De Jules Sedney Haven Terminal wordt versneld uitgebreid in aanloop naar de verwachte groei van de olie- en gassector. Grote rederijen houden volgens NV Havenbeheer Suriname rekening met een stijging van maar liefst 300 procent van de hoeveelheid te verwerken lading, nog voordat de eerste offshore olieproductie van Suriname van start gaat.
Volgens Aisa Tjon-Akon, manager Infrastructure bij Havenbeheer, maakt die verwachting uitbreiding van de haven noodzakelijk. Niet alleen de toekomstige olie- en gasactiviteiten zullen extra capaciteit vragen, maar ook de bestaande import- en exportstromen moeten zonder grote verstoringen kunnen doorgaan.
“De grote liners hebben aangegeven dat ze voor de komende periode, nóg voordat de eerste olie uit de grond is, al een stijging van 300 procent verwachten van de te verwerken lading”, aldus Tjon-Akon.
Nieuwe kades en ruim 7 hectare extra opslag
De eerste fase van de uitbreiding bestaat uit de aanleg van een nieuwe kade van 140 meter. Deze moet volgens de huidige planning in september 2027 gereed zijn. Daarna staat een verdere uitbreiding van 120 meter op het programma.
Ook het opslagterrein wordt aanzienlijk vergroot. Er komt 7,1 hectare extra terrein beschikbaar, dat eveneens in september 2027 moet worden opgeleverd.
De uitbreiding moet Havenbeheer in staat stellen om zowel de reguliere klanten als bedrijven die actief worden binnen de olie- en gasindustrie te bedienen.
Suriname ligt in het Guyana-Surinamebekken, waar verschillende internationale oliemaatschappijen actief zijn. Volgens Tjon-Akon moet de Surinaamse haveninfrastructuur voldoen aan de veiligheids- en efficiëntienormen die deze bedrijven internationaal hanteren.
Diepere kades, maar vaargeul blijft bepalend
Havenbeheer is daarnaast bezig met baggerwerkzaamheden langs de kades. Het doel is daar een diepte van 7,5 meter bij laagwaterstand te bereiken.
Een verdere verdieping heeft volgens Tjon-Akon echter alleen zin wanneer ook de vaargeul geschikt wordt gemaakt voor schepen met een grotere diepgang. De Maritieme Autoriteit Suriname moet daarom een haalbaarheidsstudie uitvoeren.
Op basis van prognoses over het aantal grotere schepen dat Suriname in de toekomst zal aandoen, moet worden bepaald of verdere verdieping van de vaargeul economisch en technisch verantwoord is.
Digitalisering moet wachttijden beperken
Naast fysieke uitbreiding zet Havenbeheer in op digitalisering. Samen met de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank wordt gewerkt aan een Port Community System. Via dat systeem moeten onder meer Havenbeheer, de douane en terminaloperators informatie beter kunnen uitwisselen en goederen sneller kunnen verwerken.
Daarmee moeten wachttijden voor vrachtwagens en lading worden beperkt.
Ook een truckingcenter en een afsprakensysteem voor vrachtverkeer moeten voorkomen dat de verwachte groei leidt tot grote opstoppingen rond het havengebied.
De rehabilitatie van de Van ’t Hogerhuysstraat en de brug over het Saramaccakanaal worden eveneens genoemd als belangrijke onderdelen van de bredere voorbereiding op de verwachte economische groei.
Verkeersdruk na 2028
Volgens Tjon-Akon kan Havenbeheer de verkeersproblemen buiten het eigen terrein niet alleen oplossen. Daarvoor is samenwerking nodig met de overheid en andere betrokken instanties.
Met het oog op de ontwikkelingen na 2028 is volgens haar uiteindelijk een integraal verkeersplan voor Suriname noodzakelijk.
Havenbeheer probeert intussen ook de kennis binnen de maritieme sector te vergroten. In 2025 werd samen met Port of Antwerp-Bruges het Suriname Port Training Institute opgericht. Het instituut verzorgt opleidingen voor Surinaamse bedrijven en deelnemers uit andere CARICOM-landen, waarbij wordt gewerkt volgens internationale standaarden.
Met de investeringen probeert Havenbeheer te voorkomen dat de verwachte sterke groei van de olie- en gassector straks wordt afgeremd door onvoldoende haven-, opslag- en transportcapaciteit.








