommelingen in inkomsten als ruimte creëert voor sparen. In jaren waarin de inkomsten hoog zijn, moet een deel van het geld opzij worden gezet. In financieel moeilijkere perioden kan het fonds helpen om de begroting te stabiliseren.
Volgens het IMF is het fonds “designed to manage resource revenues prudently, supporting both budget stabilization and long-term savings.” Daarmee legt het fonds de nadruk op voorzichtig beheer en op het belang van toekomstige generaties.
Bestuur nog niet ingesteld
Hoewel het wettelijke kader stevig is, zijn belangrijke bestuursstructuren nog niet volledig ingericht. Het IMF stelt dat de governance-arrangementen van het Savings and Stabilization Fund Suriname nog moeten worden vastgesteld. Dat betekent dat het fonds nog niet beschikt over alle organen en procedures die nodig zijn om besluiten te nemen over beheer, investeringen en toezicht.
Het IMF adviseert de regering om het bestuur van het fonds en een Investment Advisory Committee in te stellen. Zo’n investeringsadviescommissie moet helpen bij het bepalen hoe de middelen van het fonds veilig, verantwoord en transparant worden beheerd.
Ook moet er een duidelijke investeringsstrategie worden opgesteld en goedgekeurd. Daarin moet worden vastgelegd waar het fonds wel en niet in mag investeren, hoe risico’s worden beperkt en hoe de overheid voorkomt dat middelen politiek of ondoordacht worden ingezet.
Het IMF schrijft dat Suriname de “SSFS Board and Investment Advisory Committee” moet oprichten en een “SSFS investment strategy” moet opstellen en goedkeuren.
Aanvullende regelgeving nodig
Een ander knelpunt is het ontbreken van secundaire wetgeving. De hoofdwetten zijn aangenomen, maar de praktische regels die nodig zijn om het fonds daadwerkelijk te laten werken, zijn nog niet afgerond. Het gaat onder meer om bepalingen over uitzonderingssituaties, asset-liability management en investeringsbeleid.
Uitzonderingssituaties, ook wel escape clauses genoemd, zijn regels die bepalen wanneer de overheid tijdelijk mag afwijken van fiscale doelstellingen. Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn bij een economische crisis, natuurramp of andere zware schok. Zonder duidelijke regels bestaat het risico dat uitzonderingen te gemakkelijk worden gebruikt om extra uitgaven te rechtvaardigen.
Asset-liability management gaat over de samenhang tussen bezittingen en schulden van de overheid. Voor een land dat straks olie-inkomsten ontvangt, is het belangrijk dat sparen, investeren en schuldafbouw op elkaar worden afgestemd.
Het IMF adviseert Suriname om de fiscale regels en het oliefonds via aanvullende regelgeving operationeel te maken, zonder de kernwetten opnieuw open te breken. Daarmee geeft het fonds aan dat de juridische basis goed genoeg is, maar dat de uitvoering nu moet worden ingevuld.
Samenwerking Financiën en Centrale Bank
Het rapport wijst ook op de rol van het ministerie van Financiën en Planning en de Centrale Bank van Suriname. Volgens het IMF bevindt de samenwerking tussen beide instellingen zich nog in een voorbereidende fase. Die samenwerking is belangrijk, omdat het beheer van een stabilisatie- en spaarfonds niet alleen een begrotingskwestie is, maar ook gevolgen heeft voor monetair beleid, reserves, liquiditeit en financieel toezicht.
Als olie-inkomsten straks in grote hoeveelheden binnenkomen, moet duidelijk zijn hoe deze middelen worden gestort, beheerd, belegd en verantwoord. Ook moet worden voorkomen dat grote inkomstenstromen leiden tot druk op de wisselkoers, inflatie of onverantwoorde uitgaven.
Het IMF stelt dat de coördinatie tussen het ministerie van Financiën en Planning en de Centrale Bank nog voorbereidend is. Dat betekent dat verdere institutionele afspraken nodig zijn voordat het fonds effectief kan functioneren.
Parlement moet betrokken worden
Het IMF vindt ook dat De Nationale Assemblée sterker moet worden betrokken bij het toezicht op het oliefonds en de fiscale regels. Het fonds adviseert om het vijfjarig financieel plan, inclusief de plafonds die uit de fiscale regels voortvloeien, aan het parlement voor te leggen.
Daarnaast beveelt het IMF training aan voor parlementariërs. Die training moet helpen om het toezicht op begrotingsregels, olie-inkomsten en het stabilisatiefonds te versterken. Dit is volgens het fonds nodig om politieke betrokkenheid en draagvlak te vergroten.
Die aanbeveling is belangrijk, omdat het beheer van olie-inkomsten niet alleen een technische zaak is. Het gaat ook om politieke keuzes: hoeveel wordt uitgegeven, hoeveel wordt gespaard, hoeveel gaat naar schuldafbouw en hoeveel wordt geïnvesteerd in ontwikkeling.
Voorkomen dat oliegeld direct wordt uitgegeven
De centrale boodschap van het IMF is dat Suriname moet voorkomen dat toekomstige olie-inkomsten op korte termijn worden opgesoupeerd. Zonder een goed werkend fonds kunnen hoge inkomsten leiden tot extra uitgaven, politieke druk en afhankelijkheid van olie. Wanneer olieprijzen dalen of inkomsten tegenvallen, kan dat de begroting opnieuw onder druk zetten.
Daarom moet het Savings and Stabilization Fund Suriname volgens het IMF vóór de olieboom volledig operationeel zijn. Het fonds moet niet pas worden ingericht wanneer de inkomsten al binnenkomen. Juist de periode vóór 2028 is volgens het rapport cruciaal om bestuur, regels, toezicht en technische capaciteit op orde te brengen.
Het IMF benadrukt dat de belangrijkste uitdaging niet ligt bij het wettelijke ontwerp, maar bij de operationele gereedheid, de juiste volgorde van hervormingen en de capaciteit van instellingen. Zonder snelle actie bestaat het risico dat Suriname de voordelen van de olieboom niet duurzaam en voorzichtig benut.
Haast geboden richting 2028
De verwachte offshore olieproductie vanaf 2028 maakt de urgentie groot. Het oliefonds moet tegen die tijd kunnen functioneren als buffer, spaarinstrument en waarborg voor begrotingsdiscipline. Volgens het IMF zijn daarvoor duidelijke besluiten nodig over bestuur, toezicht, investeringsbeleid en parlementaire controle.
Suriname heeft met de wetgeving rond het fonds al een belangrijke stap gezet. Maar volgens het IMF is de volgende fase beslissend: de overgang van een juridisch kader naar een werkend systeem. Pas dan kan het land toekomstige olie-inkomsten gebruiken op een manier die zowel de huidige economie ondersteunt als toekomstige generaties beschermt.




