Er zijn van die nummers die je niet alleen terugbrengen naar een bepaalde periode in je leven, maar je ook laten beseffen hoeveel invloed muziek op je ontwikkeling kan hebben. Soms zit die invloed in een tekst die je raakt, soms in een artiest die je bewondert en soms in een baslijn die je als kind niet kunt verklaren, maar die je lichaam al begrijpt voordat je verstand er woorden aan kan geven. Voor mij is dancehall zo’n verhaal. En als ik één nummer moet noemen dat mij onmiddellijk terugbrengt naar die energie, dan is het Beenie Man met zijn onsterfelijke woorden: “Gimme di gyal with di wickedest slam.”
Hiphop in mijn hart, dancehall om mij heen
Ik ben in de eerste plaats een hiphopliefhebber. De muziekcultuur rondom hiphop heeft mij altijd gefascineerd. Van rap en de bijbehorende artiesten tot de beats, producers, geschiedenis en alles wat aan de cultuur verbonden is: ik heb mij in vrijwel alles verdiept wat met hiphop te maken heeft.
Snoop Dogg en Dr. Dre behoorden tot de artiesten van wie ik de cassettes grijs draaide. Hun muziek vormde een belangrijk deel van mijn muzikale wereld. Maar terwijl ik mij onderdompelde in de Amerikaanse hiphopcultuur, speelde zich om mij heen een andere muzikale revolutie af. Een revolutie die je in Suriname onmogelijk kon negeren: dancehall.
Je hoorde het overal. Bij populaire bars, waar de dj de avond steevast begon met keiharde Jamaicaanse dancehall voordat Sukrusani, Ai Sa Si of Farao live het podium betrad. Die muziek was geen achtergrondgeluid dat toevallig ergens speelde. Ze maakte deel uit van de sfeer, van het uitgaansleven en van de manier waarop mensen zich op een avond voorbereidden op wat komen ging. De dj wist precies hoe hij het publiek moest opwarmen. Eerst die bas, die drums, die herkenbare melodie en die Jamaicaanse stem die je soms nauwelijks verstond, maar waarvan je de energie onmiddellijk begreep.
De magie van de riddim
Als kind was er één aspect van dancehall dat mij misschien nog meer fascineerde dan de artiesten zelf: de riddim. Ik kon het toen niet theoretisch uitleggen. Ik kende de muzikale terminologie niet en hield me niet bezig met de technische kant van de muziekproductie. Maar ik hoorde hoe de bas, de drums, de melodieën en de andere instrumenten als het ware met elkaar verweven waren.
Alles had zijn eigen plek en toch vormde het samen één geheel. Het was alsof de muziek een eigen persoonlijkheid had. De artiest kon veranderen, de tekst kon veranderen, maar die instrumentale basis bleef herkenbaar. En zodra de riddim begon, wist je dat er iets stond te gebeuren.
Als iemand mij vandaag vraagt om mijn favoriete rapnummers uit de jaren negentig en het begin van de jaren 2000 op te noemen, kan ik waarschijnlijk zonder veel moeite een behoorlijke lijst samenstellen. Bij dancehall wordt dat een stuk moeilijker. Niet omdat ik minder van de muziek houd, maar juist omdat zoveel nummers, stemmen en instrumentale producties zich in mijn geheugen hebben vastgezet. Toch durf ik mij op glad ijs te begeven en mijn persoonlijke favorieten te benoemen: de riddims die bij mij een blijvende indruk hebben achtergelaten.
Movie Star: de ontdekking van een muzikale identiteit
Laat ik beginnen bij het moment waarop ik Buju Banton en Wayne Wonder hoorde met Bonafide Love. De melodie, de stemmen en die onweerstaanbare instrumentale basis maakten indruk. Het was de Movie Star Riddim. Vanaf dat moment hoorde ik ook andere nummers op diezelfde riddim en begon ik langzaam te begrijpen dat een instrumentale productie een eigen leven kon leiden. Het was niet zomaar een beat onder een liedje. Het was een muzikale identiteit waarop verschillende artiesten hun eigen verhaal konden vertellen.
Pepper Seed nam Suriname over
En toen kwam Pepper Seed. Op een gegeven moment hoorde ik een nummer dat mij opnieuw wakker schudde. De artiest bleek Louie Culture te zijn en het nummer heette No Gyal. De riddim was Pepper Seed.
Als je mij vandaag vraagt welke riddim volgens mij de grootste indruk op Suriname heeft gemaakt, dan zou Pepper Seed heel hoog eindigen, misschien zelfs bovenaan. Dat is mijn persoonlijke overtuiging, gevoed door herinneringen aan de muziek die destijds overal klonk. Je hoorde Pepper Seed in de lijnbussen, op straat, bij feesten en op plekken waar mensen samenkwamen. Het leek alsof iedere buschauffeur de riddim in zijn geluidsinstallatie had opgenomen.
Don Yute, Buju Banton, Terror Fabulous, Frisco Kid, Nadine Sutherland en andere artiesten gaven die instrumentale basis ieder hun eigen karakter. Pepper Seed was niet langer uitsluitend een Jamaicaanse productie. In Suriname werd het onderdeel van het dagelijkse geluidslandschap.
Pepper Seed took Sranan over by storm!
Joy Ride en Arab Attack: dancehall op volle kracht
En net wanneer je dacht dat het niet beter kon, kwam Wayne Wonder samen met Baby Cham met Joyride. De Joy Ride Riddim bewees opnieuw dat een sterke instrumentale productie een eigen leven kon leiden. De melodie, het ritme en de manier waarop de artiesten ermee omgingen, maakten het tot een van die producties die je niet zomaar vergeet.
Maar als we het hebben over de explosieve energie van dancehall, dan kunnen we onmogelijk voorbijgaan aan Beenie Man en de Arab Attack Riddim. Zodra hij begon met “Gimme di gyal with di wickedest slam”, was het voor mij alsof de wedstrijd al beslist was. Die stem, die flow en de manier waarop hij over de riddim bewoog: het was raak.
De dansgroepen in Suriname hadden nummers van Beenie Man op hun repertoire en Arab Attack hoorde bij die muzikale periode waarin dancehall niet alleen iets was om naar te luisteren, maar ook iets om op te dansen en te laten zien wat je kon. De muziek leefde in de bewegingen van de dansers, in de reacties van het publiek en in de manier waarop dj’s de sfeer naar een hoger niveau tilden.
Oude riddims, nieuwe generaties
Mijn liefde voor dancehall groeide verder, maar het besef van de riddimcultuur kwam niet allemaal op hetzelfde moment. Pas later, rond 1997, begon ik mij bewuster te verdiepen in producties als Tempo en Fever Pitch. Ik ontdekte hoe oude instrumentale producties opnieuw onder de aandacht konden komen, onder meer door remakes en nieuwe versies. Ook Corduroy hoort voor mij bij die ontdekkingstocht.
Het bijzondere was dat een riddim uit een eerdere periode door een nieuwe generatie kon worden herontdekt en opnieuw populair kon worden. Muziek had kennelijk geen houdbaarheidsdatum.
Van de lijnbus tot de ontgroening op het AMS
Die herinneringen zijn overigens niet uitsluitend verbonden aan Jamaica. Ze zijn ook verbonden aan onze eigen plekken, onze eigen mensen en onze eigen momenten. Ik denk bijvoorbeeld aan dj Stippy, die tijdens de ontgroening op het AMS regelmatig Traffic Blocking van General Degree en Heads High van Mr. Vegas draaide. Zulke momenten geven muziek een extra betekenis. Je onthoudt niet alleen de artiest of de titel, maar ook waar je was, wie erbij waren en hoe de omgeving reageerde zodra de eerste tonen klonken.
Daarom kan ik mijn favoriete riddims niet loszien van mijn persoonlijke geschiedenis. Movie Star, Pepper Seed, Joy Ride, Arab Attack, Tempo, Fever Pitch, Giggy en Corduroy vertegenwoordigen voor mij meer dan acht instrumentale producties. Ze vormen een muzikale tijdlijn, een verzameling herinneringen aan mijn jeugd, het Surinaamse uitgaansleven en de ontdekking van een cultuur die naast mijn liefde voor hiphop een eigen plaats veroverde.
Dancehall blijft zichzelf vernieuwen
En dancehall bleef zich ontwikkelen. Nieuwe producers kwamen met nieuwe ideeën, nieuwe artiesten gaven de muziek een ander gezicht en in de periode van Vybz Kartel en Mavado ontstonden opnieuw geluiden die hun stempel drukten op de scene.
Ook hedendaagse riddims, waaronder Smashing Crash Dummy, laten zien dat de cultuur nog altijd in beweging is. De technologie verandert, de manier van produceren wordt anders en de smaak van het publiek verschuift, maar de uitdaging blijft dezelfde: iets creëren dat mensen binnen enkele seconden herkennen en waarop ze onmiddellijk reageren.
Muziek als tijdmachine
Misschien is dat uiteindelijk het geheim van een goed riddim. Je hoeft niet iedere tekst te kennen. Je hoeft niet eens precies te weten welke producer erachter zit. Soms zijn enkele seconden genoeg om je terug te brengen naar een plek die al lang veranderd is, naar mensen die je misschien niet meer dagelijks ziet en naar een tijd waarin muziek je wereld groter maakte.
Ik blijf een hiphopfan. Snoop Dogg en Dr. Dre hebben hun plaats in mijn muzikale geschiedenis, en die zal niemand hen afnemen. Maar dancehall heeft mij geleerd dat muziek niet altijd via de voordeur binnenkomt. Soms komt ze binnen via de geluidsinstallatie van een lijnbus, via een dj die een bar opwarmt, via een dansgroep die een zaal in beweging brengt of via een riddim waarvan je de naam pas jaren later leert kennen. En zodra die bas weer klinkt, ben ik voor even terug.
Gimme di gyal with di wickedest slam!







