De presidentiële werkgroep “Van armoede naar welzijn door productiviteit” heeft maandag een bezoek gebracht aan het ministerie van Regionale Ontwikkeling. Het gesprek stond in het teken van kennismaking en afstemming over de aanpak waarmee de werkgroep kwetsbare groepen wil ondersteunen richting economische zelfstandigheid.
Volgens voorzitter Donagy Malone is het programma gericht op het versterken van individuen en gemeenschappen via vaktrainingen, life skills en gerichte toeleiding naar arbeid en ondernemerschap. Daarbij wordt ingezet op duurzame participatie in de samenleving.
De werkgroep presenteerde tijdens het overleg een overzicht van de stand van zaken, het plan van aanpak en de stappen richting de officiële lancering op 20 februari 2026. Op diezelfde dag wordt ook een digitaal dashboard gelanceerd.
Digitaal dashboard voor trainingen en registratie
Via het dashboard kunnen betrokken organisaties informatie delen over beschikbare trainingen, terwijl kwetsbare personen zich kunnen registreren voor begeleiding en scholing. Speerpunten binnen het programma zijn centrale coördinatie, doelgroepgerichte trainingen, stakeholderbetrokkenheid en monitoring via het systeem.
Daarnaast wordt samenwerking gezocht met het onderwijs om bestaande trainingen te inventariseren en waar nodig te versterken. Het ministerie van Regionale Ontwikkeling wordt daarbij genoemd als een belangrijke partner, mede vanuit de decentralisatiegedachte.
DC-kantoren als toegangspunt voor burgers zonder internet
Om ook burgers zonder internettoegang te bereiken, is voorgesteld om districtscommissariaten in te zetten als dependances voor registratie en begeleiding. Volgens de werkgroep kan dit de toegankelijkheid vergroten, omdat DC-kantoren verspreid zijn over de verschillende districten.
De werkgroep heeft het ministerie gevraagd een vertegenwoordiger voor te dragen ter versterking van het team. Minister Huur gaf aan hiertoe bereid te zijn, maar eerst het officiële verzoek schriftelijk te willen ontvangen. “Dit was een eerste ontmoeting, maar zeker niet de laatste. Ik kijk uit naar een goede en constructieve samenwerking”, aldus de minister.










