De wateroverlast in Zuid-Suriname heeft volgens het Nationaal Coördinatiecentrum voor Rampenbeheersing (NCCR) nog niet geleid tot een algehele rampsituatie, maar in met name het Coeroeni- en Tapanahonygebied is wel sprake van veel mensen in nood. Vooral dreigende voedseltekorten, ondergelopen kostgronden en beperkte bereikbaarheid baren zorgen.
De regering heeft inmiddels SRD 8.002.288 vrijgemaakt voor noodhulp aan de zwaarst getroffen gebieden. Dat bedrag is volgens NCCR-coördinator Jerry Slijngard begroot op basis van hulpverlening aan zes tot acht dorpen. De organisatie wil de distributie van dringend noodzakelijke hulpgoederen zo snel mogelijk, mogelijk al dit weekend, opstarten.
Vooraf moeten de getroffen gebieden echter goed in kaart worden gebracht, zodat de hulp eerlijk en efficiënt kan worden verdeeld. “De begroting ligt reeds bij de president. Intussen zijn we ook wachtende wat wij aan hulp kunnen krijgen van buurlanden aangezien Suriname ook deel uit maakt van CDEMA”, zegt Slijngaard.
CDEMA is het overkoepelend orgaan van disaster relief organisaties binnen de gehele regio. “De situation report is reeds uit en zullen we zeker ondersteuning krijgen van organisaties binnen de regio. Alle hulp is zeker welkom.”
Uit de situation analysis van het NCCR blijkt dat sinds begin april 2026 aanhoudende regenval, veroorzaakt door de noordwaartse verplaatsing van de Intertropische Convergentiezone en atmosferische storingen, zorgt voor verhoogde waterstanden en wateroverlast in verschillende delen van het land. Vooral dorpen langs rivieren en kreken ondervinden hinder van overstroomde woongebieden, ondergelopen looppaden en schade aan kostgronden.
Kostgronden onder water
In het ressort Tapanahony, waaronder Palumeu, Tepoe en Apetina vallen, worden verhoogde waterstanden langs de rivieroevers gemeld. Delen van woongebieden, looppaden en kostgronden staan onder water. Landbouwgewassen zoals cassave, bananen, tajer en groenten zijn beschadigd. Bij aanhoudende regen kan dat leiden tot verdere druk op de voedselvoorziening.
Ook in het gebied Sipaliwini/Coeroeni, waaronder Sipaliwini, Amatopo, Coeroeni en Kwamalasemutu, is sprake van stijgende waterstanden. De situatie wordt extra kwetsbaar doordat airstrips en landingsbanen verslechteren door de natte weersomstandigheden. Hierdoor wordt de aan- en afvoer van goederen, medische hulp en noodhulp bemoeilijkt.
Volgens het NCCR zijn de directe gevolgen onder meer woningen en erven onder water, verlies van kostgronden en kostgewassen, verontreiniging van drinkwaterbronnen, toename van muggenoverlast en infectierisico’s, beperkte toegang tot scholen en medische posten en hogere transportkosten voor voedsel en brandstof.
Coeroeni en Tapanahony onder strikte monitoring
In de ernstmatrix van het NCCR worden Tapanahony en Coeroeni geplaatst in de fase “strikte monitoring”. Boven-Suriname staat op “alert” en het Matawaigebied op “monitoring”. De organisatie wijst erop dat vooral afgelegen dorpen langs rivieroevers en gebieden die afhankelijk zijn van luchttransport kwetsbaar zijn.
Op basis van de inventarisatie gaat het in het bestuursgebied Coeroeni om onder meer Kwamalasemutu, Alalapadu, Amatopo, Curuni en Sipaliwini. In Tapanahony gaat het om Tepoe, Palumeu en Apetina. Samen gaat het om honderden gezinnen. Kwamalasemutu telt volgens de inventarisatie 220 gezinnen, Apetina 120, Tepoe 100 en Palumeu 92 gezinnen.
Kwetsbare groepen zijn kinderen, ouderen, zwangere vrouwen, mensen met een lichamelijke beperking, personen met chronische aandoeningen en dorpen zonder directe medische post.
Vliegvelden deels onbereikbaar
Een belangrijke uitdaging is de bereikbaarheid van de getroffen gebieden. Suriname beschikt volgens Slijngard over 47 vliegvelden, maar de vliegvelden van Coeroenie, Sipaliwini en Amotopo zijn momenteel niet beschikbaar. Daarom wordt gezocht naar alternatieve routes om de getroffen dorpen toch te bereiken.
De NCCR-coördinator waarschuwde dat bij aanhoudende regenval mogelijk nog meer vliegvelden onbereikbaar kunnen worden. Dat zou de hulpoperatie verder bemoeilijken. De logistieke voorbereidingen zijn intussen in volle gang. Er zijn gesprekken gevoerd met vliegmaatschappijen en autoriteiten, waaronder Blue Wings, Gum Air en de Luchtmacht. Ook zijn transportmogelijkheden in kaart gebracht en offertes opgevraagd bij leveranciers.
Waar luchttransport niet mogelijk is of waar dorpen geen landingsstrip hebben, zullen lokale boten, waaronder korjalen, moeten worden ingezet. Het NCCR stelt voor om in de gebieden strategische distributiepunten op te zetten, vanwaar de hulpgoederen verder naar omliggende dorpen en gemeenschappen kunnen worden gebracht.
Hulppakketten van ruim 40 kilo
De noodhulppakketten zijn samengesteld op basis van een gemiddeld gezin van vijf personen. Een pakket weegt ongeveer 40 kilogram en bevat onder meer rijst, suiker, bloem, olie, sardines, tomatenpuree, beschuit, bakkeljauw, bami, bruine bonen, stroop, noedels en water. Volgens Slijngard vertegenwoordigt één hulppakket een waarde van ongeveer SRD 2.000.
Voorlopig wordt uitgegaan van 1.000 noodhulppakketten. Alleen de pakketten vertegenwoordigen daarmee een bedrag van SRD 2 miljoen. Het grootste deel van de begroting gaat echter naar luchttransport. Voor vluchten naar Tapanahony en Coeroeni wordt in totaal gerekend op ongeveer 33 vluchten. De kosten daarvoor bedragen volgens de begroting USD 158.250, omgerekend SRD 5.942.288 tegen een koers van SRD 37,55.
Daarnaast is SRD 10.000 opgenomen voor personeels- en operationele kosten en SRD 50.000 voor onvoorziene uitgaven. Daarmee komt het totaal uit op SRD 8.002.288. De begroting kan volgens het NCCR nog wijzigen. “Als er natuurlijk meer dorpen bij komen zal dat een druk leggen op de begroting.”
Geen algemene ramp, wel noodsituatie in dorpen
Hoewel het NCCR concludeert dat er vooralsnog geen sprake is van een algehele rampsituatie, is de situatie in delen van Zuid-Suriname zorgelijk. Vooral de dreiging van voedseltekorten vraagt om snelle actie. Als de regen aanhoudt en kostgronden verder onder water blijven staan, kan de druk op gezinnen in de getroffen dorpen verder toenemen.
De coördinatie van de distributie moet volgens het NCCR plaatsvinden onder leiding van de districtscommissarissen, in samenwerking met bestuursdiensten, ressortraadsleden, lokale gezagsdragers en hulpinstanties. Daarbij wordt nadrukkelijk geadviseerd om de verdeling transparant en gedocumenteerd te laten verlopen, zodat de hulp terechtkomt bij de gezinnen die deze het hardst nodig hebben.





