Het ontbreken van een duidelijk plan en voldoende financiële middelen voor mentale gezondheidszorg maakt het volgens VHP-parlementariër en arts Dew Sharman moeilijk om suïcide in Suriname effectief terug te dringen. Hij roept de regering op om dringend te investeren in preventie, vroegtijdige signalering en professionele begeleiding.
Aanleiding voor zijn bezorgdheid zijn de politiestatistieken over juni 2026, waarin 22 suïcidegevallen zijn geregistreerd. Sharman noemt dat aantal schrikbarend, maar vermoedt dat het mogelijk grotendeels gaat om geregistreerde suïcidepogingen en niet uitsluitend om personen die zijn overleden.
“Dit is verschrikkelijk hoog. Ik sta er ook versteld van”, zei hij in een interview met TBN Prime Alert. Volgens hem ligt het aantal mensen dat een poging onderneemt doorgaans vele malen hoger dan het aantal personen dat daadwerkelijk door suïcide om het leven komt.
De cijfers moeten volgens Sharman worden gezien als een dringende waarschuwing aan de samenleving en de beleidsmakers. Tijdens de recente begrotingsbehandeling zou zijn gebleken dat er weinig geld is gereserveerd voor geestelijke gezondheidszorg, terwijl suïcidepreventie daar volgens hem een belangrijk onderdeel van vormt.
Vanuit zijn medische achtergrond stelt Sharman dat naar schatting 80 tot 85 procent van de suïcidepogingen kan worden voorkomen door tijdige begeleiding, het herkennen van signalen en passende interventies.
“Dit zegt ons dat we wakker moeten worden, beleid moeten ondersteunen en middelen moeten vrijmaken om suïcide serieus aan te pakken”, aldus de parlementariër. Hij vraagt zich af wat de overheid kan bereiken wanneer er geen concreet plan en geen toereikend budget beschikbaar zijn.
Motie niet behandeld
Sharman zegt dat tijdens de begrotingsbehandeling een motie is ingediend waarin werd gevraagd om meer beleid, aanvullende financiële middelen en een beter gecoördineerde aanpak van suïcide. De motie is volgens hem echter niet behandeld.
Daardoor heeft het parlement zich niet volledig kunnen uitspreken over de voorgestelde maatregelen. Ook zou de samenleving onvoldoende zijn geïnformeerd over mogelijke strategieën en interventies om suïcidepogingen en sterfgevallen terug te dringen.
Volgens Sharman kan de problematiek niet door één minister, ministerie of organisatie worden aangepakt. Hij pleit voor een multidisciplinaire aanpak, waarbij onder meer gezondheidswerkers, politie, maatschappelijke organisaties, religieuze voorgangers en verschillende ministeries samenwerken.
Religieuze organisaties kunnen volgens hem een belangrijke bijdrage leveren, omdat voorgangers vaak rechtstreeks contact hebben met gezinnen en gemeenschappen. Zij zouden kunnen helpen bij bewustwording, het vroegtijdig herkennen van problemen en het begeleiden van personen die hulp nodig hebben.
Centrale coördinatie ontbreekt
Sharman wijst erop dat in het verleden verschillende niet-gouvernementele organisaties actief waren op het gebied van suïcidepreventie, waaronder de Wingroep in Nickerie. Zijn eigen organisatie is momenteel niet actief.
Het is volgens hem onduidelijk hoe de samenwerking tussen bestaande organisaties en de centrale overheid is geregeld. Ook mist hij een nationaal plan waarin duidelijk is vastgelegd welke instanties verantwoordelijk zijn voor preventie, interventie en nazorg.
“Het is meer dan ooit van het grootste belang om hieraan te gaan werken”, stelt Sharman. Alleen door een samenhangende, deskundige en structureel gefinancierde aanpak kan volgens hem het aantal suïcidepogingen en sterfgevallen worden verminderd.










