Op sociale media circuleert momenteel een document met namen van Surinaamse diplomaten die volgens de lijst zouden worden gekoppeld aan buitenlandse posten. Het ministerie van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking (BIBIS) stelt dat het document géén definitieve status heeft en niet kan worden gezien als een officiële benoeming of plaatsing.
Minister Melvin Bouva verklaarde in het radioprogramma ABC Actueel, dat het gaat om een intern werkdocument dat is opgesteld voor werkgroepen in het kader van een diplomatencursus. Volgens Bouva heeft de lijst geen formele waarde en kan die “naar de prullenmand worden verwezen”.
De namen op de lijst zouden betrekking hebben op diplomaten in opleiding, met de intentie dat zij op termijn in aanmerking kunnen komen voor een buitenlandse post. Voor een daadwerkelijke uitzending zijn echter aanvullende stappen nodig, waaronder procedures en – in diverse gevallen – instemming van de ontvangende landen. Dat betekent volgens het ministerie dat er nog geen besluiten zijn genomen.
Voorbeelden uit de circulerende lijst
In het document worden onder meer de volgende combinaties genoemd (als mogelijke invulling, niet als officiële plaatsing):
- Roseline Daan en Samentha Bouterse bij Nederland – C.G. Amsterdam
- Pokie Joraisa bij Curaçao – C.G. Willemstad
- Jennifer Aboedoeloe bij Frans Guyana – C.G. Cayenne
- Pansa Kenya bij Ghana – Ambassade Accra
- Ricardo Panka bij Nederland – Ambassade Den Haag
- Pearl Paulus bij Frankrijk – Ambassade Parijs
- Li Vanessa Tsin-Jie bij China – Ambassade Beijing
- Michel Kerpens bij Amerika – Permanente VN-missie New York
Onderzoek naar herkomst van het lek
Bouva noemt het uitlekken van interne documenten en namen “volstrekt on-diplomatiek” en heeft opdracht gegeven tot een onderzoek naar de herkomst van het lek. Indien blijkt dat de informatie door een van de diplomaten in opleiding is gelekt, noemt de minister dat een ernstig signaal en wijst hij op mogelijke ongeschiktheid voor het diplomatieke vak.
Het ministerie benadrukt tot slot dat officiële benoemingen en plaatsingen uitsluitend via de daarvoor bestemde kanalen bekendgemaakt worden.















