Gemeenschappen die getroffen zijn door de vervuiling van de Saramaccarivier hebben opnieuw voedselpakketten ontvangen van het Kabinet van de President.
De hulp werd van donderdag 1 tot en met zaterdag 3 oktober verstrekt via het Bureau Volkscontacten. Dorpsvertegenwoordigers verwelkomen de ondersteuning, maar benadrukken dat een structurele oplossing nodig is om bewoners weer in hun eigen levensonderhoud te laten voorzien.
De pakketten werden samengesteld door de firma Chotelal. De afdeling Transport van het ministerie van Defensie verzorgde het vervoer naar Saramacca. Op vrijdag 2 oktober werden Creola, Grankreek, Maho en Columbia bezocht.
In Creola werden 50 voedselpakketten uitgedeeld. Claire Leming, lid van het werkbestuur van het dorp, wees erop dat veel bewoners afhankelijk zijn van jacht, visserij en kostgrondjes. Volgens haar hebben ook andere dorpen langs de rivier het water nodig voor hun dagelijks leven. Zij riep degenen die betrokken zijn bij de vervuiling op rekening te houden met de gemeenschappen. “Vervuil dat water niet, want we hebben het echt nodig.”
Beperkte mogelijkheden om te werken
In Grankreek ontvingen 157 gezinnen een voedselpakket. Kapitein Angelique Palmtak benadrukte het belang van ondernemerschap en mogelijkheden om zelfstandig inkomsten te verdienen. Volgens haar kunnen vissers door de situatie niet vissen en zijn ook activiteiten als planten en jagen beperkt. Zij hoopt op een snelle oplossing en blijvende ondersteuning vanuit de overheid.
In het inheemse dorp Maho kregen 58 gezinnen voedselpakketten. Daarnaast werden 100 trays drinkwater verstrekt. Basja Guiliano Zaalman stelde dat de gevolgen verder reiken dan de visserij en jacht. Ook pottenbakkers, medicijnmannen en bewoners die traditionele handwerken maken, worden volgens hem geraakt.
Maho ontving voor de tweede keer voedselpakketten en drinkwater. Vanuit het dorpsgezag werd benadrukt dat de hulp wordt gewaardeerd, maar dat de noodsituatie om een permanente oplossing vraagt. Bewoners moeten kunnen werken en ondernemen om hun gezinnen te onderhouden en hun kinderen naar school te sturen.
Columbia vraagt financiële steun voor vissers
Kapitein Rodney Sandel van Columbia noemt de voedselhulp een positief signaal van de regering, maar vindt dat aanvullende ondersteuning nodig is. Volgens hem waren bewoners voor zowel hun voeding als hun inkomsten deels afhankelijk van de visvangst. Nu zij de vis uit de rivier niet kunnen consumeren of verkopen, valt een belangrijke bron van voedsel en inkomsten weg.
Vlees en vis uit andere dorpen halen is volgens Sandel financieel niet rendabel voor de bewoners. Hij pleit daarom voor financiële ondersteuning voor de vissers. Ook vraagt hij om duidelijkheid over wanneer vis uit de Saramaccarivier weer veilig kan worden gegeten en verkocht. In Columbia ontvingen 121 gezinnen een voedselpakket.
Op donderdag 1 oktober werden in Pikin Poika, Santigron, Brooklyn, Totikamp, Haarlem en Pikin Maisi gezamenlijk 280 voedselpakketten en 108 trays water verstrekt. Op zaterdag 3 oktober volgden Pikin Saron met 210 pakketten, Broferi met zes, Bigi Poika met 83 en Tibiti met 40 pakketten.







