VHP-assembleelid en oud-president Chan Santokhi heeft in De Nationale Assemblee scherpe kritiek geuit op de wetsvoorstellen over de hervorming van de rechterlijke macht. Volgens hem raken ze de kern van de rechtsstaat, maar bieden ze geen oplossing voor structurele knelpunten en vergroten ze het risico op politieke beïnvloeding.
Santokhi stelde dat de voorstellen weliswaar een fundamenteel onderwerp raken, maar voorbijgaan aan de oorzaken van het disfunctioneren binnen het justitiële systeem. Hij waarschuwde dat wijzigingen die onvoldoende waarborgen bevatten, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht kunnen aantasten en daarmee de rechtsstaat in gevaar brengen.
Volgens de gewezen president moet het debat terug naar het basisprincipe van de trias politica: de scheiding tussen de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechterlijke macht. De centrale vraag is volgens hem hoe scherp die scheiding in de praktijk is en in hoeverre de machten elkaars domein betreden.
Daarbij wees hij op het ontbreken van een duidelijk wettelijk en juridisch kader voor overleg tussen de staatsmachten. Die “fundamentele vragen” zouden volgens Santokhi expliciet moeten worden meegenomen in de discussie over de voorliggende wetswijzigingen.
Rol constitutioneel hof opnieuw op tafel
Santokhi stelde vast dat het Constitutioneel Hof nauwelijks functioneert en riep op tot een afzonderlijke, brede parlementaire discussie over de toekomst ervan. Het parlement kan volgens hem “de ogen daarvoor niet sluiten”. Een integrale benadering is, naar zijn zeggen, nodig om rechtsstaat, bestuur en democratie te versterken.
Op basis van nationale en internationale rapporten schetste hij een breder probleembeeld bij alle drie de machten, waaronder gebrek aan beleidskaders, bureaucratie, capaciteits- en kwaliteitsproblemen, integriteitsvraagstukken en een tekort aan vertrouwen en transparantie. De scheiding der machten moet volgens hem ondersteunend werken, niet conflicterend. Daarom pleitte hij voor een wettelijk overlegkader “zonder vingerwijzing, maar integraal en oprecht”.
“Perceptie van politieke motieven is gevaarlijk”
Santokhi betoogde dat de ingediende wetsvoorstellen geen van de genoemde structurele problemen aanpakken. Daardoor ontstaat volgens hem de perceptie dat de wetten niet primair bedoeld zijn om de rechterlijke macht te versterken, maar dat er politieke motieven achter schuilgaan. Dat noemde hij “niet acceptabel” en “zeer gevaarlijk”, met mogelijke nationale en internationale gevolgen.
Cassatie en ccj als optie
Over de voorgestelde derde instantie voor de zittende magistratuur zei Santokhi dat deze alleen zinvol kan zijn wanneer onafhankelijkheid en professionaliteit volledig zijn gewaarborgd. De VHP-fractie pleit ervoor cassatierechtspraak onder te brengen bij de Caribbean Court of Justice (CCJ), met een in Suriname gevestigde afdeling en een gemengd team van Surinaamse en internationale rechters. Op termijn zou die afdeling volledig door Surinaamse rechters moeten worden bemenst.
Eén procureur-generaal, geen college
Santokhi sprak zich ook uit tegen het invoeren van meerdere procureurs-generaal. Het Openbaar Ministerie is volgens hem “één en ondeelbaar” en hoort door één procureur-generaal te worden geleid. Eventuele knelpunten kunnen volgens hem worden opgelost via uitbreiding van capaciteit en delegatie binnen het OM, zonder het systeem fundamenteel te wijzigen.
Tot slot zei Santokhi dat het debat te academisch dreigt te worden en onvoldoende aansluit bij wat burgers verwachten: snelle, begrijpelijke en betaalbare rechtspraak, rechtsbijstand dicht bij huis en effectieve schadevergoeding voor slachtoffers. Hij riep de regering op duidelijkheid te geven over haar visie op de rechterlijke macht en over de voortzetting van reeds ingezette hervormingen. Zonder die visie ontbreekt volgens hem een essentiële schakel in het debat.













