Toen ik de titel van het opiniestuk van de voorzitter van de Surinaamse Politiebond zag op Starnieuws, was mijn eerste reactie eerlijk gezegd niet bepaald positief. Niet omdat ik iets tegen baarden of tatoeages heb, maar omdat het voelt alsof het politiekorps op dit moment grotere uitdagingen kent dan de vraag of een agent een volle baard draagt of een tatoeage op zijn arm heeft.
Die eerste reactie bleek ik overigens niet alleen te hebben. Onder het artikel verschenen honderden reacties. Wie de commentaren doorlas, zag een duidelijke tendens: een ruime meerderheid van de reageerders was het niet eens met de schrijver. Voor velen was het onderwerp nauwelijks een discussie. Politieagenten horen volgens hen een bepaalde uitstraling te hebben. Punt.
Toch moeten we oppassen om uit die publieke afwijzing meteen te concluderen dat de argumenten van de auteur daarom ongeldig zijn. Dat zou een vergissing zijn. Het feit dat een mening niet populair is, betekent niet automatisch dat zij juridisch, maatschappelijk of inhoudelijk onjuist is. Sterker nog, veel maatschappelijke veranderingen begonnen ooit als een minderheidsstandpunt.
Wat de stortvloed aan negatieve reacties vooral blootlegt, is iets anders: een aanzienlijk deel van de samenleving hecht nog steeds veel waarde aan een traditionele uitstraling van gezagsdragers. Voor deze groep zijn zichtbare tatoeages, volle baarden en een sterke aanwezigheid op sociale media niet zomaar persoonlijke keuzes. Zij zien daarin signalen die iets zeggen over discipline, representativiteit en professionaliteit.
Of dat eerlijk is of niet, dat beeld bestaat wel degelijk
Voor veel burgers geldt nog steeds een onuitgesproken associatie. Zichtbare tatoeages worden gekoppeld aan straatcultuur of zelfs criminaliteit. Een volle baard wordt door sommigen gezien als minder verzorgd. Agenten die voortdurend TikTok-video’s maken, zouden volgens critici afbreuk doen aan het gezag van hun functie. En vrouwelijke agenten die zich op sociale media zeer uitdagend presenteren, worden door velen als onverenigbaar beschouwd met het professionele imago van het korps.
Men kan deze opvattingen ouderwets noemen. Men kan ze stereotiep noemen. Maar men kan niet ontkennen dat zij bestaan. En juist daarom verdient deze discussie meer diepgang dan het simpele verwijt dat mensen achterhaald denken.
Want achter die kritiek schuilt vaak een bredere vraag: wat verwachten burgers eigenlijk van hun politie?
Wanneer burgers een agent zien, zien zij immers niet alleen een individu. Zij zien een vertegenwoordiger van de staat. Een persoon aan wie bevoegdheden zijn toegekend die gewone burgers niet hebben. Een politieuniform is daarom meer dan kleding. Het symboliseert gezag, orde en vertrouwen.
Dat vertrouwen blijkt echter precies de zwakke schakel in deze discussie
Wanneer een korps hoog aangeschreven staat, wanneer burgers zich beschermd voelen en wanneer integriteit nauwelijks ter discussie staat, worden uiterlijke kenmerken vaak minder belangrijk gevonden. Maar wanneer er zorgen bestaan over corruptie, vriendjespolitiek, discipline of de kwaliteit van dienstverlening, verschuift de aandacht vanzelf naar zichtbare zaken. Dan wordt een baard geen baard meer. Dan wordt hij een symbool. Een tatoeage wordt geen lichaamskunst meer. Dan wordt zij onderdeel van een groter debat over professionaliteit en gezag.
Misschien verklaart dat ook waarom zoveel reacties onder het opiniestuk niet eens specifiek over baarden gingen. Veel mensen gebruikten de gelegenheid om hun frustraties over het korps als geheel te uiten. De discussie ging daardoor uiteindelijk minder over uiterlijkheden dan over vertrouwen.
Dat betekent echter niet dat de auteur ongelijk heeft wanneer hij stelt dat professionaliteit niet wordt bepaald door een tatoeage of een baard. Daar heeft hij simpelweg een punt.
Corruptie zit niet in inkt op een arm. Integriteit groeit niet op een gladgeschoren kin. De geschiedenis leert ons dat zowel goede als slechte agenten alle mogelijke uiterlijke kenmerken kunnen hebben. Een perfect gestreken uniform biedt geen garantie voor eerlijkheid. Evenmin vormt een zichtbare tatoeage bewijs van ongeschiktheid.
Dat is wellicht de paradox van deze hele discussie. De tegenstanders van tatoeages en baarden hebben gelijk wanneer zij zeggen dat representativiteit ertoe doet. Maar de voorstanders hebben eveneens gelijk wanneer zij stellen dat uiterlijk geen betrouwbare maatstaf is voor karakter.
De werkelijkheid bevindt zich ergens tussen die twee posities
Een politiekorps mag eisen stellen aan verzorging, discipline en professionele uitstraling. Dat is logisch. Maar het moet tegelijkertijd erkennen dat de samenleving verandert. De jonge generatie professionals ziet tatoeages vaak niet meer als rebellie, maar als persoonlijke expressie. Wat vroeger als afwijkend werd gezien, behoort vandaag steeds vaker tot het normale straatbeeld.
Misschien moeten we daarom minder praten over hoe een agent eruitziet en meer over hoe een agent zich gedraagt. Niet alleen op straat, maar ook online. Want daar ligt een veel relevantere discussie. Een zichtbare tatoeage zegt weinig over professionaliteit. Maar het gedrag van een agent op sociale media kan wel degelijk invloed hebben op het vertrouwen van burgers. Niet de inkt is dan het probleem, maar het gedrag.
Uiteindelijk kan ik moeilijk meegaan in het idee dat een baard of een tatoeage iemand automatisch minder geschikt maakt voor een functie in dienst van de samenleving. Ik ken politieagenten met baarden die hun werk met grote toewijding uitvoeren. Ik ken agenten met zichtbare tatoeages die dag en nacht klaarstaan voor burgers. Ik ken jonge politici uit vrijwel alle politieke stromingen die tatoeages dragen en tegelijkertijd een oprechte liefde hebben voor Suriname en een diep verlangen om dit land vooruit te helpen.
Dat maakt deze discussie misschien minder eenvoudig dan beide kampen zouden willen. Want de echte vraag is niet of een agent een baard heeft. De echte vraag is of burgers hem vertrouwen wanneer hij voor hen staat. En vertrouwen laat zich niet scheren, tatoeëren of wegpoetsen. Het wordt elke dag opnieuw verdiend of verloren.
Ingezonden bijdrage
Dit artikel is een ingezonden bijdrage. De inhoud is geschreven op persoonlijke titel en valt onder de verantwoordelijkheid van de auteur. De redactie van Key News Suriname onderschrijft de standpunten in deze bijdrage niet per definitie.
Wilt u ook een opiniestuk of ingezonden bijdrage insturen?
Bekijk hier de voorwaarden en werkwijze.











