Het Korps Politie Suriname (KPS) kampt met een tekort aan personeel en voertuigen, waardoor de bezetting op verschillende politieposten onder druk staat. Volgens minister Harish Monorath van Justitie en Veiligheid zijn per politiepost minimaal acht agenten per dienst nodig, terwijl er momenteel slechts vier beschikbaar zijn. Ook beschikt een politiepost doorgaans over één dienstvoertuig, terwijl er volgens de bewindsman vier nodig zijn.
Tijdens de vergadering van De Nationale Assemblee (DNA) op dinsdag gaf Monorath aan dat de regering werkt aan het versterken van de politieorganisatie en het vergroten van de zichtbaarheid van de politie op straat.
“We moeten onmiddellijk acht politieagenten per shift per post hebben, maar we hebben slechts vier”, zei de minister. Volgens hem vormt ook het tekort aan dienstvoertuigen een belangrijke uitdaging. “We moeten ook onmiddellijk vier voertuigen per post hebben, maar we hebben er maar één.”
Ondanks deze beperkingen wordt volgens Monorath dagelijks gewerkt aan het verbeteren van de veiligheid en het versterken van het veiligheidsgevoel onder burgers.
KPS moet groeien naar ruim 5.000 agenten
Het politiekorps telt momenteel ongeveer 2.600 personeelsleden. Monorath wil dit aantal uiterlijk in 2027 uitbreiden naar ruim 5.000 agenten. Jaarlijks worden volgens de minister ongeveer 250 nieuwe politiemedewerkers aangetrokken. Daarnaast krijgen agenten opleidingen aangeboden om hun kennis en vaardigheden verder te ontwikkelen.
Met de uitbreiding van het personeelsbestand wil de bewindsman de operationele capaciteit van het korps vergroten en de dienstverlening aan de samenleving verbeteren.
Ongeveer 400 agenten ingezet voor persoonsbeveiliging
Een aanzienlijk deel van de beschikbare politiecapaciteit wordt ingezet voor andere veiligheidstaken. Volgens Monorath zijn momenteel ongeveer 400 politiemedewerkers belast met de beveiliging van hoogwaardigheidsbekleders en andere personen die vanwege hun functie bescherming nodig hebben.
Het gaat onder meer om leden van de regering, vertegenwoordigers van de rechterlijke macht, leden van De Nationale Assemblee en andere functionarissen.
Daarnaast zijn politiemedewerkers gedetacheerd bij verschillende inlichtingen- en ondersteunende diensten buiten het KPS. Daaronder vallen het Justitieel Interventie Team (JIT), het Directoraat Nationale Veiligheid (DNV) en de ministeries van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) en Openbare Werken (OW).
Minister verdedigt detachering politiemedewerkers
Monorath benadrukte dat de inzet van politieambtenaren buiten het korps niet als oneigenlijk moet worden beschouwd. Volgens hem gaat het om werkzaamheden die eveneens bijdragen aan de nationale veiligheid en binnen de wettelijke taken van de politie vallen.
“Deze detacheringen zijn noodzakelijk en hebben plaatsgevonden om de veiligheid van de samenleving te garanderen”, aldus de minister.
De bewindsman stelt dat de versterking van het korps noodzakelijk is om zowel de reguliere politiezorg als de overige veiligheidstaken naar behoren te kunnen uitvoeren.
Redactionele aandachtspunten: De ambitie om van ongeveer 2.600 naar ruim 5.000 agenten te groeien vóór eind 2027 verdient nadere toelichting. Met een jaarlijkse instroom van circa 250 nieuwe agenten lijkt deze doelstelling zonder aanvullende maatregelen niet haalbaar. Ook is het belangrijk te verifiëren of de genoemde aantallen van vier agenten en één voertuig per post landelijk gelden of betrekking hebben op specifieke politieposten.








