De inflatie in Suriname is in oktober 2025 opgelopen tot 11,9% en de staatsschuld is gestegen naar 88,8% van het BBP. Dat blijkt uit SEOB-bulletin #26. Hoewel de internationale reserves toenamen tot circa USD 1,6 miljard, noemt SEOB de economie fragiel.
De Suriname Economic Oversight Board (SEOB) meldt in haar 26e bulletin (december 2025) dat de jaar-op-jaar inflatie in 2025 verder is opgelopen en in oktober uitkwam op 11,9%. In dezelfde maand verloor de Surinaamse dollar (SRD) licht aan waarde tegenover de Amerikaanse dollar (0,5%) en de euro (0,4%). SEOB wijst erop dat wisselkoersdruk direct doorwerkt in importkosten en consumentenprijzen, waardoor de inflatoire druk kan aanhouden.
Volgens het bulletin stagneerde de economische bedrijvigheid in juni 2025. De Monthly Economic Activity Index (MEAI) liet toen een groei van 0,0% zien, vooral door een terugval in goudproductie en -exporten. SEOB beschrijft dat andere sectoren wel groei lieten zien, maar onvoldoende om de daling in de mijnbouw te compenseren. Daarmee blijft de afhankelijkheid van de mineralensector een belangrijke kwetsbaarheid voor de economie.
De monetaire cijfers laten een gemengd beeld zien. De SRD-component van de basisgeldhoeveelheid daalde in oktober 2025 met 3,7% doordat de Centrale Bank van Suriname (CBvS) liquiditeit aan de markt onttrok via openmarktoperaties en valutaveilingen. Tegelijk groeide het SRD-aandeel van de liquiditeitenmassa met 0,8%, vooral door meer kredietverlening aan de private sector.
Reserves blijven ruim boven benchmark
Aan de externe kant van de economie signaleert SEOB een verdere versterking van de reservepositie. In oktober 2025 stegen de internationale reserves met 1,7% tot circa USD 1,6 miljard. Dat niveau komt volgens het bulletin neer op een importdekking van ongeveer 7,5 maanden. SEOB benadrukt dat deze buffer belangrijk is voor wisselkoersstabiliteit, het opvangen van externe schokken en het vertrouwen in het macro-economisch beleid.
Staatsschuld op 88,8% BBP; herfinanciering moet druk 2026–2028 verlichten
De staatsschuld als percentage van het BBP liep in oktober 2025 licht op en kwam volgens de internationale definitie uit op 88,8%. Daarmee blijft de schuldquote ruim boven de 60%-benchmark. SEOB koppelt de opwaartse druk onder meer aan aanhoudende tekorten en wijst op de keuze van de overheid om op de internationale kapitaalmarkt ademruimte te creëren.
In het bulletin staat een specifieke analyse van geherfinancierde leningen. SEOB meldt dat de overheid in het vierde kwartaal van 2025 obligaties uitgaf ter waarde van USD 1,6 miljard, met als primair doel de herstructurering van de buitenlandse staatsschuld. De rentepercentages liggen naar verluidt tussen 8,0% en 8,5%. De transactie is onder meer bedoeld om de looptijd van geherstructureerde schuld te verlengen en de start van rente- en aflossingsbetalingen uit te stellen, zodat de liquiditeitsdruk in 2026–2028 wordt verlicht in afwachting van verwachte olie-inkomsten vanaf 2028.
SEOB benoemt daarbij ook risico’s. Zo blijft Suriname kwetsbaar door de afhankelijkheid van olie- en goudexport en de volatiliteit van internationale grondstoffenprijzen. Daarnaast wordt gewezen op het risico van het zogeheten “Dutch Disease”-effect bij een toekomstige toename van olie-inkomsten, en op projectrisico’s rond het GranMorgu-olieproject waarvan de productie naar verwachting in 2028 start. Verder merkt SEOB op dat Suriname nog niet beschikt over een adequaat werkend Spaar- en Stabiliteitsfonds om toekomstige olie- en mijnbouwinkomsten verantwoord te beheren.
In termen van transparantie pleit SEOB voor meer inzicht in de schuldendienst vóór en na de recente leningstransactie en voor duidelijkheid over de aanwending van middelen. In het bulletin wordt onder meer aangegeven dat er geen concreet uitgavenplan is gepresenteerd dat aan de lening is gekoppeld, en dat verduidelijking gewenst is over resterende delen van eerder geherstructureerde obligaties.
Bankensector solide, rentes lopen licht op
Het bulletin schetst ook de stand van de bankensector. SEOB stelt dat banken financieel solide blijven, met een solvabiliteitsratio van 22,8% en een lichte daling van niet-renderende leningen naar 3,0%. De gemiddelde leenrente en spaarrente stegen licht tot respectievelijk 14,5% en 7%. SEOB wijst erop dat het bewaken van financiële stabiliteit vraagt om verantwoord kredietbeleid, terwijl hoge leenrentes investeringen kunnen bemoeilijken.
Aanbevelingen: discipline, transparantie en instituties versterken
In haar aanbevelingen stelt SEOB dat de economie “fragiel” blijft en dat inflatie, wisselkoersdruk en overheidsfinanciën zorgwekkend zijn. De instantie vraagt aandacht voor onder meer hoge elektriciteitssubsidies en inefficiënte sociale uitgaven, en pleit voor versterking van transparantie- en anticorruptiemechanismen. Verder noemt SEOB de operationalisering van cruciale instituties zoals het Spaar- en Stabiliteitsfonds en het werken met een meerjarig overheidsfinancieel plan met uitgavenplafonds en een houdbaarheidsdoelstelling voor de staatsschuld.











