De Vereniging van Artsen in dienst van de Stichting Regionale Gezondheidsdienst (VRA) hebben woensdag na een Algemene Leden Vergadering (ALV) het werk totaal neer te leggen. “De leden doen de RGD-poliklinieken niet aan en de mensen met spoedgevallen moeten uitwijken naar de SEH”, zegt voorzitter Bobby Ramautar.
De ALV werd gehouden naar aanleiding van de samenstelling van het nieuw stichtingsbestuur, waarin geen enkel lid van de VRA is opgenomen. De leden eisen dat tenminste een vertegenwoordiger van de VRA in het stichtingsbestuur wordt opgenomen. Volgens Ramautar is Volksgezondheid-minister André Misiekaba op de hoogte van deze eis.
De vereniging heeft een officiële uitnodiging van het ministerie gehad, maar in de uitnodiging is het punt niet opgenomen, waarover de VRA wil praten. “Het onderwerp waarover de minister wil praten, is niet het onderwerp waarover wij staken. Dus we gaan niet op deze uitnodiging”. Hij meent dat pas als de minister bereid is te praten over het onderwerp dat aan de orde is gesteld door de VRA, zal de vereniging ingaan op de uitnodiging van de minister.
De VRA is dagen voorafgaand aan de installatie door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid geïnformeerd over de voorgenomen samenstelling van het nieuwe stichtingsbestuur van de Stichting RGD. Sinds november 2025 heeft er correspondentie plaatsgevonden tussen de VRA en de Minister met betrekking tot de vertegenwoordiging van de artsen binnen het stichtingsbestuur. Ondanks deze eerdere communicatie en het kenbaar gemaakte standpunt van de VRA, is de vertegenwoordiger van de VRA niet opgenomen in het nieuw benoemde bestuur.
De VRA betreurt het ten zeerste dat zij – in tegenstelling tot voorgaande jaren waarin stichtingsbesturen werden benoemd – thans geen volwaardige vertegenwoordiging heeft binnen het bestuur, terwijl de vertegenwoordiger van een andere bond binnen de stichting wél zitting heeft gekregen.
De Minister heeft aangegeven dat de VRA als toehoorder kan worden betrokken bij bestuursvergaderingen. De VRA wijst er echter op dat een toehoorder geen stemrecht heeft en daardoor geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen op de besluitvorming. Voor de VRA is het essentieel om niet slechts te worden gehoord, maar ook mee te kunnen beslissen over beleid dat directe gevolgen heeft voor de artsen en de kwaliteit van zorgverlening.
De artsen in dienst van de Stichting RGD vervullen, onder vaak uitdagende omstandigheden een cruciale rol binnen de eerstelijnszorg. Dagelijks zetten zij zich met beperkte middelen in voor de zorgbehoevende samenleving en dragen zij in belangrijke mate bij aan de continuïteit en het functioneren van de organisatie. Tegen deze achtergrond acht de VRA het onbegrijpelijk dat bij het beoogde “eerherstel” van de Stichting RGD geen volwaardige plaats is ingeruimd voor de vertegenwoordiging van de artsen.











