Newmont Suriname ziet mogelijkheden om kleinschalige goudzoekers naast de mijnbouw ook toegang te geven tot andere inkomstenbronnen. Daarbij wordt onder meer gedacht aan landbouwprogramma’s, samenwerking via coöperaties en mogelijke partnerschappen met de overheid en small-scale miners.
Het onderwerp kwam vrijdag aan de orde tijdens het bezoek van president Jennifer Simons aan de Merian-goudmijn, waar Newmont tien jaar commerciële productie in Suriname en de productie van vier miljoen ounces goud markeerde.
Volgens Newmont moet bij de ontwikkeling van gebieden waar natuurlijke hulpbronnen worden gewonnen ook worden gekeken naar kansen die op langere termijn inkomsten kunnen opleveren voor lokale en kleinschalige mijnwerkers. Landbouw wordt daarbij genoemd als een mogelijke alternatieve economische activiteit.
Een van de mogelijkheden is het opzetten van landbouwprogramma’s voor small-scale miners. Ook wordt gedacht aan een fonds en het organiseren van deelnemers in coöperaties. Voor de uitvoering daarvan zou samenwerking met de overheid nodig zijn, terwijl ook partnerschappen met de kleinschalige goudzoekers zelf tot de mogelijkheden behoren.
President vraagt naar samenwerking
President Jennifer Simons vroeg tijdens de bijeenkomst ook naar de huidige samenwerking van Newmont met small-scale miners en de wijze waarop het bedrijf uitvoering geeft aan zijn strategie voor deze sector. Shirley Sowma-Sumter, Director External Relations en Country Manager van Newmont Suriname, zei in reactie daarop dat het bedrijf regelmatig contact onderhoudt met de small-scale miners.
“We hebben regelmatig contact. Een jaar of twee geleden hebben we een korte presentatie gegeven over onze RSM (Relationship Stakeholder Management)-strategie. Daarbij hebben we afgesproken dat we periodiek informatie met elkaar uitwisselen over nieuwe ontwikkelingen,” zei Sowma-Sumter. Volgens haar wordt het overleg geïntensiveerd wanneer zich nieuwe mogelijkheden of knelpunten voordoen. Newmont kan daarbij ondersteuning bieden wanneer daar behoefte aan bestaat. “Als er mogelijkheden zijn waarbij wij ondersteuning kunnen bieden en daar gebruik van kan worden gemaakt, dan hebben we natuurlijk contact en bieden we die ondersteuning,” aldus Sowma-Sumter.
Trots op samenwerking
Sowma-Sumter zei dat Newmont positief is over de wijze waarop de relatie met de small-scale miners zich heeft ontwikkeld. “Ik moet zeggen dat wij trots zijn op de wijze waarop de samenwerking met de RSM’ers verloopt.” Zij benadrukte tegelijkertijd dat de omstandigheden voor iedere goudmaatschappij anders kunnen zijn en dat ook de relaties met kleinschalige mijnwerkers en andere betrokken partijen kunnen verschillen.
“Niet elke goudmaatschappij bevindt zich in dezelfde omstandigheden of heeft dezelfde relatie met de verschillende betrokken partijen. Wij proberen in ieder geval invulling te geven aan onze RSM-strategie. Dat doen we niet alleen met onze eigen collega’s, maar ook met andere stakeholders.”
De opmerkingen sluiten aan bij de bredere benadering waarbij Newmont naast goudwinning ook kijkt naar economische mogelijkheden voor gemeenschappen en kleinschalige mijnwerkers. Het ontwikkelen van alternatieve inkomstenbronnen, waaronder landbouw, moet volgens deze benadering bijdragen aan mogelijkheden die niet uitsluitend afhankelijk zijn van goudwinning.








