De olieprijs is maandagochtend met ongeveer 5 tot 6 procent gedaald, nadat de Verenigde Staten hun aanvallen op Iran na dertien opeenvolgende nachten pauzeerden. Iran heeft aangegeven zijn militaire acties eveneens op te schorten zolang de Amerikaanse pauze van kracht blijft.
De prijs van een vat Brentolie zakte hierdoor naar ongeveer 91 tot 92 Amerikaanse dollar. De daling wijst op enige opluchting op de internationale oliemarkt, maar van een volledige normalisering is nog geen sprake.
Het scheepvaartverkeer door belangrijke zeeroutes in het Midden-Oosten blijft zwaar verstoord. Zondag voeren slechts zeven schepen door de Straat van Hormuz. Via de Bab el-Mandeb, de toegang tot de Rode Zee, passeerden elf schepen die grondstoffen vervoerden. Dat zou de laagste telling in maanden zijn.
Iran stelt dat het de controle over de Straat van Hormuz behoudt. Teheran ontkent daarnaast dat het om hervatting van onderhandelingen met de Verenigde Staten heeft gevraagd.
De aanhoudende onzekerheid rond de zeeroutes kan gevolgen blijven hebben voor de wereldhandel. Rederijen en verzekeraars houden rekening met verhoogde veiligheidsrisico’s, waardoor transport- en verzekeringskosten hoog kunnen blijven.
Voor Suriname kan de daling van de olieprijs tijdelijk enige verlichting bieden bij de kosten van brandstof en ingevoerde goederen. Het uiteindelijke effect blijft echter afhankelijk van de duur van de aanvalspauze, de ontwikkelingen rond de Straat van Hormuz en de kosten van internationaal vrachtvervoer.








