De veerverbinding tussen Suriname en Guyana via de MV Canawaima bestaat sinds 6 november 1998 en vormt een cruciale schakel voor personen- en goederenvervoer over de Corantijnrivier. Hoewel de dienst op papier wordt gedragen door een bilaterale overeenkomst en geëxploiteerd via de gezamenlijke Canawaima Ferry Service / Canawaima Management Company, blijkt in de praktijk dat structurele problemen en gebrekkig onderhoud de betrouwbaarheid ernstig ondermijnen.
Onduidelijke verantwoordelijkheden
Formeel dragen Suriname en Guyana samen de verantwoordelijkheid voor exploitatie en onderhoud van de veerdienst. In de praktijk levert dit echter continu conflicten op. Volgens de Guyanese overheid zou het onderhoud gelijkelijk verdeeld moeten zijn, maar uit verklaringen en cijfers blijkt dat Guyana tussen 2004 en 2019 het grootste deel van de kosten zelf heeft gedragen. Brandstof, smeermiddelen, batterijen en loonbetalingen kostten de Guyanese overheid destijds ongeveer GY$ 110,9 miljoen, een aanzienlijk deel meer dan strikt volgens de overeenkomst nodig zou zijn.
Deze scheve verdeling suggereert een structureel falen in gezamenlijke verantwoordelijkheid. Suriname lijkt herhaaldelijk nalatig te zijn geweest in het nakomen van onderhouds- en investeringsverplichtingen, waardoor Guyana een onevenredig financieel risico liep.
Motorproblemen en de twijfelachtige motorkeuze
De meest zichtbare oorzaak van de frequente uitval van de veerdienst ligt bij de motoren van de Canawaima. De oorspronkelijke motoren waren verouderd en moesten worden vervangen. In plaats van een nieuwe motor te installeren, werd gekozen voor een gereviseerde of tweedehands machine.
Deze beslissing heeft desastreuze gevolgen gehad voor de continuïteit van de dienst. De gereviseerde motor voldoet niet aan de betrouwbaarheid die nodig is voor dagelijkse operatie, wat leidt tot herhaalde storingen en noodgedwongen inzet van een duwboot bij uitval. Wie deze keuze exact heeft goedgekeurd, is onduidelijk; commissieverslagen en aanbevelingen hierover zijn niet openbaar, en de kwestie ligt inmiddels bij de rechter.
De huidige minister van Transport, Communicatie en Toerisme benadrukt dat alleen een investering in een nieuwe motor de continuïteit kan waarborgen. Het is echter een schrijnend voorbeeld van hoe politieke en bestuurlijke besluitvorming direct invloed heeft op de operationele betrouwbaarheid van een essentieel transportmiddel.
Financiële cijfers: winstgevend, maar fragiel
Ondanks technische problemen laat de veerdienst op papier een financieel gezonde indruk zien. In 2023 werden 538 rondvaarten uitgevoerd, met ongeveer 88.005 passagiers en 14.466 voertuigen. De dienst boekte een winst van GYD 46 214 782 op een omzet van GYD 140 159 764. In 2024 stegen de inkomsten door hogere ticketverkopen (US$ 91.585), maar ook de uitgaven namen aanzienlijk toe, vooral door onderhoud, reparaties en loonbetalingen.
Hoewel er een nettowinst van 41 % werd gerapporteerd, blijft de precieze verdeling van winst tussen Suriname en Guyana onduidelijk. Dit gebrek aan transparantie in de financiële afspraken wekt vragen over de eerlijkheid en effectiviteit van de gezamenlijke exploitatie.
Conclusie
De Canawaima‑veerverbinding laat zien hoe een ogenschijnlijk eenvoudige dienst complex wordt door structurele nalatigheid, onduidelijke verantwoordelijkheden en kortetermijnbeslissingen die operationele continuïteit ondermijnen. Financiële winstgevendheid mag dan op papier bestaan, de dienst is kwetsbaar en afhankelijk van politieke wil en dringend noodzakelijke investeringen. Zonder concrete en transparante afspraken, gekoppeld aan duurzame investeringen in infrastructuur, blijft de veerdienst een risicovolle en onbetrouwbare verbinding tussen Suriname en Guyana.





