Minister Harish Monorath van Justitie en Veiligheid wil een onderzoek naar de aanschaf van dienstvoertuigen onder de vorige regering. Volgens de bewindsman zijn destijds voertuigen aangeschaft die als nieuw moesten worden geleverd, maar in werkelijkheid tweedehands en zelfs derdehands zouden zijn geweest.
De slechte staat van het wagenpark zorgt volgens hem voor grote problemen bij de politie en andere diensten van het ministerie.Monorath verklaarde dat hij bij zijn aantreden een chaotische situatie aantrof binnen het wagenpark van het ministerie. Een aanzienlijk deel van de voertuigen zou in slechte technische staat verkeren, waardoor deze niet of nauwelijks inzetbaar zijn. De minister vindt dat dringend moet worden onderzocht hoe de aankopen tot stand zijn gekomen en wie daarvoor verantwoordelijk waren.
Volgens de bewindsman werden tijdens de vorige regeerperiode honderden voertuigen aangeschaft via het Kabinet van de President en het ministerie van Openbare Werken, zonder rechtstreekse betrokkenheid van het ministerie van Justitie en Veiligheid. De verschillende diensten zouden slechts zijn opgeroepen om de voertuigen in ontvangst te nemen.
Monorath schetste een zorgwekkend beeld van de staat waarin sommige voertuigen verkeerden. “Seatbelts waren geknipt, chassisplaten waren weggebrand en onder de matten kon je nog bauxiet vinden”, aldus de minister.
Politiebureaus zonder dienstvoertuigen
De gevolgen van de volgens Monorath ondeugdelijke aankopen zijn inmiddels merkbaar in de dagelijkse dienstverlening. Voertuigen vallen regelmatig uit, terwijl de reparaties aanzienlijke kosten met zich meebrengen.
“Er vallen dus dagelijks voertuigen weg en het is een enorme kostenpost om deze voertuigen weer te repareren”, verklaarde de bewindsman.
Door de aanhoudende technische problemen beschikken sommige politiebureaus momenteel niet over een inzetbaar dienstvoertuig. Dat bemoeilijkt de uitvoering van politietaken en zet de operationele capaciteit onder druk.
Monorath zegt dat zijn ministerie maatregelen treft om de tekorten op te vangen. Daarbij wordt ernaar gestreefd iedere politiepost van ten minste één inzetbaar voertuig te voorzien.
Sampie beschuldigt vorige regering van vriendjespolitiek
DNA-lid Edgar Sampie uitte eveneens ernstige beschuldigingen over de aanschaf van de voertuigen. Volgens hem werden onder de regering-Santokhi opdrachten voor de levering van nieuwe voertuigen gegund aan vrienden en kennissen van de toenmalige president Chandrikapersad Santokhi.
Sampie beweert dat uiteindelijk tweedehandse en zelfs derdehandse voertuigen werden geleverd, terwijl de overeenkomsten betrekking zouden hebben gehad op nieuwe voertuigen.
“We weten wat de verbanden waren tussen deze mensen en de toenmalige president”, stelde het parlementslid.
Volgens Sampie zou Santokhi persoonlijk hebben aangedrongen op het gunnen van opdrachten aan personen uit zijn directe omgeving. Hij beweert dat het beschikbaar stellen van financiële middelen voor de voertuigaankopen afhankelijk werd gemaakt van deze gunningen.
“Als dat niet zou gebeuren, zou het geld niet worden vrijgemaakt om voertuigen te kopen”, aldus Sampie.
De beschuldigingen van Sampie en de uitspraken van Monorath roepen vragen op over de aanbesteding, levering en controle van voertuigen die met overheidsgeld zijn aangeschaft. Of daadwerkelijk sprake is geweest van onregelmatigheden, zal uit nader onderzoek moeten blijken.









