Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) neemt diverse maatregelen om de kans op binnenkomst van vogelgriep te verkleinen. Een eventuele uitbraak kan ingrijpende gevolgen hebben voor de lokale pluimveesector en deze zwaar treffen.
LVV hanteert daarom tijdelijk een gedeeltelijke importstop bij het verstrekken van vergunningen voor de import van versbevroren kip. Import van versbevroren kip uit Nederland en uit gebieden waar vogelgriep heerst, wordt niet toegestaan. Bewerkte kipproducten die een hittebewerking hebben ondergaan, mogen wel normaal worden ingevoerd.
Ook voor de import van broedeieren uit Nederland gelden aangepaste maatregelen. Nederland moet aan strengere eisen voldoen voordat broedeieren Suriname mogen binnenkomen. Minister Mike Noersalim zegt dat rekening wordt gehouden met de zorgen vanuit de sector. Vertegenwoordigers van de Associatie Pluimveesector Suriname (APSS) hebben in overleg met de bewindsman gewezen op het risico van schaarste op de lokale markt.
Noersalim benadrukt dat de voedselvoorziening gegarandeerd moet blijven, maar dat voedselveiligheid belangrijker is. Daarom zijn volgens LVV meerdere alternatieven aan ondernemers voorgelegd, waaronder import uit landen waar (vrijwel) geen vogelgriep heerst, zoals Brazilië. Ook import uit de Verenigde Staten blijft volgens het ministerie een mogelijkheid, afhankelijk van de situatie in de herkomstgebieden en de gestelde voorwaarden.
Daarnaast is voorgesteld om broedeieren via zeevracht te importeren in plaats van via luchtvracht, zoals gebruikelijk. Verder wil LVV dat de PCR-testfrequentie op vogelgriep wordt verhoogd bij bedrijven in Nederland die broedeieren verzamelen voor export naar Suriname.
De minister wijst op de noodzaak van strenge voorzorgsmaatregelen, omdat de lokale productie momenteel ongeveer 40 procent van de kipbehoefte dekt. De resterende 60 procent wordt via import ingevuld.
Bij een besmetting in Suriname zou de pluimveesector volgens LVV volledig moeten worden geruimd, waardoor de lokale behoefte volledig via import zou moeten worden gedekt. Noersalim zegt daar geen voorstander van te zijn en stelt dat hard wordt gewerkt aan het versterken van instituten, zodat de lokale productie kan groeien en de importafhankelijkheid afneemt.












