In Suriname zijn vanaf januari tot en met begin augustus 2026 in totaal 57 verkeersdoden geregistreerd. Daarnaast belandden tussen januari en juli 2.259 personen na een verkeersongeval bij de Spoedeisende Hulp (SEH) van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo. Dat komt neer op gemiddeld bijna elf verkeersslachtoffers per dag.
Dat blijkt uit cijfers die Purcy Landveld, onderdirecteur Data, Educatie en Voorlichting van het Verkeersveiligheidsinstituut (VVI), heeft gedeeld.
Onder de 57 verkeersdoden bevinden zich achttien bromfietsers, negen autobestuurders, zeven voetgangers, zes mede-inzittenden, vijf businzittenden, drie motorfietsbestuurders, drie ATV-bestuurders, twee fietsers, twee e-bikebestuurders, één pick-upbestuurder en één duorijdster.
Wanica en Paramaribo meeste verkeersdoden
Wanica registreerde met negentien verkeersdoden het hoogste aantal, gevolgd door Paramaribo met achttien en Para met zes. In Nickerie en Brokopondo vielen elk vier verkeersdoden. Marowijne, Commewijne en Saramacca registreerden elk twee dodelijke slachtoffers.
In Coronie en Sipaliwini zijn volgens de beschikbare registraties tot nu toe geen verkeersdoden gemeld.
Paramaribo en Wanica waren samen goed voor 37 van de 57 verkeersdoden, oftewel bijna 65 procent van het totaal.
Januari was tot nu toe de dodelijkste maand met vijftien verkeersslachtoffers. In juli vielen twaalf verkeersdoden. Mei volgde met acht, april met zeven en februari en juni met elk zes doden. In maart vielen twee verkeersdoden en in augustus is tot nu toe één dodelijk slachtoffer geregistreerd.
Volgens Landveld maken de cijfers duidelijk dat vooral Paramaribo en Wanica bijzondere aandacht verdienen bij verkeershandhaving, infrastructuur en verkeerseducatie.
Gemiddeld bijna elf slachtoffers per dag op SEH
Naast de dodelijke slachtoffers registreerde de SEH tussen januari en juli 2.259 personen die betrokken waren bij verkeersongevallen.
In juni en juli werden met elk 345 slachtoffers de hoogste aantallen geregistreerd. In maart en april waren er telkens 343 SEH-aanmeldingen. Januari telde 308 slachtoffers, mei 295 en februari 280.
Over de eerste zeven maanden van het jaar komt dit neer op gemiddeld 10,7 SEH-slachtoffers per dag.
Volgens het VVI laten deze cijfers zien dat verkeersonveiligheid niet alleen een veiligheidsprobleem is, maar ook gevolgen heeft voor de volksgezondheid en de economie.
Helft slachtoffers tussen 15 en 29 jaar
Vooral jongeren en jongvolwassenen zijn sterk vertegenwoordigd onder de verkeersslachtoffers.
In de leeftijdsgroep van 15 tot en met 29 jaar werden 1.130 SEH-slachtoffers geregistreerd. Dat is ongeveer de helft van alle slachtoffers die in deze periode op de SEH terechtkwamen.
Wanneer ook de leeftijdsgroep van 30 tot en met 34 jaar wordt meegerekend, stijgt het aantal naar 1.334 slachtoffers. Daarmee was 59,1 procent van de geregistreerde slachtoffers tussen de 15 en 34 jaar oud.
Landveld noemt deze ontwikkeling maatschappelijk en economisch relevant, omdat het voor een belangrijk deel gaat om mensen die studeren, een opleiding volgen of economisch actief zijn.
Bromfietsers en motorrijders grootste groep
Bromfietsers en motorrijders vormen veruit de grootste groep onder de SEH-slachtoffers. Van de 2.259 registraties waren 1.327 slachtoffers bromfietsers of motorrijders. Dat komt neer op 58,7 procent.
Daarnaast werden 542 auto-inzittenden geregistreerd, goed voor 24 procent van het totaal. Verder kwamen 167 voetgangers, 95 e-bikegebruikers, 62 fietsers en 66 personen uit overige categorieën na een verkeersongeval op de SEH terecht.
Bijna helft ongevallen rond weekend
Ook de verdeling over de dagen van de week valt op. Op zondag werden met 355 slachtoffers de meeste SEH-registraties genoteerd. Vrijdag volgde met 342 slachtoffers en zaterdag met 329.
Van vrijdag tot en met zondag werden gezamenlijk 1.026 slachtoffers geregistreerd. Dat is 45,4 procent van alle SEH-aanmeldingen na verkeersongevallen.
Volgens Landveld kan dit patroon worden gebruikt om verkeerscontroles, voorlichtingscampagnes en preventieve acties gerichter in en rond het weekend uit te voeren.
VVI wijst op risicolocaties
Uit de analyse van dodelijke verkeersongevallen blijkt verder dat sommige wegen meerdere keren voorkomen in de registraties. Onder meer de Indira Gandhiweg, het Garnizoenspad en de Martin Luther Kingweg worden vaker genoemd.
Volgens Landveld verdienen deze locaties nader verkeerskundig onderzoek. Daarbij zou onder meer moeten worden gekeken naar snelheid, wegontwerp, verlichting, zichtbaarheid, oversteekplaatsen, wegmarkeringen en voorrangssituaties.
Uit de beschikbare informatie over dodelijke ongevallen blijkt dat verlies van controle over het voertuig relatief vaak voorkomt. Ook het niet verlenen van voorrang, te hoge snelheid en ongevallen waarbij voetgangers of fietsers betrokken zijn, spelen een belangrijke rol.
Andere factoren, waaronder alcoholgebruik, afleiding, vermoeidheid, technische gebreken aan voertuigen en de inrichting van wegen, moeten volgens Landveld bij verdiepend ongevalsonderzoek afzonderlijk worden onderzocht.
Oproep tot instelling verkeersautoriteit
Landveld stelt dat de cijfers aantonen dat verkeersveiligheid om samenhangende en structurele maatregelen vraagt. Daarbij gaat het volgens hem onder meer om veilige infrastructuur, snelheidsmanagement, gerichte handhaving, permanente verkeerseducatie, veilige voertuigen, goede traumazorg en betere verkeersdata.
De verantwoordelijkheid voor deze beleidsterreinen is momenteel verdeeld over verschillende ministeries, overheidsdiensten en andere instanties. Volgens Landveld bemoeilijkt het ontbreken van centrale aansturing de ontwikkeling en uitvoering van een samenhangend verkeersveiligheidsbeleid.
Hij doet daarom een beroep op De Nationale Assemblée en de regering om wetgeving voor de instelling van een verkeersautoriteit zo spoedig mogelijk goed te keuren.
Zo’n verkeersautoriteit zou volgens hem niet de taken van bestaande instanties moeten overnemen, maar juist moeten zorgen voor centrale coördinatie, betere afstemming tussen betrokken organisaties en een gezamenlijk verkeersveiligheidsbeleid.
Volgens Landveld moet uiteindelijk één doel centraal staan: het structureel terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers en verkeersdoden in Suriname.









