Vrijdagavond werd ik onderweg van Moengo naar Paramaribo gebeld door buurtbewoners die zich zorgen maakten over twee minderjarige kinderen. Hun melding en de daaropvolgende afhandeling roepen bij mij vragen op over de samenwerking binnen de politie bij de bescherming van kinderen.
Volgens de buurtbewoners was een elfjarige jongen door zijn oma naar buiten gestuurd en kon hij niet meer naar binnen. Zij vertelden dat dit niet de eerste keer was. De oma was op dat moment niet thuis. Het was inmiddels 20.00 uur en de jongen liep op straat rond. In de woning bevond zich volgens de buren ook een baby van één jaar, die zij aanhoudend hoorden huilen.
De buren maakten zich zorgen en vroegen mij om hulp. Ik belde direct het algemene nummer van het Korps Politie Suriname (KPS), 115. Ik legde de situatie zo volledig mogelijk uit en kreeg te horen dat een politie-eenheid naar de locatie zou gaan.
Toen na ongeveer een halfuur nog niemand was aangekomen, belde ik opnieuw naar de politiepost. Daar kreeg ik te horen: “Mevrouw, u moet gewoon geduldig wachten. We hebben meerdere meldingen.” Vervolgens werd het gesprek beëindigd.
Later namen de buren opnieuw contact met mij op. De politie was inmiddels ter plaatse geweest en had met de oma gesproken. Volgens de buren had de politie haar gezegd dat de jongen naar binnen moest.
Bij een volgende situatie moesten de buren contact opnemen met Opa Doelie, omdat de politiepost naar eigen zeggen niet voor dergelijke zaken verantwoordelijk was. Die terugkoppeling roept bij mij vragen op over de manier waarop meldingen over kinderen worden afgehandeld.
Wie zorgt voor de overdracht?
Als de politie ter plaatse gaat, maar de zaak mogelijk de aandacht van een gespecialiseerde afdeling vereist, waarom informeert de politie die afdeling dan niet rechtstreeks?
Een rapportage of gerichte overdracht kan duidelijk maken wat de politie heeft aangetroffen en welke verdere actie nodig is. Waarom zouden buurtbewoners bij een volgende melding opnieuw zelf moeten uitzoeken waar zij terechtkunnen?
Een melding over kinderen die mogelijk zonder toezicht zijn, vraagt om meer dan de instructie dat een kind naar binnen moet. Er moet worden vastgesteld of de kinderen veilig zijn en of verdere opvolging nodig is.
Dat hoeft niet allemaal door de politiepost zelf te gebeuren. Maar als een andere afdeling verantwoordelijk is voor het vervolg, mag van de politie worden verwacht dat zij de informatie zorgvuldig overdraagt en duidelijk maakt wie de zaak verder oppakt.
Duidelijkheid voor de melder
De politie is voor veel mensen het eerste aanspreekpunt wanneer zij zich zorgen maken over hun veiligheid of die van anderen. De bescherming van personen en de veiligheid van de samenleving behoren tot de politietaak.
Dat betekent niet dat de politie elke kwestie zelfstandig moet oplossen. Het betekent wel dat een melding serieus moet worden behandeld en dat de melder duidelijkheid krijgt over de vervolgstappen.
Ik begrijp dat de politie meerdere meldingen tegelijk kan ontvangen en dat er keuzes moeten worden gemaakt. Maar die mededeling beantwoordt niet de kern van de zorg: zijn de kinderen op dat moment veilig en wat gebeurt er met de melding?
Een gesprek beëindigen zonder die vragen te beantwoorden, komt bovendien onbeleefd en afstandelijk over. Achter een melding staan mensen die aan de bel trekken omdat zij niet weten wat er met een kind gebeurt.
De buren hebben hun verantwoordelijkheid genomen door de situatie te melden. Vervolgens heb ik de informatie doorgegeven aan de politie, die ter plaatse is geweest.
Toch blijft onduidelijk of de melding is vastgelegd, of de afdeling die zich met jeugdzaken bezighoudt is geïnformeerd en wie controleert of verdere opvolging nodig is.
Kinderbescherming vraagt om samenwerking
Kinderbescherming vraagt om samenwerking tussen de betrokken afdelingen. Wanneer een melding buiten het takenpakket van een politiepost valt, moet die kunnen worden doorgezet naar de juiste afdeling. De melder hoort niet zelf de weg te moeten zoeken binnen het politieapparaat.
Mijn vragen aan de politie zijn daarom: hoe worden dit soort meldingen geregistreerd en opgevolgd? Wanneer wordt een gespecialiseerde afdeling ingeschakeld? En wie houdt in de gaten of de situatie van de kinderen na het politiebezoek daadwerkelijk is verbeterd?
Bij meldingen over minderjarigen mag de opvolging niet afhangen van de vraag of een bezorgde buurman of buurvrouw precies weet welke afdeling gebeld moet worden. Mensen moeten kunnen rekenen op een politieorganisatie die luistert, handelt en intern samenwerkt.
Kinderen hebben bescherming nodig. Daar hoort ook bij dat instanties hun verantwoordelijkheden op elkaar laten aansluiten.
Tra Fas’ De
In Tra Fas’ De deelt auteur Gloria Bottse haar visie op maatschappelijke, politieke en bestuurlijke vraagstukken in Suriname. De rubriek biedt ruimte voor kritische duiding, reflectie en opinie, met als doel verdieping te brengen in onderwerpen die de samenleving raken.







