In een open brief vraagt opiniemaakster Gloria Bottse om “onmiddellijke bescherming” van vijf minderjarige kinderen die volgens haar structureel in onveilige omstandigheden leven. Het gaat om kinderen in de leeftijd van vijf jaar tot zeven maanden. Bottse richt zich tot instanties die belast zijn met kinderbescherming en benadrukt dat uitstel volgens haar niet langer verantwoord is.
Volgens de brief is de situatie niet nieuw. Eerder zou al door bevoegde autoriteiten zijn vastgesteld dat sprake was van een acute en ernstige onveilige situatie, waarna een uithuisplaatsing volgde. De kinderen zouden na ongeveer twee maanden zijn teruggeplaatst, nadat aan voorwaarden was voldaan, waaronder het opruimen van de woning.
Bottse stelt dat de terugplaatsing vooral is gebaseerd op een momentopname en dat duurzame waarborgen voor veiligheid, opvoedvaardigheden en toezicht onvoldoende zijn getoetst. In de brief wordt benadrukt dat intensieve begeleiding, frequente controles en afdwingbare voorwaarden volgens haar tekortschieten.
Omschrijving van recente omstandigheden
In de open brief worden opnieuw ernstige tekortkomingen beschreven die bij een recent bezoek zouden zijn vastgesteld. Bottse noemt onder meer gebrekkige sanitaire voorzieningen, vervuilde slaapplaatsen, vuile kleding en signalen van verwaarlozing. Ook stelt zij dat één van de oudere kinderen zorgtaken op zich zou nemen voor de baby en dat kinderen sigaretten zouden roken die zij bij hun ouders pakken. De moeder zou deze omstandigheden volgens de brief ontkennen, terwijl er naar eigen zeggen beeldmateriaal beschikbaar is ter ondersteuning van de beschreven situatie.
Verwijzing naar kinderrechten en staatsverantwoordelijkheid
De brief verwijst naar het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind en stelt dat de Staat verplicht is kinderen te beschermen tegen verwaarlozing, zeker wanneer eerder al onveiligheid is vastgesteld. Bottse noemt het uitblijven van structurele nazorg en toezicht na de terugplaatsing “systeemfalen”.
Oproep aan overheid én bedrijfsleven
Naast de overheid doet de brief ook een expliciete oproep aan het Surinaamse bedrijfsleven om mee te helpen bij oplossingen wanneer capaciteit en middelen bij de overheid tekortschieten. Genoemd worden onder meer het financieren of beschikbaar stellen van crisisopvang, gebouwen of tijdelijke opvanglocaties, en publiek-private samenwerking gericht op structurele kinderbescherming.
Wat wordt er concreet gevraagd
Bottse roept op tot een onmiddellijke en integrale herbeoordeling van de veiligheidssituatie, het direct treffen van beschermende maatregelen als veiligheid niet aantoonbaar gegarandeerd is, en het inzetten van alle beschikbare middelen, inclusief noodopvang in bijvoorbeeld hotels of andere tijdelijke locaties. Verder vraagt zij om intensieve begeleiding voor de ouders, structureel toezicht en transparante communicatie over maatregelen.










